UE. brief heb ik op dit ogenblik ontfangen. Ik was goet bekent met

Commandant P. L. Uis. Ik was zame met hem op Comando tegen Mossellekats

in 1837. Zijn vrouw haar geboren naam is Allida Uis. Laas was zij

getrout met Andreas Spies. Nadat Uis terugkwam van Mossellekats, is hij

teruggegaan na zijn trek. Ik geloof zijn trek was in de nabijheid van

de zendeling Artsebel, het moet in de nabijheid wesen van Blomfontijn,

daarvan is ik niet zeker. Toen is hij dadelijk na Natal getrokken, en

mijn Vader was bij Maritz, en met onse terugkom van de Comando, is

wij ook na Natal getrokken. Dat was in Desember 1837. Uis is in Natal

ingekomen in 1838, het was na die groote moort. Op den 5 April 1838,

trok Uis uit met 300 man. Ik was ook een. Het was een Paarde Commando.

Wij is op een Zaterdag uitgetrokken. Wij waren Zondag aan die Revier,

die nuw Zondags Revier genoemt wordt. Wij hebt den geheele dag daar

overgebleven en den Heer Carel Landman hebt Godsdiens gehouden. Maandag

morgen is wij van daar door de Buffels Revier. Dingsdag avont krijg onse

spioenen de Soelas Commando in gesig. Zij is dieselve nagt, omtrent een

uur te Paart achteruitgegaan in die rigten van Dingaan. In den morgen

namen wij de rigten naar Dingaan. Wij waren niet ver of wij zag een

Comando een berg uittrek van omtrent 20 duisent man, en een ent verder

sag wij ook een Soela Commando. Wij hebt gegaan omtrent een mijl van die

berg waar de Soelas optrok, toen verdeelde Uis ons in twee. Hij stelde

den Heer C. Lantman aan over die eene gedeelte. De Commandanten hat

uitgemaak, dat Uis moes bij de hant Paarden blijven, dat was omtrent een

mijl van de berg. De rede was dese: Als wij die slag verloor, en Uis kom

op, dat wij weder nuwe moet souw krijgen. En den Heer H. Potgieter was

Commandant over de ander 150 man, waar ik een van was. C. Lantman trok

die berg uit met de 150 man. Toen hij boven was, was hij onder schoot,

in den tijd van tien manuten hat hij de overwinning, en die Kaffers

stroom van alle kante de berg af. Potgieter was zeer kout blijf staan,

aan dese zijde van een spruit. Toen breek daar omtrent tien man onder

hem uit, waar ik een van was, en wij storm die Soelas, maar dat, dat was

voor ons te veel, wij moes de rug geven. Ik stont op die regterkant,

mijn maats op die linkerkant, die hat al gerittereer, toen hoor ik

een de naam des Heeren aanroepen. Het was Adolph Bota, zijn Paart hat

geval en leg op zijn linkerbeen, hij schop hem op zijn kruis, maar dat

was vergeefs. Ik sprongde op mijn Paart. Toen ik bij hem kwam, was de

naatste Kaffer zoo na, hij moes maar steek. Ik jaag die Kaffer zoo na,

dat hij moes pat geven. Zoo als ik op hem kwam, hij na Bota, en ik

glij bij hem voorbij. Ik schoot hem in de volle loop de nek af, en die

kruit slaat Bota zijn Paart op, en hij vlieg naar onse Comando, die was

omtrent een mijl. Toen ik mijn Paart tot stilstant krijg, sag ik Kriger

voor de Kaffers hart loop. Ik en mijn Neef M. Oosthuyse wij jaag na

Kriger, maar wij hat geen kans om hem te redden. Mijn neef hat een

schoot bokhagel op. Hij schoot die voorste Kaffer op de linkerzij, hij

hat zijn part. Toen kwam Harmanis Potgieter, en hij seg aan Kriger om

de Paart zijn staart te vat. Toen hij weggaat, gooi de Kaffer en hij

raak die Paart in zijn regter bout, toen moes wij vlugten, zoo hart als

wij kon. Wij jaag ons tegen een groote sloot vas. Ten laatste krijg wij

tog een voetpat, vandaar drijf de Kaffers ons. Toen wij bij die hant

Paarden kwam waren zij gevlugt, en toen hoor wij dat Uis vrijwilligers

gevraagd hebt, om een Labuschagnie te gaan helpen, zijn Paart was vlouw.

