In de kleine Duitsche badplaats, waar vorst Tscherbatzky zich met
vrouw en dochter ophield, vormde zich dadelijk in overeenstemming
met hun woning, hun naam en hun daar aanwezige kennissen een bepaalde
gezelschapskring. In dezelfde Duitsche badplaats vertoefde dit jaar
ook een echte Duitsche prinses, tengevolge waarvan het gezelschap zich
nog vaster aaneensloot. Vorstin Tscherbatzky wenschte bepaald haar
dochter aan die prinses voor te stellen en reeds den eerstvolgenden
dag had zij deze ceremonie verricht. Kitty had zich diep en gracieus
in haar "zeer eenvoudig," dat is zeer elegant, uit Parijs ontboden
zomercostuum gebogen en de prinses had gezegd: "Ik hoop, dat spoedig de
rozen op dit bevallig gezichtje zullen terugkeeren." Zoo had hier het
dagelijksch leven der Tscherbatzky's een bepaalde richting verkregen,
die het niet meer kon verlaten.
Zij werden ook bekend met de familie eener Engelsche lady, met een
Duitsche gravin en haar in den laatsten oorlog gewonden zoon, met een
Zweedsch geleerde en met monsieur Canut en diens zuster. Voornamelijk
verkeerden zij echter met eene dame uit Moskou, Marie Eugenjewna
Ritschew en haar dochter, die Kitty niet lijden mocht, omdat ze even
als zij uit liefde ziek was geworden, alsmede met een Russischen
overste, dien Kitty van kinds af slechts in epauletten en uniform
gekend had, maar die haar hier met zijn kleine, grauwe oogen, open
borst en bonten halsdoek buitengewoon komiek voorkwam en die haar,
daar men niet van hem af kon komen, zeer verveelde.
Nadat alles zoo een bepaalde en vaste regelmaat had aangenomen,
begon Kitty zich te vervelen, en nog meer, toen de oude vorst naar
Karlsband vertrokken en zij alleen met haar moeder achter gebleven
was. Nu werd het spoedig haar aangenaamste bezigheid omtrent de
onbekende badgasten waarnemingen te doen en gissingen te maken.
Onder deze persoonlijkheden interresseerde haar vooral een jong
Russisch meisje, dat in gezelschap eener Russische dame, zekere madame
Stahl, zooals allen haar noemden, in de badplaats was gekomen.
Madame Stahl behoorde tot den besten kring, maar zij was zoo ongesteld,
dat zij niet kon gaan, en slechts op bizonder schoone dagen verscheen
zij in een rolstoel aan de bron. Vorstin Tscherbatzky zeide, dat niet
ongesteldheid, maar trots mevrouw Stahl terughield van den omgang
met haar Russische landgenooten. Het jonge meisje daarentegen ging
niet slechts madame Stahl ter hand, maar was, zooals Kitty bemerkte,
bevriend met alle aanwezige erge zieken, trok zich hun lot liefdevol
aan en bewees hun gaarne kleine diensten. Volgens Kitty's waarneming
was zij niet met madame Stahl verwant en bekleedde zij evenmin bij
haar een dienstbare betrekking. Men noemde haar mademoiselle Warenka,
terwijl madame Stahl haar kortweg Warenka noemde. Kitty gevoelde een
stille sympathie voor dat meisje, en als zij haar blik ontmoette,
meende zij te bespeuren, dat ook zij haar beviel.
Mademoiselle Warenka scheen de eerste jaren der jeugd reeds voorbij,
maar men kon haar geen bepaalden ouderdom toekennen, en zij kon
evengoed negentien als dertig zijn. Bij nadere beschouwing kon men
haar, in weerwil van haar ziekelijke bleekheid, eer schoon dan leelijk
noemen. Ook had zij een fraai figuur, behalve dat zij wat mager was,
waardoor haar hoofd in evenredigheid van het tengere lichaam wat te
groot scheen te zijn. Voor de heeren scheen zij weinig aantrekkelijks
te hebben. Zij geleek een schoone bloem, die nog niet haar bladeren,
maar reeds haar geur had verloren. Bovendien ontbrak het haar om
de mannen te behagen te zeer aan datgeen, wat Kitty te veel had:
aan den moeielijk beteugelden levenslust en het bewustzijn van eigen
bekoorlijkheid. Zij was altijd bezig, hoewel met dingen, die volkomen
van zelf spraken, zoodat men moest denken, dat zij in niets anders
belang stelde. Hoe meer Kitty haar gadesloeg, des te meer scheen
zij haar een zeldzaam voortreffelijke persoonlijkheid toe en des te
sterker werd haar wensch haar te leeren kennen.
