Na vijf dagen schier rusteloos rondtrekken van het eene natuurwonder

naar het andere, kregen wij van den Aigoual uit als een indrukwekkende

slotapotheose het geheel te overzien, als moest ons daar een laatste

overweldigende indruk medegegeven worden op onzen verderen weg.

Wij verfrischten ons in het paviljoen, dat de Alpenclub hier opgericht

heeft, en bezichtigden vluchtig het Observatorium, dat hier sedert

een tiental jaren storm en regen, sneeuw en zuiderzon trotseert. Dit

groote steenen gebouw, 30 M. lang en 15 M. breed, met een toren van 17

M. hoogte, die in een platform eindigt, staat in directe telegraphische

verbinding met het plaatsje Vallerangue en in telephonische met het

houtvestershuis op den Sérreyrède. Gelijkvloers bevindt zich een

groote, zindelijke slaapzaal, waar toeristen à 3 francs de persoon

kunnen overnachten om den zonsopgang te bewonderen. Ook in het refuge

van de Alpenclub, een heel eenvoudig houten paviljoentje, dat met

zes stevige kettingen aan de rots geankerd is, bestaat gelegenheid

om te overnachten, doch het Observatorium is beter ingericht.

Na een zeer mooien, doch langen rit bereikten wij Le Vigan, waar de

trein ons opnam om ons naar het door zijn oude Romeinsche bouwwerken

zoo bekende Nîmes te brengen. In den trein rekenden wij uit, dat het

pas acht dagen geleden was, dat wij Parijs verlieten; 't scheen ons

haast ongelooflijk toe. Achteraf leken ze even zooveel weken.

Het deel der Cevennen, dat wij bezochten en dat ik hier trachtte

te beschrijven,is niet het eenige gedeelte van de streek, dat een

bezoek waardig is. Integendeel; er zijn vele zulke mooie tochten te

maken. Deze bergen bezitten niet de grandiooze schoonheid der Alpen

met hun eeuwige sneeuw en ijs; zij bereiken niet de majestueuse

hoogte der Pyreneeën, welker toppen fier oprijzen in het heldere

licht van den Spaanschen hemel. Zij zijn van een geheel ander genre;

zij hebben andere indrukwekkende schoonheden, die noch de Alpen,

noch de Pyreneeën u aanbieden.

Zijt gij na een bezoek aan de Cevennen niet voldaan, welnu, weinige

uren sporens naar het Zuiden brengen u naar de Pyreneeën, waar het

grootsche circusdal van Gavarnie, evenals de cañon van den Tarn een van

Frankrijks zeven groote natuur wonderen, u dagen, zelfs weken lang zal

kunnen boeien. Welke de andere vijf zijn, hoor ik u vragen. Het zijn:

de Falaises aan de kust van Normandië bij Etretat; het amphitheater

van la Bérarde-en-Oisans in de Alpen van Dauphiné; het massief van

den Mont-Blanc; de omstreken van Cannes en het Estefelgebergte met

hun zee- en Alpenpanorama's; en ten slotte de reede van Toulon.

Doch daarover misschien een volgende keer!

Parijs, September 1906.

AANTEEKENING

[1] Kerktoren in Amsterdam; 85 M. hoog.

Op den Tarn De Aarde en haar Volken, 1909 · 第 3 / 3 段