Toen riep hij vrijwilligers. Toen die van hem gaat, toen seg hij:

»Kom Dirkie!" en hij jaag se na. Hij sijde dat is niet manne werk, om

vrijwilligers te roepen en achter te blijven, en die Soela mag was te

groot. Kriger is bij ons gevallen, Labuschagnie, 2 Uisen, 3 Malangs,

3 Nels. Commandant wert gekwest en Dirkie is ook daar vermoort. Hij

krijg de gooi in zijn regterheup, de groot aar af, hij bloede vreeslijk.

Nadat hij gekwets was, val Jan Mijer zijn paart, en zijn geweer en hoet

blijf daar. De Kaffers was te na. Uis het een groote Paart. Hij zeg aan

Mijer, »Spring achter mij op." De Paart schopte Mijer op zijn borst;

toen gaf Uis hem de stijgbeugel en hij sat achter Uis, en zij vang de

Paart van Mijer. Toen is Uis nog een ent op zijn Paart gereden, toen

wort hij vlouw en val van die Paart. Toen hebt die mannen hem weder op

geholpen, toen val hij weder af, toen sijde hij: Laat mij maar staan,

het is met mij gedaan. Toen sij hij: Houw God voor oogen, en veg voor

julle land, en kijk naar mijn vrouw en kinderen.

Wat ik U verhaalt hebt van die vrijwilligers was ik niet in persoon bij.

Mijn Zwager Piet Rudolph was daar bij; hij hebt mij verhaalt. Ik geloof

of ik er selfs bij was. Hij was een Respektabele man voor die waarheid.

Omtrent mijn selfs. Ik schaam mij altoos om mijn daden bekent te maken.

Noem Gij dat niet dapper van Uis.

In liefde noeme ik mij Uw vriend.

Kijk niet na de vouten.

M. J. Oosthuyse.

Ik kan bijvoegen dat mijn manuskript reeds gereed was, toen de brief van

de waardige oude voortrekker mij ter hand kwam; anders zou waarschijnlik

het XIII Hoofdstuk van mijn boekje enigszins gewijzigd zijn.

Noot [2] (Bladz. 34).

Het volgende telegram verscheen in de Zuid-Afrikaanse Nieuwsbladen. Het

is vertaald uit 't Engels. De Goeverneur daarin vermeld, is Sir Hely

Hutchinson.

De Dingaan moorden.

Standbeeld onthuld.

Pietermaritzburg, 18 Februarie 1897. (Reuter's Agentschap) »In de

tegenwoordigheid van verscheiden leden van het Ministerie en de

Wetgeving, en een grote verzameling van Hollandse Kolonisten, onthulde

de Goeverneur gisteren het standbeeld, opgericht ter nagedachtenis

van »De Voortrekkers" die in de moorden van Dingaan in 1838 vielen te

Moordspruit Distrikt Weenen, op de plek waar de moorden plaats vonden.

Eerw. G. Marais en Eerw. A. M. Murray van de Nederduits Gereformeerde

Kerk, hielden toespraken. Laatstgenoemde zei, dat er geen enkele

afkeurende stem was, toen het aan de hand werd gegeven, dat de plechtige

onthulling door de Goeverneur zou worden gedaan. De Hollandse bevolking,

die onder de regering van de Goeverneur woonde, wenste van deze

gelegenheid gebruik te maken, om hun waardering uit te drukken van de

voorzichtige en verstandige houding, een jaar geleden door de Goeverneur

ingenomen, toen hij geroepen werd naar de Transvaal.--Vóór de Goeverneur

de vlaggen van Engeland en Holland, waarmede het monument gedekt was,

verwijderde, hield hij een aanspraak, waarin hij klem legde op het

standvastige, onwankelbare besluit van de Voortrekkers, en zei dat het

Britse volk buitengewoon vatbaar was, om de opofferingen te waarderen

van het ras, waarvan zijn toehoorders waren ontsproten. Hij beschouwde

het feit dat hij, als Vertegenwoordiger van de Koningin, uitgenodigd

was om de laatste plechtigheid van de onthulling van dit monument

uit te voeren, als een bewijs van de waardering van de rechtvaardige,

onpartijdige en voorspoedige Regering, waaronder zij en hun vaderen

geleefd en gebloeid hadden in Natal, en van hun gehechtheid aan hun

grote en machtige Soeverein de Koningin."

Noot [3] (Bladz. 38).

