Tot staving van hetgeen wij in ons eerste deel over de oorspronkelijke
kerk van Tegelen hebben medegedeeld, strekken niet weinig de volgende
aanteekeningen en oorkonden betrekkelijk Reuver en Beesel. Deze
bescheiden vinden hier des te gereeder plaats, omdat gemelde plaatsen,
onder meer dan een opzicht met ons vaderdorp in betrekking stonden[56].
De voormalige _St. Lambertuskapel_ te Reuver was gelegen op een’
heuvel genaamd »in de Ozandbergen” tegenover het kasteel van Kessel,
(castellum Menapiorum) en langs den zoogenaamden »Keulschenweg”. Tijd
en jaartal der opbouwing dier kapel verliezen zich in de oudheid;
zooveel echter meent men te weten, althans de overlevering verhaalt het
zoo, dat dit gebouw oorspronkelijk zou opgericht zijn als wachthuis en
wel ten tijde, dat het kasteel te Kessel gebouwd werd, alzoo lang voor
de christelijke tijdrekening.
Op het einde der zevende eeuw, toen de HH. Willibrordus en Lambertus
het Evangelie in deze landstreken verkondigden, zou, luidens de
overleving, het vroegere wachthuis in een Christentempel zijn veranderd
geworden, ten gerieve van drie bevolkte plaatsen of gehuchten, nl.
Beesel, Reuver en andere meer verspreide woningen. De H. Plechelmus,
dus beweert men; las meermalen aldaar de H. Mis. Naderhand bleef deze
kapel tot parochiekerk van Beesel dienen, tot dat op die plaats in de
14^{de} eeuw een grootere tempel werd opgetrokken. Deze is in 1840
door een nieuwe kerk vervangen.
Ten jare 1300, toen wegens allerlei rampen, gebrek aan priesters
bestond, kwamen de Predikheeren van Maastricht alhier de zieken en
stervenden bijstaan, en genoten van de dankbare geloovigen der drie
gehuchten vaste inkomsten in vruchten. Van dien tijd af tot 1793 is
het gebruik steeds bijgebleven dat jaarlijks op het feest van den H.
Lambertus (17 September) een Predikheer uit Maastricht hier de H. Mis
kwam lezen en prediken. De inzameling der vruchten was bereids door de
Paters zelven afgeschaft.
Den 7 April 1661 werd aan de kerk van Beesel een’ kapelaan toegezegd.
Alle inkomsten, eigendommen, onder welken titel of benaming ook,
werden van de kapel afgenomen en tot oprichting en instandhouding
der kapelanij van Beesel aangewend, onder uitdrukkelijke bepalingen:
dat de tijdelijke kapelaan van Beesel tevens rector zou zijn van de
kapel en verplicht zoude wezen op alle Zaterdagen in de kapel de H.
Mis te lezen. Vervolgens moest de kapelaan op St. Lambertusdag, die
plechtig gevierd werd, den pastoor, den beheervoerders en den zangers
twee rijksdaler betalen voor bewezene diensten. Wijders moest hij den
pastoor behoorlijk onderhoud verschaffen als deze in de kapel kwam
helpen biecht hooren. Eindelijk stond nog ten laste van den kapelaan:
de instandhouding van den kapelbouw, de aanschaffing en verzorging der
benoodigde gewaden, sieraden enz.
In 1787 den 9 Mei werd een rector-curaat aan deze kapel aangesteld door
den toenmaligen bisschop van Roermond. Toen na de Fransche omwenteling
geen geregelde dienst meer kon plaats hebben, werd de kapel aan haar
eigen lot overgelaten. Spoedig daarna bouwvallig geworden, stortte zij
eindelijk in puin, op den 9 Februari 1830.
Kort daarop, den 3 Maart reeds van hetzelfde jaar, sloegen de inwoners
van Reuver de handen aan het werk en richtte in de kom der plaats
eene nood-kapel op, in afwachting van een nieuwe kerk met welker
bouwing spoedig een aanvang gemaakt werd. Deze was in 1833 reeds in
zooverre voltrokken, dat zij den 17 Juni door den Hoogeerwaarden
Heer Deken van Venlo kon worden ingezegend. ’s Jaars daarna werd ook
het kerkhof gewijd. In datzelfde jaar werd Reuver van de moederkerk
Beesel afgescheiden en tot parochie verheven. De scheiding werd door
Gedeputeerde Staten, den 25 Juni 1834, erkend en goedgekeurd. De
WelEerw. Heer Theodorus van Wylick was de eerste pastoor der nieuwe
parochie.
Copie der Brieven van octroy van de kapelle van het kerspel Beesel om
eene vrye Jaermerckt den 16 July 1689.
