VI.

Toen Oblonsky aan Lewin vroeg, waarom hij eigenlijk was gekomen,

was hij rood geworden en had zich over zich zelf geërgerd, dat

hij het werd, want hij kon toch niet antwoorden: "Ik ben gekomen

om je schoonzuster Kitty ten huwelijk te vragen," hetgeen toch

het doel zijner reis was. De Lewins en Tscherbatzky's behoorden tot

oudadellijke familiën en hadden altijd in vriendschappelijke betrekking

tot elkander gestaan.

Dit verkeer werd nog vertrouwelijker in den tijd, dat Lewin de

hoogeschool bezocht, waar hij met den jongen vorst Tscherbatzky,

den broeder van Dolly en Kitty, studeerde. In dien tijd kwam hij

zeer dikwijls bij de familie Tscherbatzky en verliefde daarop; hoe

zonderling het klinken moge, het was waar. Lewin was verliefd op het

huis, op de familie, vooral op de vrouwelijke leden dezer familie

Tscherbatzky. Hij had zijn moeder nooit gekend, zijn eenige zuster

was veel ouder, zoodat hij sinds den vroegen dood zijner ouders zeer

eenzelvig was opgegroeid. In het huis van vorst Tscherbatzky werd hij

voor het eerst in een oudadellijk, beschaafd en hoogst achtenswaardig

gezin opgenomen.

Alle leden dezer familie, vooral de vrouwelijke, waren voor hem als

van een geheimzinnigen, poëtischen sluier omgeven, en hij zag niet

alleen geen feilen, maar onder dien sluier vermoedde hij de edelste

en uitstekendste beginselen en deugden.

Waarom de drie jonge meisjes altijd om den anderen dag Fransch en

Engelsch spreken en om beurten op bepaalde uren piano spelen moesten;

waarom op bepaalde tijden leeraars in de Fransche en Italiaansche

letterkunde, in muziek, teekenen en dansen kwamen; waarom de drie

jonge dames op bepaalden tijd met mademoiselle Linon in een kales

naar den Twerskoyboulevard reden, allen in met atlas gevoerde pelzen

gehuld, Dolly in een langen, Natalie in een halflange en Kitty in

een korten, zoodat haar slanke voetjes in de strak getrokken kousen

zichtbaar werden; waarom zij daar onder geleide van een met goud

gegalloneerden bediende op en neder moesten wandelen; waarom zij

allerlei verrassingen voor hun vader instudeeren moesten, zooals

concertstukken op twee piano's of Fransche tooneelvoorstellingen;

waarom men Dolly later een horloge schonk, haar een lang kleed naaide

en naar het eerste bal geleide,--dat alles begreep hij niet, maar hij

wist, dat het zoo behoorde en dat het noodig was en hij was betooverd

door de geheimzinnige wijze, waarop dat alles gebeurde.

Het was hem, alsof hij noodzakelijk op een der dochters verlieven

moest, hij wist maar niet op welke. Als student was Dolly zijn ideaal;

die trouwde echter spoedig met Oblonsky. Nauwelijks was Natalie in de

wereld gebracht, of zij trouwde met een diplomaat, Lwoff genaamd. Kitty

was nog een kind, toen Lewin de universiteit verliet.

De jonge Tscherbatzky had bij de marine dienst genomen en verdronk

kort daarop in de Oostzee. Na dien tijd verflauwden de relatie met

de Tscherbatzky's.

Dit jaar was hij bij het begin van den winter om een veetentoonstelling

naar Moskou gekomen, en nu hij Kitty in een lang kleed had weergezien,

Kitty, die er als jong meisje oneindig bekoorlijker uitzag dan

vroeger als kind, nu werd het hem helder, op welke van de drie het

hem voorbeschikt was te verlieven.