De Uijsklip. Aan de voet van deze steen hebben de Emigranten Boeren,

ten Noorden van de Oranje Rivier, in Oktober 1836, de eerste openbare

bediening van het Evangelie genoten, na hun vertrek uit de Kaapkolonie.

Lang waren zij van het voorrecht, de Hollandse Zuid-Afrikaan steeds zo

dierbaar, verstoken geweest, een leraar in hun midden te hebben. Bij

deze gelegenheid werden er huweliken voltrokken, de Doop bediend en het

Heilig Avondmaal gevierd. De klip is van zandsteen, omtrent drie voet

hoog, en wordt in het museum te Bloemfontein bewaard.

Hier volgt een afbeelding:

+-----------------+

| |

| 1837. Kerk |

| |

| K. S. P. UIJS. |

| |

| F. J. UIJS. |

| |

| J. J. UIJS. |

| |

| Uijsklip. |

| |

| ............... |

| ............... |

| ............... |

| |

| I. F. UIJS. |

| |

+-----------------+

Het opschrift op de steen moet toegeschreven worden aan een lid van de

familie Uijs, en schijnt later er op te zijn gegrift.

Noot [4] (Bladz. 51).

Isibonga. Hoe zonder betekenis of samenhang, ja, bijna dwaas de isibonga

voor de blanke moge klinken, voor de Zulu heeft hij een diepe, verheven

mening. Dit zal blijken uit de volgende isibonga van Panda, de broeder

en opvolger van Dingaan.

1. Gij broeder der Tshakas. Voorzichtige doorwader,

2. Een zwaluw die door het luchtruim vloog;

3. Een zwaluw met een ruige borst;

4. Wiens beesten altoos zo opgehoopt waren

5. Dat zij struikelden, om plaats te vinden als zij liepen.

6. Gij valse bewonderaar van de dapperheid van anderen

7. De dapperheid, die gij toonde in het gevecht van Makonko.

8. Van het geslacht van N'dabazita, laadstok van brons,

9. Overblijver van alle stokken;

10. Andere werden gebroken, maar deze lieten zij in het roet,

11. Denkende hem op een regenachtige, koude dag te verbranden.

12. Dij van de os van Inkakuvini,

13. Altijd heerlik, indien het slechts gebraden is,

14. Maar altoos smakeloos indien gekookt,

15. De Maukebese vrouw is verheugd,

16. Zij heeft de luipaarden van Jama gezien

17. Te zamen vechtende tussen de Makonko.

18. Hij ging door tussen de Intuma en Ihliza.

19. De Hemeling die donderde tussen de Makonko.

20. Ik prijs U, o Koning! Zoon van Jokwane, de zoon van Undabu.

21. De genadeloze tegenstander van iedere samenzwering.

22. Gij zijt een Olifant! een Olifant! een Olifant!

23. Glorie zij U! Gij Koning die zwart zijt!

De betekenis van deze isibonga is de volgende:

1 zinspeelt op de listigheid waarmede Panda de grensrivier overtrok uit

het gebied van Dingaan toen deze hem wilde doden.

2 en 3 slaan op dezelfde gebeurtenis, daar hij, bij zijn vlucht, evenmin

een spoor naliet als een zwaluw in de lucht.

4 en 5 wijzen op zijn rijkdommen: het groot getal vee dat hij bezat.

6 stelt, dat Panda zonder eigendunk was, en meer van de macht van

Dingaan dacht, dan die wel verdiende; terwijl 7 de grond voor deze

stelling aangeeft, daar Panda Dingaan bij Makonko versloeg.

8 tot 11 hebben betrekking op de wijze waarop de Zulu's stokken bewaren,

bereiden en harden, terwijl Panda vergeleken wordt bij een harde stok.

12 tot 14 vergeleken Panda, door ondervinding en tegenspoed gebraden,

met een gelijk aan het heerlikste rundvlees.

15 tot 18 zinspelen op de hoofdvrouw van Panda, die van Maukebe kwam,

en getuige was van zijn sluwheid en moed.

19. Hemeling ('t klinkt bijna Chinees), is een vertaling van het woord

»Zulu", dat »Hemelvolk", »Volk van de lucht" betekent.

20 slaat op het dapper voorgeslacht van Panda.

21 zinspeelt op het doorzicht waarmede hij alle samenzweringen tegen

zich ontdekte; en de gestrengheid waarmede hij die strafte.

