Tegen het einde van Mei ontving zij een antwoord van haar man op haar
klachten wegens al wat op het landgoed ontbrak. Hij maakte allerlei
verontschuldigingen en beloofde, zoodra het hem mogelijk was over te
komen. Maar deze mogelijkheid scheen voor hem niet te willen aanbreken,
want nog in Juni was Dolly alleen op het land.
Op een Zondag, den dag van den heiligen Petrus, reed zij naar de
kerk om haar kinderen het heilig avondmaal te laten geven. Zij had
reeds eenige dagen te voren overwogen, hoe zij de kinderen bij die
gelegenheid zou kleeden. De kleedingsstukken waren genaaid, gekeerd
en gewasschen, de zoomen en vouwen uitgelegd, de knoopen vastgehecht,
de strikken terecht gestoken. 's Morgens ten negen ure,--zij had
den pope verzocht het begin van den kerkdienst tot dat oogenblik
uit te stellen--stonden de feestelijk gekleede kinderen van vreugde
stralend op het voorplein voor de kales en wachtten op hun moeder. In
plaats van het statig ros, had men op raad van Maria Filimonowna den
bruine van den opzichter voorgespannen, en eindelijk verscheen Darja
Alexandrowna in een wit mousselinen kleed en nam plaats in het rijtuig.
Zij had zich zorgvuldig gefriseerd en gekleed. Vroeger was zij
nauwlettend op haar toilet om haar zelfs wil, om er goed uit te
zien en te behagen; toen, hoe ouder zij werd, stelde zij steeds
minder belang in sierlijke kleeding; zij bespeurde slechts, hoeveel
onbevalliger zij was geworden. Nu echter kleedde zij zich weer met
genoegen en met zorg. Zij deed het nu niet meer om haar zelfswil en
niet om haar schoonheid, maar om als moeder harer bevallige kinderen
den totalen indruk niet te bederven. En toen zij zich de laatste maal
in den spiegel had beschouwd, was zij met zich zelf tevreden. Zij
was schoon, niet zooals vroeger op de bals, maar schoon genoeg voor
het doel, dat zij nu voor oogen had.
In de kerk was niemand buiten de boeren en hun vrouwen. Maar
het scheen Dolly toe, alsof zij met de kinderen een algemeene
bewondering verwekte. De kinderen waren niet slechts schoon, maar
gedroegen zich ook aardig. Wel stond Alëscha (uitspraak Aleosja)
nooit stil, maar draaide altijd heen en weer, doch hij was toch een
allerliefste jongen. Tania stond daar als een volwassene en zag naar
de kleintjes. Maar de jongste, Lili, was in haar naïve bewondering
van alles wat zij zag verrukkelijk en het was moeielijk niet te lachen
als zij na ontvangst van het avondmaal zeide:
"Please some more."
Te huis ging ook alles goed. Alleen begon Grischa te fluiten onder het
ontbijt en, wat nog erger was, hij wilde de Engelsche gouvernante niet
gehoorzamen, toen deze het hem verbood. Daarom kreeg hij niets van de
zoete koek. Als Dolly te huis was geweest, zou zij op dezen dag zulk
een straf niet hebben toegelaten; maar zij moest het eenmaal door de
Engelsche vastgestelde billijken. Daardoor werd de algemeene vreugde
wat verstoord. Grischa weende en zeide, dat Nicolinko ook had gefloten
en dien had men niet gestraft; hij weende ook niet om de koek, dat kon
hem niet schelen, maar omdat men tegen hem onrechtvaardig was. Dat
was nu al te treurig en Dolly besloot, nadat zij met de Engelsche
overlegd had, Grischa te vergeven en ging derhalve naar hem toe.
Toen zij echter de zaal binnen trad, aanschouwde zij een tafereel,
dat haar hart met blijdschap vervulde en haar de tranen in de oogen
deed komen. De kleine misdadiger zat daar op een vensterbank en naast
hem stond Tania met een bord. Onder voorwendsel, voor haar poppen
een diner te willen aanrichten, had zij van de gouvernante verlof
gevraagd haar portie koek mede naar de kinderkamer te mogen nemen;
maar zij bracht de koek dadelijk naar haar broeder. Deze, nog steeds
voortgaande te weenen en over de onrechtvaardigheid te klagen, at de
koek en zeide snikkend:
"Eet jij ook. Laten we samen eten ... samen ..."
Eerst had het medelijden met haar broeder, toen het bewustzijn harer
goede daad op Tania gewerkt en tranen stonden in haar oogen, maar
zij zeide niets en at haar gedeelte op.
Toen zij hun moeder zagen, waren zij eerst zeer verschrikt, maar toen
zij haar oplettender aankeken, bemerkten zij, dat zij goed hadden
gehandeld, en begonnen te lachen en met den mond vol koekjes wischten
zij zich met de handen de lippen af en besmeerden hun van tranen en
ingelegde vruchten blinkende gezichten.
"O hemel! Het nieuwe witte kleed! Tania! Grischa!" riep de moeder uit
en beijverde zich het kleedje te redden. Maar zij lachte met tranen
in de oogen.
De nieuwe kleederen werden uitgetrokken, de meisjes moesten weer
haar daagsche blouses en de jongens hun gewonen kielen aantrekken;
toen werd de laneika aangespannen--tot spijt van den opzichter weer
met den bruine--om eerst naar het bosch te rijden om paddestoelen
te zoeken en dan naar het badhuisje. Het was niet gemakkelijk, op
alle kinderen tegelijk acht te geven, onder allen de orde te bewaren
en aan alle kousen, broekjes en schoenen te denken, alle banden los
te maken en weer toe te binden; maar voor Darja Alexandrowna was er
geen grooter genot, dan zoo met haar kleintjes te samen te baden,
al die kleine dikke beentjes vast te houden om ze de kousjes af te
trekken, dan deze naakte lichaampjes op den arm te nemen, in het water
te dompelen, hun vroolijk en verschrikt gescheeuw te hooren en deze
naar adem hijgende, plassende cherubims met hun wijd geopende oogen
en angstige en vroolijke gezichten te aanschouwen.