_Tegelen_, één der oudste dorpen onzer gewesten, is in den loop dezer
eeuw in bevolking, en bij gevolg ook in getalsterkte van woningen
en gebouwen merkelijk aangegroeid. Het zou thans zeer zeker een der
sierlijkste wezen onzer provincie, ware bij het bouwen van nieuwe
huizen de regelmatige aanleg in acht genomen.
De gemeente telt heden nagenoeg 2200 inwoners, die allen, behalve
eenige vreemde ambtenaars, den katholieken godsdienst belijden.
De dubbele rij huizen van af den ingang des dorps aan de Venloosche
zijde, tot aan het statige Posthuis, alsmede de gebouwen rondom de
marktplaats genaamd _Lichtenberg_, vormen de eigenlijke kom.
Eene groep, liggende nabij de kom op gelijken afstand om een’
gemeente-put, wordt bij voortduring de _alde mert_ geheeten. Het naar
den westkant niet ver verwijderd gehucht _End_, vroeger het uiteinde
van Tegelen, is tegenwoordig eene straat. De _Hoogstraat_ loopende
tusschen het dorp en de Maas, leidt van End over de alde mert naar
Venlo. Eene reeks schoone huizen, zuidwaarts van de kom naar het
gehucht _Kruis_, draagt sedert het bestaan van het Station aan den
staatsspoorweg 1866, den naam van _Spoorstraat_. Het hagelkruis, dat
aan laatstgenoemd gehucht den naam gaf, alsmede bijstaand kapelletje,
zijn over weinige jaren eerst geruimd.
Men telt wijders de gehuchten _Nabben_ en _Siep_, voorheen genaamd
_Overtegelen_, _Leemhorst_ en de _Berg_, welke weinig verandering
hebben ondergaan. De meeste nieuwe huizen worden nog voortdurend
gevestigd in de helling der zandbergen, die Tegelen scheiden van
Steijl. Meestal wonen hier fabriekarbeiders, en wordt ten deze
hoofdzakelijk de zoo goedkoope prijs der bouwplaats waargenomen.
Een beduidend deel van Tegelen is wel het gehucht _Steijl_, tellende
ruim 250 zielen. Een sierlijke kerk, die de aloude kapel in 1857 heeft
vervangen, eenige fraaije lusthuizen met aanhoorigheden, alsmede de
bekoorlijke ligging op den stijlen Maasoever, maken het uiterst lief.
Er bevinden zich verder in deze gemeente twee prachtige kasteelen met
grachten en boschages omgeven, _Holtmolen_ ten zuiden, en de _Munt_
ten oosten des dorps, benevens het slot _Wambach_ nabij de pruisische
grenzen.
De groote landsweg van Venlo naar Maastricht doorsnijdt de gemeente
Tegelen op hare gansche lengte; en terwijl de grintwegen van Steijl
over Kruis, en van Tegelen over de Munt, naar Kaldenkerken alle
gemeenschap op het gemakkelijkst hebben gemaakt, zijn de twee holle en
bange straten, Berkerstraat (van Kruis naar Steijl) en de Bongerstraat,
(van het dorp naar de Munt) geheel verdwenen.
De grond alhier is licht en zanderig; de in de laatste jaren ontgonnen
en nog te ontginnen broekgronden alleen uitgezonderd. Men vindt er
slechts vijf of zes pachthoeven. Het voorname bestaan der ingezetenen
van Tegelen is dan ook pan- en potbakkerijen, handel en nijverheid.
Uit de grensbergen ontspringen eene menigte waterbronnen, welke, na
gezamenlijk molens en vischvijvers te hebben geriefd, zich tot vier
heldere beeken vormen, die zich in de Maas ontlasten. Het zijn de
_Wilderbeek_ aan de Venloosche en de _Aalsbeek_ aan de Belfelder
grenzen; de _Munterbeek_ dwars door de kom, en de _Steijlerbeek_
loopende van Broek over Kruis naar Steijl.
Over het algemeen verdient Tegelen onder de gezondste plaatsen van
Limburg gerekend te worden; ook biedt het langs talrijke lanen en
wandelwegen verscheidene bekoorlijke buitens aan.
Tegelen heeft eene uitgestrektheid, bestaande in bouwland, weiland,
hout en moeras, van ruim 947 bunder; aan buurtwegen 57, aan kiezelwegen
5 en aan water 30 bunder, totaal 1039 bunder.
Het is van dezen ons zoo dierbaren vadergrond, dat wij eenige
gebeurtenissen der vergetelheid wenschen te onttrekken, door de
volgende naar tijdrekening verzamelde aanteekeningen.
In eene eerste afdeeling doorloopen wij de lotgevallen van Tegelen in
het algemeen, terwijl eenige bijzonderheden den inhoud eener volgende
afdeeling zullen leveren.