22 is een herhaling van de isibonga waarmede hij steeds begroet werd,

en 23 is een beroeming op het zwart zijn van de Koning, geldende onder

de Zulu's: Hoe zwarter van vel, hoe zuiverder van bloed en afkomst.

Noot [5] (Bladz. 56).

Naamlijst der mannen met Retief vermoord; bijna zonder uitzondering

namen, die in Zuid-Afrika nog overal worden gehoord. Zij waren: Dirk

Aucamp, Willem Basson, Johannes de Beer, Matthijs de Beer, Barend van

der Berg, Pieter van der Berg Sr., Pieter van der Berg Jr., Johannes

Beukes, Joachim Botha, Gert Bothma Sr., Gert Bothma Jr., Christiaan

Breitenbach, Johannes Brits, Pieter Brits Sr., Pieter Brits Jr., Pieter

Cilliers, Andries van Dijk, Marthinus Esterhuijzen, Samuel Esterhuijzen,

Hermanus Fourie, Abraham Greyling, Reinier Grobbelaar, Jacobus Hatting,

Thomas Halstead (een Engelsman), Jacobus Hugo, Jacobus Jooste, Pieter

Jordaan, Johannes Klaassen, Abraham de Klerk, Jacobus de Klerk, Johannes

de Klerk, Balthazar Klopper, Koenraad Klopper, Lucas Klopper, Pieter

Klopper, Hendrik Labuschagne, Barend Liebenberg, Daniel Liebenberg,

Hercules Malan, Karel Marais, Johannes van der Merwe, Pieter Meyer,

Barend Oosthuisen, Jacobus Opperman Sr., Jacobus Opperman Jr., Frederik

Pretorius, Johannes Pretorius, Marthinus Pretorius, Matthijs Pretorius

Sr., Matthijs Pretorius Jr., Pieter Retief, Izak Robbertse, Johannes

Robbertse, Christiaan van Schalkwijk, Gert Scheepers, Johannes

Scheepers, Marthinus Scheepers, Stephanus Scheepers, Stephanus Smit,

Pieter Tante, Gert Visagie, Stephanus van Vuuren, Hendrik de Wet en

Johannes de Wet.

Noot [6] (Bladz. 90).

Wapenzang van Dingaan. Van deze krijgszang heb ik slechts enige regels,

vrij samengesteld, gegeven. De werkelike zang is als volgt:

Gij hongerig kroost van Umpikazi,

Loerende op der mensen vee,

Vogel van Maube, snel als een kogel,

Glad, rechtop uit schone delen samengesteld.

Uw vee zoals de honingkoeken der bijen.

O kudde, te groot, te opeengedrongen om te bewegen.

Verslinder van Moselikatse, zoon van Machobane,

Verslinder van 'Swasi, zoon van Sobuza,

Verbreker van de poorten van Machobane,

Verslinder van Gundave van Machobane,

Een monster in gestalte, van vreselike kracht.

Verslinder van Ungwati van oude afkomst.

Verslinder van de koninklike Uomape;

Gelijk de Hemel boven ons, regenende en zonschijnende.

Noot [7] (Bladz. 194).

Naamlijst van gesneuvelden in de slag van Italeni: Pieter Lafras Uijs,

Dirk Cornelis Uijs, Josef Kruger, François Labuschagne, David Malan,

Jacobus Malan, Johannes Malan, Louis Nel, Pieter Nel en Theunis Nel.

Deze lijst is zonder enige uitweiding, een stilzwijgend bewijs van

liefde en trouw onder bloedverwanten, en toont hoe mannen uit hetzelfde

geslacht elkander te hulp snelden, en te zamen de dood vonden.

Noot [8] (Bladz. 200).

Naamlijst van gesneuvelden in de slag van Endouda Kusuka, voor zoverre

bekend: Robert Biggar, Henry Batt,--Blankenberg (een Boer), John Cane,

Thomas Carden, John Campbell, Robert Joyce,--Lovedale,--Ogle, John

Russell, John Stubbs, Richard Wood en William Wood.