Oogenschijnlijk was er voor hem, een twee-en-dertig-jarig man, die

eer rijk dan arm was, niets eenvoudiger, dan de vorstin Tscherbatzky

ten huwelijk te vragen, want naar alle omstandigheden te oordeelen

was hij een goede partij. Maar Lewin was werkelijk verliefd en daarom

kwam Kitty hem in alle opzichten als een zoo volmaakt, zoo boven al

het aardsche verheven wezen voor en beschouwde hij zich zelf als zulk

een nietswaardig schepsel, dat hij er in de verste verte niet aan

denken durfde, dat anderen hem waardig achten zouden haar te bezitten.

Nadat hij als in een droom twee maanden te Moskou doorgebracht en

Kitty bijna dagelijks gezien had, zeide hij plotseling tot zich zelf,

dat er niets van komen kon, en ging naar zijn goederen terug. Hij zag

in zich zelf twee groote gebreken, die hem het recht ontnamen aan haar

te denken: ten eerste, dat hij slechts een eenvoudig grondbezitter en

volgens zijn eigen meening alles behalve een knap man was. Dan zag

hij een anderen hinderpaal in zijn vroegere betrekking tot Kitty,

de verhouding van een volwassen man tot een kind.

Hij hield zich zelf voor een eenvoudig, lang niet innemend man, en zoo

iemand, dacht hij, kon men wel als vriend beminnen, maar om bemind te

worden met zulk een liefde, als hij Kitty toedroeg, moest men in alle

opzichten boven velen uitblinken. Hij had er wel eens van gehoord, dat

vrouwen dikwijls leelijke en alledaagsche menschen lief hadden, maar

dit geloofde hij niet; hij beoordeelde anderen naar zich zelf, en hij

kon slechts schoone, belangwekkende en schitterende vrouwen beminnen.

Na twee maanden alleen op het land doorgebracht te hebben, gevoelde

hij echter, dat het geen voorbijgaande neiging was, zooals hem in

zijn eerste jeugd wel voor korten tijd bedwelmd had, maar dat dit

gevoel hem nu geen oogenblik rust liet, dat hij niet leven kon zonder

de vraag beantwoord te weten, of zij zijn vrouw wilde worden ja of

neen; daarom was hij naar Moskou gekomen met het vaste voornemen

het aanzoek te doen en te trouwen, als hij aangenomen mogt worden,

of.... Neen hij kon zich niet voorstellen, hoe het zijn zou, als zijn

hoop onvervuld bleef.

Met den morgen trein te Moskou gekomen, begaf hij zich naar zijn

oudsten broeder Kosnischeff, kleedde zich en trad diens kabinet binnen

met het voornemen hem zijn plan mede te deelen en zijn raad in te

winnen. Zijn broeder was echter niet alleen. Een bekend professor in

de philosophie was zijn gast.

Sergei Iwanowitsch ontving zijn broeder met het zelfde vriendelijke,

koele lachje, waarmede hij iedereen begroette, en zette na de

wederzijdsche voorstelling zijn gesprek met den professor voort. Na

verloop van een half uur vertrok de gast en wendde Sergei zich tot

zijn broeder.

"Het verheugt mij zeer dat ge gekomen zijt! Hoe gaat het buiten met

onze zaken?"

Lewin wist, dat zijn oudste broeder zich weinig om de bezittingen

bekommerde en er alleen naar vroeg om hem genoegen te doen. Daarom

sprak hij enkel over den tarweoogst en van hun geldzaken. Hij gaf

het voornemen om zijn broeder zijn huwelijksplannen mede te deelen

op, want nadat hij diens gesprek met den professor had gevolgd en

daarna den beschermenden toon had opgemerkt, waarmede Sergei naar de

oeconomische aangelegenheden vroeg (het vaderlijk erfgoed was niet

verdeeld en Lewin beheerde het voor beide partijen), gevoelde hij,

dat deze zijn plannen anders zou beoordeelen, dan hij het wenschte,

en hij dus niet met hem daarover kon spreken.

Anna Karenina(#13214) · 第 11 / 196 题