Carel by der gratie Godts Coninck van Castilien, Hertogt van Gelre
doen te weten, dat wy hebben ontvangen die supplicatie van H^{re} Joes
Beurskens Capellaen tot Beesel, ende rector van de Capelle van St.
Lambert aldaar gelegen, inhoudende hoe dat dezelve door ouderdom ende
voorige Crijgstroubelen soodanigh wore onderkomen, ende geruïneert,
datten Heere Remmt met de grootste moeijten van de wereldt deselve
wederom hadde moete repareeren, ende in goede staet stellen, waartoe
sijne Hooghw: ook de goedheijdt hadde gehadt van bij sijne Pauselijcke
Heijligheidt einen vollen aflaet te verkrijgen, voor alle persoonen,
die in loco hunne devotie souden doen, ende alzoo de zelve Capelle
volgens de gemeijne traditie in de haer figure ofte form naer alle
waerschijnelijkheijdt, wore gebauwt, in den tijdt alswanneer deze
Landen alnoch heijdens waeren, ende over sulkx naer de bekeeringe
indezelve den eersten Christelyken ende Cattolijken godtsdienst
wore begonst, soo wore t’ dat d’ inwoenderen van tijde tot tijde de
voorss: antiquiteijt hadden soeken te conserveeren, ende eijntelijk
sijne opgete Hooghw: gedient geweest, om deselve met de voorss:
indulgentiën te vercieren, waeromme den H^{re} Supplt uijt einen
puijren iver tot meerdere eere, ende glorie Godts ook geerne soude
sien, dat allen sijnen arbeijt eenigen effecte mochte sorteeren ende
hij eenige middelen conde becommen, om de gemelte Capelle voor alle
toekommende hervallinge te verseekeren, derhalve mit wille en consent
van sijne glte Hooghw: ende advis van andere godsdienstige persoonen
nodigh gevonden, om eenige privilegie bij die van onsen raede met
alle oedtmoedigheijdt te solliciteeren, te weten: het Recht van eenen
Jaar ende peerde merckt, waar door meerdere occasien van offer tot
herstellingen van t’ voorss: oudt Godts huijs soude worden gegeven,
ende gemerckt, daar bij niemant en waere gepreejuditieert in t’ geheele
ampt van Montfort, alwaer geene jaermerckten, en wierde gehouden,
dan ter Contrarien voor alle naebuyrighe plaetsen profijtelijk ende
dienstelijck soude wesen, vermits die plaetse ook tusschen Ruremonde
ende Venlo gelegen verre op eene seer bequaeme situatie gelijck sijne
voorss: Hooghw: deselve ettelijke reijsen gevisiteert hebbende, soude
komen verclaeren, en derhalven den voorss: rector tot de reparatien
ende dese sollicitatie hadde gemoveert wore t’ datten glten H^r
Supplt, siende geenen anderen middel (vermits de gemeynte seer
verarmt, en verschuldt were) om tot den effect van synen loffelyken
iver te geraeken sigh genoodtdrinckt vonde te keeren tot onsen Hove
seer oedtmoedelijk biddende ten ijnde die van onsen Raede gedient
beliefden te wesen aan de voorss: Capelle gratieuselyk tot meerdere
eere ende glorie godts het recht van glte jaer ende peerdenmerckt
op den dag van St. Lambertus (wesende den 17 7ber) te vergunnen, en
daervan brieven in forma te verleenen, waerdoor den sûplt beloefde
met een gemeen gebedt, altijd den almogende te sullen bidden om ons
in eene langhdrijvige gesondheydt, en gelucksalige regiring te willen
gespaeren. Waeromme soo ist, dat wij t gerre voorss: aengemerckt
genegen sijnde ter oedmoedige bede van Sûplt bij deliberatie van onse
seer lieve en getrouwe die Cancellaer, en de Raeden onser voorss:
voorstendom gelre bij hem alvoorens hier op gehadt de advisen reipe van
onsen Raedt ende Moimboir in gelderlandt en officier van plaetse aen de
voorss: Capelle gratieuselijk hebben geconsenteert, ende geaccordeert,
consenteeren ende accordeeren mits dese opene brieven om op den dagh
van St. Lambertus wesende den 17 September een jaar ende peerden merckt
te houden bij provisie ender sonder praejuditie van jeders recht, mits
betalende onse Rechten, en andere, die daer toe soude moegen staan,
want ons alsoo gelieft; des t’ oirkonde hebben Wij Coninck onzen
segel hier aen doen hanghen, gegeven binnen onse Stadt Roermonde den
sesthinden dagh van den maandt Julij in den jaere ons heere duyzent
seshondert negen en taggentig ende van onze Rijcken het vier en
twintigsten:
_lager stond_
accordeert met octroijen boek van den hoeve beginnende met den maendt
Julij 1687.
bij mij
_Was geteekend_ G. P. van Dùnhgen secretaris.