Toen Oblonsky aan Lewin vroeg, waarom hij eigenlijk was gekomen,
was hij rood geworden en had zich over zich zelf geërgerd, dat
hij het werd, want hij kon toch niet antwoorden: "Ik ben gekomen
om je schoonzuster Kitty ten huwelijk te vragen," hetgeen toch
het doel zijner reis was. De Lewins en Tscherbatzky's behoorden tot
oudadellijke familiën en hadden altijd in vriendschappelijke betrekking
tot elkander gestaan.
Dit verkeer werd nog vertrouwelijker in den tijd, dat Lewin de
hoogeschool bezocht, waar hij met den jongen vorst Tscherbatzky,
den broeder van Dolly en Kitty, studeerde. In dien tijd kwam hij
zeer dikwijls bij de familie Tscherbatzky en verliefde daarop; hoe
zonderling het klinken moge, het was waar. Lewin was verliefd op het
huis, op de familie, vooral op de vrouwelijke leden dezer familie
Tscherbatzky. Hij had zijn moeder nooit gekend, zijn eenige zuster
was veel ouder, zoodat hij sinds den vroegen dood zijner ouders zeer
eenzelvig was opgegroeid. In het huis van vorst Tscherbatzky werd hij
voor het eerst in een oudadellijk, beschaafd en hoogst achtenswaardig
gezin opgenomen.
Alle leden dezer familie, vooral de vrouwelijke, waren voor hem als
van een geheimzinnigen, poëtischen sluier omgeven, en hij zag niet
alleen geen feilen, maar onder dien sluier vermoedde hij de edelste
en uitstekendste beginselen en deugden.
Waarom de drie jonge meisjes altijd om den anderen dag Fransch en
Engelsch spreken en om beurten op bepaalde uren piano spelen moesten;
waarom op bepaalde tijden leeraars in de Fransche en Italiaansche
letterkunde, in muziek, teekenen en dansen kwamen; waarom de drie
jonge dames op bepaalden tijd met mademoiselle Linon in een kales
naar den Twerskoyboulevard reden, allen in met atlas gevoerde pelzen
gehuld, Dolly in een langen, Natalie in een halflange en Kitty in
een korten, zoodat haar slanke voetjes in de strak getrokken kousen
zichtbaar werden; waarom zij daar onder geleide van een met goud
gegalloneerden bediende op en neder moesten wandelen; waarom zij
allerlei verrassingen voor hun vader instudeeren moesten, zooals
concertstukken op twee piano's of Fransche tooneelvoorstellingen;
waarom men Dolly later een horloge schonk, haar een lang kleed naaide
en naar het eerste bal geleide,--dat alles begreep hij niet, maar hij
wist, dat het zoo behoorde en dat het noodig was en hij was betooverd
door de geheimzinnige wijze, waarop dat alles gebeurde.
Het was hem, alsof hij noodzakelijk op een der dochters verlieven
moest, hij wist maar niet op welke. Als student was Dolly zijn ideaal;
die trouwde echter spoedig met Oblonsky. Nauwelijks was Natalie in de
wereld gebracht, of zij trouwde met een diplomaat, Lwoff genaamd. Kitty
was nog een kind, toen Lewin de universiteit verliet.
De jonge Tscherbatzky had bij de marine dienst genomen en verdronk
kort daarop in de Oostzee. Na dien tijd verflauwden de relatie met
de Tscherbatzky's.
Dit jaar was hij bij het begin van den winter om een veetentoonstelling
naar Moskou gekomen, en nu hij Kitty in een lang kleed had weergezien,
Kitty, die er als jong meisje oneindig bekoorlijker uitzag dan
vroeger als kind, nu werd het hem helder, op welke van de drie het
hem voorbeschikt was te verlieven.
