Twee maanden na Anna's terugkomst te Petersburg waren
voorbijgegaan. Haar leven bewoog zich toen weder in de oude sleur. Maar
sedert haar reis naar Moskou zag zij er anders dan vroeger op
neer; weleer werd haar geheele tijd aangevuld door dit leven met
zijn gezellig verkeer, met zijn uitspanningen en zijn gesprekken
over huwelijken, ongelukken, bevorderingen en verplaatsingen; met
zijn zorgen voor kleeding en frisuur; met zijn kleine genoegens en
eerzuchtige verdrietelijkheden en vooral met haar kalmen tot gewoonte
geworden omgang met vader en zoon. Dit leven der conversatiewereld,
dat haar vóór de intrede in die wereld was voorgekomen als een
sterk bewogen en gevaarlijke maalstroom, had zich voor haar in de
werkelijkheid doen kennen als een tamelijk eentonig en rustig leven,
dat de hartstochten op den bodem der ziel liet sluimeren. Het raakte
slechts de oppervlakte van haar bestaan en in de laatste jaren van
haar leven te Petersburg beving haar dikwijls te midden van bals en
partijen een gevoel van matheid en verveling als van het gelijkmatig
ronddraaien van een wiel. Maar sedert haar reis naar Moskou was dit
plotseling anders geworden. Thans was het leven in de groote wereld
haar geen rustig tijdverdrijf meer; nu eens ergerde zij zich over
zijn verveling, huichelarij en dwaasheid, dan weer gevoelde zij zich
te midden daarvan opgewekt en geprikkeld, als toen zij nog als jong
meisje de bals bezocht.
De Petersburger élite vormde toen een afgesloten kring, waarin allen
elkander kenden en elkander bezochten. Maar in dien kring hadden
zich verscheiden kleinere coterieën gevormd. In drie daarvan had
Anna vertrouwde vrienden en intiemeren omgang. Een dier coterieën
was ontstaan door het officiëel verkeer van haar man en bestond
uit collega's en ondergeschikte beambten. Anna herinnerde zich
nog het gevoel van heiligen eerbied, dien zij in het begin deze
persoonlijkheden had toegedragen. Nu kende zij hen allen zoo goed,
als men elkander in een klein provinciestadje kent; zij kende al hun
zwakheden, wist waar ieder den schoen wrong, kende hun verhoudingen
tot elkander en tot het hoofdcentrum en wist in welke punten zij
overeenstemden en in welke zij uiteenliepen; maar deze kring, waaraan
haar echtgenoot door zijn belangen verbonden was, had, in weerwil van
den invloed der gravin Lydia Iwanowna, haar nooit kunnen aantrekken en
zij vermeed hem zooveel zij konde.--Een andere clique, die Anna meer
boeide, was die, waardoor haar echtgenoot Alexander Alexandrowitsch
zijn carrière gemaakt had; het was een vereeniging van bejaarde,
niet schoone, deugdzame en kerkelijk vrome vrouwen en verstandige,
geleerde, eerzuchtige mannen. Een dezer geleerde heeren had dezen
kring als "het geweten der Petersburger wereld" gekenmerkt. Alexei
Alexandrowitsch schatte hem zeer hoog en Anna, die zich zoo gemakkelijk
in alles kon schikken, had ook daar spoedig eenige goede vrienden
gevonden. Nu echter, na haar terugkomst uit Moskou, was die kring haar
onuitstaanbaar geworden. Het kwam haar voor, dat allen huichelden en
het werd haar in hun midden spoedig te ongezellig en vervelend, zoodat
zij het middelpunt, gravin Lydia Iwanowna, zoo zelden mogelijk bezocht.
De derde clique eindelijk, waarmede Anna in betrekking stond, was de
wereld der bals, der diners, der schitterende toiletten, de wereld,
die zich met de eene hand aan het hof vastklemt om toch niet tot de
demimonde af te dalen; want ofschoon haar leden zich verbeeldden veel
hooger te staan, waren zij elkander in smaak, in levensopvatting en
in geheel hun innerlijk wezen vrij gelijk. Anna's betrekking op dezen
kring werd onderhouden door vorstin Betsy Twerskaja, de vrouw van
een harer neven, die een jaarlijksch inkomen van 12000 roebels had
en die Anna van haar eerste optreden af zeer genegen was geworden,
die haar zocht te bekeeren en geheel in haar sfeer te trekken,
terwijl zij Lydia Iwanowna's salon bespotte.
"Als ik eenmaal oud en leelijk ben, zal ik ook zoo worden," zeide
Betsy, "maar gij, zulk een jonge, mooie vrouw, zijt nog niet rijp
voor dat invalidenhuis."
In het begin had Anna zooveel mogelijk den omgang met vorstin
Twerskaja vermeden; want die omgang maakte aanspraak op middelen,
waarover zij niet had te beschikken; ook trokken haar neigingen haar
meer naar de andere richting. Na haar reis veranderde dit geheel. Zij
vermeed haar moraliseerende vrienden en zocht de groote wereld des
vermaaks. Daar trof zij Wronsky aan en die ontmoetingen brachten een
aangename opgewektheid bij haar teweeg. Bizonder dikwijls trof zij
hem bij Betsy aan, die eene geborene Wronsky en zijn nicht was.
Wronsky was overal, waar hij Anna kon ontmoeten, en sprak haar, zoo
dikwijls als hij kon, van zijn liefde. Zij moedigde hem niet aan,
maar telkens als zij hem aantrof, werd haar ziel doorstroomd van dat
levensvuur, dat ontvlamd was, toen zij hem het eerst in den waggon
had ontmoet. Zij voelde het zelf, dat bij zijn aanblik blijdschap uit
haar oogen blonk, een lach op haar lippen zweefde en dat zij niet in
staat was deze teekenen der vreugde te verbergen. Eerst geloofde Anna
zelf, dat zij ontstemd was, omdat hij haar durfde vervolgen, maar
kort daarna, toen zij hem op een soirée, waar zij stellig gedacht
had hem aan te treffen, niet zag, besefte zij door het gevoel van
teleurstelling, dat haar aangreep, dat die vervolgingen haar niet
slechts niet onaangenaam waren, maar dat zij de quintessens van haar
leven uitmaakten.