"Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,"--hernam prof

PER LUCHTSCHIP "DE ARGONAUT" NAAR MARS

DOOR

Dr. ALBERT DAIBER

NAAR HET DUITSCH DOOR

CATH. A. VISSER

MET VIER PLATEN VAN ANDRÉ VLAANDEREN

N.V. JOHANNES MÜLLER--AMSTERDAM

HOOFDSTUK I.

VOORBEREIDINGEN.

De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere,

doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over

Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.

Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren

aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde

lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk

kan onderscheiden.

Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de

oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.

Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote

Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat

in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte

mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en

grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle

op haar oude, gewone plaats.

't Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig

sterrenbeeld de Orion aan den horizont en spoedig daarna ook Sirius,

de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.

En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren,

scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die

nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde

lichtgevende hemellichamen.

Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de

wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en

trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de

leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak,

waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht

dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het

draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.

Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel

bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van 't

druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming

der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan

zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in 't bijzonder de

aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak

dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte,

waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond,

dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachte rijpte,

om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,--met andere

woorden, die te bezoeken.

Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand

tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.

In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den

geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het

gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische

stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge

vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte

aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer

gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond

inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans

van slagen, te ondernemen.

En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller

bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit

had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór

den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp,

die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en

berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem

lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe

rimpels doorgroefde voorhoofd.

"Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel, die in hun eigenwijsheid

mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn

luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet

waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun

domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd

tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! 'k Wil me

nu alleen aan Mars wijden!" De geleerde stond op. "Ja, ja!" ging hij

na eenige oogenblikken zwijgens voort, "ja, mijn oude, roodachtig

stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat

het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar

te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat

nooit op zich wachten!"

Professor Stiller keek op zijn horloge, "11 uur 42 minuten! Nog 55

seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven,

naar den kijker!" Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die

langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine

vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg

professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade,

waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.

"Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander

snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste

en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en

ontwikkelde wezens huizen!" sprak de geleerde tot zich zelf. "Mars

heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding

slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners

wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel

mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig

gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de

kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb

ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als

verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der

kanalen op Mars!" riep professor Stiller opgewonden uit. "Ja, er moet

op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen,

want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene

nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen,

volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten

der ijsmassa's aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig

uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking,

door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van

hieruit kunnen waarnemen.

Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs

de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug

en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal

wordt heengevoerd! En wat voor menschen moeten dat niet zijn, die daar

op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen

vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen

leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!"----

Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de

levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef

hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.

Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische

onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel

begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de

professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging,

dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.

Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De

stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig

optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit

het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar

had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn

intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die

het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de

frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens

en villa's onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen

punten waren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten

uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in

het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren

lint slingerde.

Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde

Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden,

bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan

aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park

dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen

werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw

waarop met reusachtige letters stond te lezen:

"Luchtschip voor de Mars-expeditie,"

en daaronder:

"Streng verboden toegang."

Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,--een teeken

dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.

Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip

opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld-

en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem

van een tocht buiten den dampkring, door de oneindige aetherlaag,

naar een bepaald doel.

Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond

om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van

allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica

aan eene universiteit.

In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw

van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens

den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde

te staan.

Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden

electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het

besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van

het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige

voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen

moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met

andere geleerde collega's aan de Tübinger universiteit, vastgesteld

geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.

Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot

die opdracht overgegaan.

Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze

in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later

jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor

Stiller hem meer en meer vervreemd van de beide vrienden zijner

jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke

ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.

Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der

Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht

van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit

een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede

een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude

kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald,

onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider

eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd

verbonden te weten met den "Argonaut" zooals het luchtschip heeten

zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven

waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun

oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat

onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking

zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren

waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder

en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben

evenals hij.

Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee

"bekrompen Stuttgarters" overwonnen, doch, tegen dat het werk ten

einde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder

en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen

der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om

in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te

brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van

professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd,

veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder

en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde

zelf had aangegeven.

Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was

gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden

ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan

(daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn

groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige

aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds

was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan

den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest

de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige

vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het

was eenvoudig om dol en razend te worden!--

Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór

zijn drift bedaard en hij weder zichzelf meester geworden was. Maar

zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn

en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan

toch ook bijna niet te dragen.

Professor Stiller's kracht ging 't dan ook bijna te boven en

hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn

observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen

en zijn boosheid te overwinnen.

De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn

ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en

werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer

bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in

geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het

is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen

kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik

het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers

verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den

professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie,

ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men

eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de

aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van

de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht

der aarde en de thans sterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars

dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.

"En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee

ezels!"--en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen

zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, "een streep door

de rekening halen!"

Toornig fronste hij de wenkbrauwen en 't bloed steeg hem naar 't

hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide "binnen" van

den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en

Schnabel aan.

"Lupus in fabula!" merkte de professor glimlachend op, doch plotseling

herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren

had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op

de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De

professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen

te laten.

"Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!" Met deze woorden begroette

de professor de binnentredenden. "Neemt plaats!"--ging hij voort, "en

zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen

aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De

volgende week moeten we opstijgen! 't Koste wat 't wil!"

"Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de

opstijging in den weg zou staan!" merkte Blieder met zijn toonlooze

stem op.

"Wat!"--riep de professor boos uit, "moet ik u, oud architect, die

uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen,

waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?"

In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders

op te halen.

"In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat

kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van

den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!" hernam

de geleerde.

"Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in...."

"Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De

spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en

broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur

in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang

ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat

houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee

dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen."

"Maar...." begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de

rede gevallen.

"Er valt hier niet te "maren!" Wees blij, dat ik, met het oog op

den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie

waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding

van belang moet nog verbeterd worden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op

heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de

gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven,

toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij

hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig,

die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In

's hemelsnaam niet in den bodem!"

"Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!"

"Ja, dàt weet ik ook wel," hernam professor Stiller spottend

glimlachende, "maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig

vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op

Mars aankomen!"

"Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten

aangebracht, daaronder de accumulatoren en...."

"Verdeel de ruimte zooals 't behoort, dan komt de zaak in

orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap

onderweg moet leven?"

"Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte

groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet

te vergeten!" antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van

lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een

aardig buikje verheugde.

"Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten,

maar waarvan leeft een mensch nog meer dan van spijs en drank?!"--

"Natuurlijk van lucht!" antwoordde Schnabel die door die vraag

eenigszins gepikeerd was.

"Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis,

die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het

aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van

de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig

verbruikt zijn."

"Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen

tot berging van gecomprimeerde lucht."

"Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij

behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten

inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig

in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren

reeds heb gezegd is 't met de heele stuurinrichting ook niet in den

haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de

alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe

ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!"

"Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!"

"Blijf me nu als 't u blieft met uw mathematiek van 't lijf, wanneer

die tot zulken tastbaren onzin leidt!" hernam professor Stiller

boos. "Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie. Ik

moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het

gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan

bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans

van slagen."

"Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons

verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit

is het moeilijk naar den zin te maken."

"Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!" liet Blieder er zuchtend op

volgen.

"Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos

zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed

is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we

noodig vertrekken. Mijn collega's in Tübingen, wien ik als datum van

opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van

December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat

er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van

het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de

reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar

niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik

zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald

op aandringen."

"Hoe lang zal de reis duren!" vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar

verlangend om het onaangename onderhoud een meer vriendschappelijke

wending te geven.

"Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger

kunnen vertrekken," antwoordde professor Stiller. "De vier dagen,

die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan,

beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars

staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt

nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden

de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen,

maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten

den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en

in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel

gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben

af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische

stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige

snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid

op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik

reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige

weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden

proviand mede."

"En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat

dan!" vroeg Schnabel nieuwsgierig.

"Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals 't zoo menig natuurvorscher

vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers,

martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden,

toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de

andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar

meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk

voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op

het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap."

"De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans

het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige

plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met

den "Argonaut" weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden

bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd,

zooals nooit iemand te voren!" merkte Blieder op.

"Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,"--hernam professor

Stiller lachend--"moeten we eerst op Mars komen. 't Is best mogelijk,

dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis,

vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest

interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die

op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons,

onze telescopische waarnemingen, dat de wezens die daar wonen op een

hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet

zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen."

"Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!" merkte

Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij

zijn!"

"Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te

blijven!" hernam professor Stiller. "En nu hebben wij genoeg tijd

verpraat. Gauw aan 't werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er

mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn

gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben;

ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij

langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn

reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling

te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt

dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden."

Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.

HOOFDSTUK II.

HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS.

Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende

dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend

bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op

de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt,

was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het

reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het

lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van

den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm,

evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid

van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een

kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.

De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene

einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was

twintig meter.

Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne,

maar buitengewoon sterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover

bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide

op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling

verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de

schuit kon dragen. 't Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.

Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage

gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door

hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone

lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht

en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.

Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter,

procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze

legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor

iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen

werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren

gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel

mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige

gas Argonauton gevuld.

Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te

vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle,

uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewondering der geheele

textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal

daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines,

zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was,

en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd

afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van

caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking

werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien

werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc

bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een

vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit

doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen,

gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld

niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal

van een bestuurbaar luchtschip.

De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote

nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een

mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast

niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde,

de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.

Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim

het hoofd te bieden. De bekleeding van iederen ballon was voorzien

van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden

geregeld.

De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte

specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast

te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg

te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch

overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand

of daarin ook maar eenige wijziging bracht. 't Was op 't oogenblik

het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der

geleerde wereld.

Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit

buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens

met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing

zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover,

ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de

gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in

de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150

graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de

schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige

maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de

tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort

van kasten, tot berging van den voorraad der meest verschillende

voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de

electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer,

binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen

was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in

een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den

luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die

groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet

in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk

maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en

te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij

van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht,

die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden

gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van

electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren

aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde

Weckerlesche stof.

Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als

verticaal mogelijk gemaakt.

De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij

in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht,

zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil van den grooten

voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.

Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen,

die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich

op de open ruimte bevond, stroomden massa's nieuwsgierigen toe, om het

te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei

inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren

nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en

zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij

het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen,

niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun

namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden

valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden

genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren

alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden

en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch

was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze

als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het

begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde

waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden

ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de

verste streken, genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip,

waarmede een tocht in het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.

Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal

bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen,

die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het

in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden

gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door

den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om

geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies

werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol,

maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met

geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog

nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd,

maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf,

was het verkeer bijna levensgevaarlijk. 't Was een aanhoudend woelen

en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in

alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om

dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke

berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo

nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik

werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zou gedurende

vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun

leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene

andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.

De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het

publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens,

dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de

wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in

moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.

Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop

precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou

plaats hebben.

Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide

gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en

den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den

Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de

gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De

fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige

kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te

hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed

uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde

was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgd door de

heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het

touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd,

werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de

hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene

menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen

van het luchtschip volgden.

Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de

Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het

stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en

in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer

naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig,

precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.

Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten

proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk

snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de

Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het

gewenschte doel te bereiken en kon men de meest gunstige resultaten

verwachten.

Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter

uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn

vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte,

toen hij afscheid van hen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.

Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over

het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut

eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het

product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver,

verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend

publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en

de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.

Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa

bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut,

want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde

geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide

komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.

Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van

Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid,

geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het

oogenblik.

Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit

den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een

loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring

dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met

die verwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert

het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het

verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.

Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen

verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen

der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar

zulk een grootsche daad zou worden volbracht.

Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches

gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut

een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.

De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar

toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een

plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de

klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte,

eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.

De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden

als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige,

bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.

Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat

zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet,

die uit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven

geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier

portretten bij duizenden werden verkocht.

De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:

Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.

Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.

Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.

Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.

Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.

Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.

Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.

In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren

langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen

maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers

de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij

uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste

oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden

tot zijne naaste omgeving te richten.

"Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega's van heinde en

ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden

is het in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een

luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen,

niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook--en

dat is het cardinale punt,--daarbuiten door het aetherruim. Ik wil

hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke

eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk

te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen

plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat

het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn

aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de

"onbekende", waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden

houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet

ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie

zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de

dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere,

dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen

leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen

in dienst der algemeene ontwikkeling.

Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand

onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet

terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene

ontroering). Wij zijn dan gevallen als offers van ons beroep, maar het

is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van

de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang

tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega's voor uw

verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze

onderneming betoond!"

Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede

had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte

wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de

gondel stegen.

Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven

klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur

gesloten.

Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen

der touwen.

Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en

meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner,

de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat

hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers

die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het

grootsche schouwspel.

Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad

Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino,

de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaal ter eere van

de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.

In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op

het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner

vaderstad.

Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond

der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.

Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel

hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat

ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze

tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van

anderen te verkleinen.

De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de

hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden

gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester,

dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning

hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot

eereburgers der stad waren benoemd.

De overreiking der diploma's geschiedde onder de feestelijke tonen

van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de

schitterende feestviering besloten.

HOOFDSTUK III.

TUSSCHEN HEMEL EN AARDE.

Geen noemenswaardige luchtstrooming belemmerde het bijna loodrecht

opstijgen van den Argonaut. Het luchtschip bevond zich nog in den

dampkring der aarde, de reeds bereikte hoogte was merkbaar door den

verminderden luchtdruk en het dalen der temperatuur, ook binnen in de

gondel. Professor Stiller, die de geheele leiding op zich had genomen,

sloeg daarom voor, allereerst een eenvoudig avondmaal te nuttigen,

dat wel het laatste zou zijn in de nabijheid van Moeder Aarde, waarvan

men volgens den stand van den barometer reeds 7000 Meter verwijderd

was. Dit voorstel vond algemeenen bijval. De heeren lieten zich het

uitstekende Stuttgarter vleesch en gebak voortreffelijk smaken, en ook

de medegenomen fonkelende roode Neckarwijn werd dapper toegesproken,

voor zoover de geleerde heeren geen onthouders waren.

Na den maaltijd richtte aller opmerkzaamheid zich weder op

de instrumenten. Deze wezen aan, dat de grens van den aardschen

dampkring was bereikt, en men op het punt stond door te dringen in het

onmetelijke aetherruim. De met Xylol gevulde thermometer stond buiten

de gondel reeds op 42° onder nul, en de barometers wezen eene hoogte

aan van 19.950 Meter. In de gondel werden de electrische gloeilampen

ontstoken, nadat reeds van te voren het toestel tot toevoer van lucht

in gebruik was gesteld. Er heerschte in de gondel eene dragelijke

temperatuur, terwijl men gemakkelijk ademhaalde.

De dienst in de gondel was dusdanig geregeld, dat gedurende 24 uur

ieder der geleerden afwisselend 3 uur en 42 minuten de instrumenten

had waar te nemen. Op die manier werd voor een ieder de dienst niet

al te vermoeiend. Alleen professor Stiller had zich voorbehouden om,

indien hij dit noodig oordeelde, dien dienst een zekeren tijd alleen

waar te nemen.

De eerste nacht in de gondel, hoog boven in het aetherruim, ging rustig

en kalm voorbij. De ballon was inmiddels met verbazende snelheid

gestegen. Den 8en December 's morgens om 7 uur, had men eene hoogte

van 90.723 Meter bereikt. De thermometers voor de micavensters van de

gondel wezen de ontzettende koude van 120° aan. Een ondoordringbare

nacht omgaf de luchtreizigers. Geen enkele zonnestraal drong door die

diepe duisternis. Het luchtschip steeg met al grooter en grooter

snelheid, en bewoog zich, gehoorzamend aan het roer steeds in

oostelijke richting.

Tegen den middag wees de snelheidsmeter den kolossalen afstand van

220.000 M. van de aarde aan.

Wanneer het stijgen voort zou gaan in dit, steeds in snelheid

toenemende tempo, dan moesten de luchtreizigers binnen enkele dagen

in de nabijheid van de maan komen, die dan 90° oostwaarts juist in

haar eerste kwartier zou staan.

Per luchtschip "De Argonaut" naar Mars · 第 1 / 9 段