Oogenschijnlijk was er voor hem, een twee-en-dertig-jarig man, die
eer rijk dan arm was, niets eenvoudiger, dan de vorstin Tscherbatzky
ten huwelijk te vragen, want naar alle omstandigheden te oordeelen
was hij een goede partij. Maar Lewin was werkelijk verliefd en daarom
kwam Kitty hem in alle opzichten als een zoo volmaakt, zoo boven al
het aardsche verheven wezen voor en beschouwde hij zich zelf als zulk
een nietswaardig schepsel, dat hij er in de verste verte niet aan
denken durfde, dat anderen hem waardig achten zouden haar te bezitten.
Nadat hij als in een droom twee maanden te Moskou doorgebracht en
Kitty bijna dagelijks gezien had, zeide hij plotseling tot zich zelf,
dat er niets van komen kon, en ging naar zijn goederen terug. Hij zag
in zich zelf twee groote gebreken, die hem het recht ontnamen aan haar
te denken: ten eerste, dat hij slechts een eenvoudig grondbezitter en
volgens zijn eigen meening alles behalve een knap man was. Dan zag
hij een anderen hinderpaal in zijn vroegere betrekking tot Kitty,
de verhouding van een volwassen man tot een kind.
Hij hield zich zelf voor een eenvoudig, lang niet innemend man, en zoo
iemand, dacht hij, kon men wel als vriend beminnen, maar om bemind te
worden met zulk een liefde, als hij Kitty toedroeg, moest men in alle
opzichten boven velen uitblinken. Hij had er wel eens van gehoord, dat
vrouwen dikwijls leelijke en alledaagsche menschen lief hadden, maar
dit geloofde hij niet; hij beoordeelde anderen naar zich zelf, en hij
kon slechts schoone, belangwekkende en schitterende vrouwen beminnen.
Na twee maanden alleen op het land doorgebracht te hebben, gevoelde
hij echter, dat het geen voorbijgaande neiging was, zooals hem in
zijn eerste jeugd wel voor korten tijd bedwelmd had, maar dat dit
gevoel hem nu geen oogenblik rust liet, dat hij niet leven kon zonder
de vraag beantwoord te weten, of zij zijn vrouw wilde worden ja of
neen; daarom was hij naar Moskou gekomen met het vaste voornemen
het aanzoek te doen en te trouwen, als hij aangenomen mogt worden,
of.... Neen hij kon zich niet voorstellen, hoe het zijn zou, als zijn
hoop onvervuld bleef.
Met den morgen trein te Moskou gekomen, begaf hij zich naar zijn
oudsten broeder Kosnischeff, kleedde zich en trad diens kabinet binnen
met het voornemen hem zijn plan mede te deelen en zijn raad in te
winnen. Zijn broeder was echter niet alleen. Een bekend professor in
de philosophie was zijn gast.
Sergei Iwanowitsch ontving zijn broeder met het zelfde vriendelijke,
koele lachje, waarmede hij iedereen begroette, en zette na de
wederzijdsche voorstelling zijn gesprek met den professor voort. Na
verloop van een half uur vertrok de gast en wendde Sergei zich tot
zijn broeder.
"Het verheugt mij zeer dat ge gekomen zijt! Hoe gaat het buiten met
onze zaken?"
Lewin wist, dat zijn oudste broeder zich weinig om de bezittingen
bekommerde en er alleen naar vroeg om hem genoegen te doen. Daarom
sprak hij enkel over den tarweoogst en van hun geldzaken. Hij gaf
het voornemen om zijn broeder zijn huwelijksplannen mede te deelen
op, want nadat hij diens gesprek met den professor had gevolgd en
daarna den beschermenden toon had opgemerkt, waarmede Sergei naar de
oeconomische aangelegenheden vroeg (het vaderlijk erfgoed was niet
verdeeld en Lewin beheerde het voor beide partijen), gevoelde hij,
dat deze zijn plannen anders zou beoordeelen, dan hij het wenschte,
en hij dus niet met hem daarover kon spreken.