+-----------------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: In wens de indruk niet te |

| C: Ik wens de indruk niet te |

| B: Vaderland mijder kinderen, mijn aangenomen |

| C: Vaderland mijner kinderen, mijn aangenomen |

| B: onmisbaar somtijds als- wapen, |

| C: onmisbaar somtijds als wapen, |

| B: als met een auerool kroonden, verried |

| C: als met een aureool kroonden, verried |

| B: begon de enigzins gegriefde schildwacht |

| C: begon de enigszins gegriefde schildwacht |

| B: goed, Louis! viel de Kommandant hem |

| C: goed, Louis!" viel de Kommandant hem |

| B: gegeven hebben". |

| C: gegeven hebben." |

| B: en broer niks overkomen. ik ben |

| C: en broer niks overkomen. Ik ben |

| B: aankomen. In herken duidelik de |

| C: aankomen. Ik herken duidelik de |

| B: scherts had verbreid, in droevige onrust |

| C: scherts had verbeid, in droevige onrust |

| B: alle kanten gedaar werden, gaf |

| C: alle kanten gedaan werden, gaf |

| B: stem ener vrouw. Sanie was haar man |

| C: stem ener vrouw. Sannie was haar man |

| B: de leden van de Krijgsrad in bijna plechtige |

| C: de leden van de Krijgsraad in bijna plechtige |

| B: hand gebruiken, drie wraak uit te oefenen |

| C: hand gebruiken, die wraak uit te oefenen |

| B: een goed maal gersterkt en door behoorlike |

| C: een goed maal gesterkt en door behoorlike |

| B: Amen. |

| C: Amen." |

| B: zijn zijde. Ze merkte ik ook op, hoe |

| C: zijn zijde. Zo merkte ik ook op, hoe |

| B: integendeel, een innige belangsteling in, |

| C: integendeel, een innige belangstelling in, |

| B: niet alleen laten doen Nee, niet waar? |

| C: niet alleen laten doen? Nee, niet waar? |

| B: braaf van jou en Galant Help nu alles voor |

| C: braaf van jou en Galant. Help nu alles voor |

| B: dat ik gegronde reken had om Natal |

| C: dat ik gegronde reden had om Natal |

| B: hen te bespringen Eindelik was de akte |

| C: hen te bespringen. Eindelik was de akte |

| B: het Sikonyella hebt gedaan Nee, morgen |

| C: het Sikonyella hebt gedaan. Nee, morgen |

| B: dat hij een der oudste induna's was. |

| C: dat hij een der oudste induna's was."" |

| B: O. Grote Olifant, Eter der mensen! |

| C: »O, Grote Olifant, Eter der mensen! |

| B: lichaam van de helfdhaftige leidsman der |

| C: lichaam van de heldhaftige leidsman der |

| B: onder u, als leider scharen." |

| C: onder u, als leider, scharen." |

| B: »Mijn vriend, antwoordde Uijs, |

| C: »Mijn vriend," antwoordde Uijs, |

| B: mijn jonge vriend!" Het zal een |

| C: mijn jonge vriend! Het zal een |

| B: hebben bereikt. |

| C: hebben bereikt." |

| B: zeker morgen komen zien. |

| C: zeker morgen komen zien." |

| B: scheidden de tweede vrienden voor |

| C: scheidden de twee vrienden voor |

| B: inlichting verlangd. Ne enige tijd |

| C: inlichting verlangd. Na enige tijd |

| B: hij vriendelik. »ja, ik was diep |

| C: hij vriendelik. »Ja, ik was diep |

| B: doen zal vinden. Mijn vriend, |

| C: doen zal vinden." Mijn vriend, |

| B: dat de Engelsen an de Baai zouden |

| C: dat de Engelsen aan de Baai zouden |

| B: belangeloosheid gezond verstand en rijpe |

| C: belangeloosheid, gezond verstand en rijpe |

| B: niet voortbestaan. God geeft Pieter Retief, |

| C: niet voortbestaan. God heeft Pieter Retief, |

| B: »De Luipaardvangers. |

| C: »De Luipaardvangers." |

| B: daar zal zeker water zijn. |

| C: daar zal zeker water zijn." |

| B: zij weldra de vallei bereikt." |

| C: zij weldra de vallei bereikt. |

| B: zei tot |

| |

| Dirk: »Toe kleinbaas, drink; |

| C: zei tot Dirk: »Toe kleinbaas, drink; |

| B: je gewond, outa? riep hij hem |

| C: je gewond, outa?" riep hij hem |