De jonge meisjes ontmoetten elkander dagelijks meer dan eens, en
telkens vroegen Kitty's oogen: "Wie zijt gij? Wat zijt gij? Zijt gij
waarlijk dat bekoorlijk wezen, dat ik mij voorstel? Maar denk niet,"
voegde haar blik er bij, "dat ik mij aan u wil opdringen. Ik bewonder
u slechts en heb u lief." En de blik der onbekende antwoordde: "Ook
ik heb u lief; gij zijt een zeer net, innemend meisje. En ik zou
u nog meer liefhebben als ik maar tijd had." En inderdaad was zij,
zooals Kitty zag, onophoudelijk bezig. Nu geleidde zij de kinderen
eener Russische familie van de bron naar huis, dan bracht zij een
plaid voor madame Stahl en wikkelde er haar in, straks beijverde zij
zich om een prikkelbaren zieke te doen bedaren en te verstrooien of
zocht voor dezen of genen koekjes bij de koffie uit.
Kitty drong haar mama haar met mademoiselle Warenka te laten kennis
maken. De vorstin, ofschoon het haar onaangenaam was den eersten stap
tot kennismaking met madame Stahl te doen, won toch informaties omtrent
Warenka in, en daar zij in geen opzicht iets bedenkelijks vernam,
naderde zij zelf het meisje om met haar bekend te worden. Zij had
daartoe het oogenblik gekozen, dat Kitty naar de bron was gegaan en
Warenka bij een bakker inkoopen deed.
"Veroorloof mij met u kennis te maken," zeide zij met haar
vriendelijkst lachje. "Mijn dochter is geheel op u gecharmeerd. U
kent mij misschien niet. Ik...."
"O, dat is volkomen wederkeerig," antwoordde Warenka snel.
"Ik hoor, dat u ook in Mentone geweest is met madame Stahl--uw
tante? Ik ben met haar bellesoeur bekend geweest...."
"Neen, zij is mijn tante niet. Ik noem haar mama, maar ik ben in
het geheel niet met haar verwant, ik ben maar door haar opgevoed,"
antwoordde Warenka licht blozend.
Zij sprak dit alles zoo eenvoudig, en de vrijmoedige en open
uitdrukking van haar gelaat was zoo aantrekkelijk, dat de vorstin
begreep, waarom Kitty met deze Warenka zoo was ingenomen geworden.
Op dit oogenblik kwam Kitty van de bron terug. Haar gelaat straalde
van vreugde, toen zij haar moeder in gesprek zag met de onbekende.
"Nu, Kitty, uw lang gekoesterde wensch met mademoiselle...."
"Warenka," liet deze volgen.
"... bekend te worden, wordt vervuld," zeide de vorstin.
Kitty bloosde van blijdschap en drukte lang en zwijgend de hand
harer nieuwe bekende, die ze onbewegelijk in de hare liet liggen en
den druk niet beantwoordde. Maar, hoewel de hand niet antwoordde,
straalde toch van Warenka's gelaat een stil, blijmoedig, ofschoon
ietwat treurig lachje, dat haar groote, maar fraaie tanden deed zien.
"Ik heb het zelf al lang gewenscht," zeide zij.
"Maar gij hebt het altijd zoo druk...."
"Integendeel. Ik heb haast niets te doen...."
Maar schier te gelijk moest zij haar nieuwe kennis verlaten, want op
dit oogenblik kwamen twee kleine meisjes naar haar toe loopen.
"Warenka, Warenka, mama zoekt u."
En Warenka moest met haar medegaan.