| B: grote keten vangst aan in het Zuiden |

| C: grote keten vangt aan in het Zuiden |

| B: stromen naar alle winstreken voort, om |

| C: stromen naar alle windstreken voort, om |

| B: vrolike tinten geleurd, lachend en |

| C: vrolike tinten gekleurd, lachend en |

| B: zijn gezin tot berustig en kalmte. |

| C: zijn gezin tot berusting en kalmte. |

| B: vergadering van de voormanen van zijn trek |

| C: vergadering van de voormannen van zijn trek |

| B: hele wereld weer recht,' |

| C: hele wereld weer recht," |

| B: »Broeders,' zei Frans van Staden. »met |

| C: »Broeders," zei Frans van Staden, »met |

| B: enige ogenblikken silte in de vergadering, |

| C: enige ogenblikken stilte in de vergadering, |

| B: »Mijn broeder" zei Cilliers, »vraag |

| C: »Mijn broeder," zei Cilliers, »vraag |

| B: oom Sarel," antwoorddde Potgieter, |

| C: oom Sarel," antwoordde Potgieter, |

| B: taal der Boeren spreken, kon hij |

| C: taal der Boeren spreken kon hij |

| B: Doris uit: »Maar dit zit iets |

| C: Doris uit: »Maar daar zit iets |

| B: Wat doe je hier, outa? |

| C: Wat doe je hier, outa?" |

| B: luisterenden zich openden en Louis Nel met |

| C: luisterenden zich opende en Louis Nel met |

| B: Boeren bij Umkungunhlove wilde slachten, |

| C: Boeren bij Umkungunhlovo wilde slachten, |

| B: dat zijn naam? riep Makoni uit, |

| C: dat zijn naam?" riep Makoni uit, |

| B: Cilliers tot Biggar: »wil zo goed zijn |

| C: Cilliers tot Biggar: »Wil zo goed zijn |

| B: toegelaten worden tegenwoordig te zijn. |

| C: toegelaten worden tegenwoordig te zijn." |

| B: verhefren. Ons plan moet echter |

| C: verheffen. Ons plan moet echter |

| B: dat Mazesi, zijn boze geest er niet |

| C: dat Mazesi, zijn boze geest, er niet |

| B: het lager, en Dutulu spoede zich |

| C: het lager, en Dutulu spoedde zich |

| B: weinige ogenbliken op ons zal werpen, |

| C: weinige ogenblikken op ons zal werpen, |

| B: over. dan dat ik afdaal en de kraal binnenga. |

| C: over, dan dat ik afdaal en de kraal binnenga." |

| B: in de kraal achterlaten." |

| C: in de kraal achterlaten."" |

| B: Zulu en Nougalazi. Mijn broeder heeft |

| C: Zulu en Nongalazi. Mijn broeder heeft |

| B: hier te plaatsen". Hij sidderde, |

| C: hier te plaatsen." Hij sidderde, |

| B: snel weer verdwijnede Zulu's, deze |

| C: snel weer verdwijnende Zulu's, deze |

| B: door een dichtaangeschaarde Zulu impi, |

| C: door een dichtaaneengeschaarde Zulu impi, |

| B: »Kommandant de achterhoede is op |

| C: »Kommandant, de achterhoede is op |

| B: was er niet. »Broeders,' antwoordde |

| C: was er niet. »Broeders," antwoordde |

| B: van de vijand vallen. »Nee, |

| C: van de vijand vallen." »Nee, |

| B: broeder, antwoordde Uijs, |

| C: broeder," antwoordde Uijs, |

| B: Nadat dit geweer-borbardement geruime tijd |

| C: Nadat dit geweer-bombardement geruime tijd |

| B: hetzelfde ogenblik wierp een zulu hem |

| C: hetzelfde ogenblik wierp een Zulu hem |

| B: aanvoerders de dood. |

| C: aanvoerders, de dood. |

| B: gericht, door zoals hij schrijft, »de oude |

| C: gericht, door, zoals hij schrijft, »de oude |

| B: gevallen, Labuschagnie, 2 Uisen, 3 Malangs. |

| C: gevallen, Labuschagnie, 2 Uisen, 3 Malangs, |

| B: achter mij op. De Paart schopte |

| C: achter mij op." De Paart schopte |

| B: Goeverneur daarin vermeld, dat Sir |

| C: Goeverneur daarin vermeld, is Sir |

| B: en machtige Soeverein de Koningin. |

| C: en machtige Soeverein de Koningin." |

| |

+-----------------------------------------------------+

End of Project Gutenberg's Piet Uijs, by Christaan Willem Hendrik van der Post

Piet Uijs, of lijden en strijd der voortrekkers in Natal · 第 13 / 13 段