omtrent de bewegingen der hoogere lagen van de atmosfeer, die een
zoo grooten invloed hebben op het klimaat in de landen der gematigde
luchtstreek. Thans moeten de duizenden cijfers, afgelezen van de
instrumenten, nog in tabellen worden gebracht en worden vergeleken,
zoodat er een reuzenmassa te doen blijft voor de vakmenschen, die er
hun besluiten uit zullen moeten trekken.
Buitendien zal de physica haar aandacht wijden aan onze waarnemingen
van het Zuiderlicht, ten einde dat tot dusver duistere verschijnsel
beter te leeren begrijpen. Zoo zal er nieuw licht opgaan over de
Aurora Australis.
Het bereiken van de Magnetische Pool en de talrijke waarnemingen
over het aardmagnetisme zullen van groote waarde blijken te zijn,
en zij zullen niet enkel belangstelling ontmoeten bij de mannen der
wetenschap, maar tevens zullen ze dienstig kunnen worden gemaakt voor
de zeevaart, zoodat ze niet alleen abstracte, maar ook practische
waarde hebben. Andere takken van wetenschap, te speciaal en te
diepzinnig om hier te worden genoemd, zijn voor zoo ver mogelijk in
den kring van onze werkzaamheden getrokken.
Wat de wetenschap der biologie betreft, is de ontdekking
van microscopisch leven in de meren, die zich dichtbij onze
winterkwartieren bevonden, van het hoogste gewicht. Volgens de
ervaringen van onze natuurwetenschappelijke metgezellen kunnen de
kleine raderdiertjes leven bij een temperatuur van 73 graden Celsius
onder nul en tevens, ongedeerd, de proef doorstaan van te worden
blootgesteld aan een temperatuur van 200 graden Fahrenheit.
Misschien zal een vergelijking van de fauna van Nieuw-Zeeland en
Australië met die van het antarctisch vasteland uitwijzen, dat
er vroeger een verbinding moet hebben bestaan tusschen die landen
der aarde.
De collecties van onderzeesche planten en dieren, door de expeditie
bijeengebracht, zijn zeer uitgebreid en van groote verscheidenheid. Hoe
vreemd het moge schijnen, de onderzeesche fauna in de wateren van de
Zuidelijke IJszee is zeer rijk. De wateren van die zee hebben namelijk
een merkwaardig constante temperatuur, die weinig uiteenloopt in
den winter en den zomer, wat een gunstige omstandigheid is voor het
bestaan van dierlijk leven.
Er zijn verzamelingen meegenomen van vellen van zeehonden en
pingoeïns. Ook hebben we ons beijverd, om voor de kinematograaf de
gedragingen van de merkwaardige vetganzen vast te leggen, en andere
episoden uit het antarctische leven.
Er is nog heel veel te doen in de bevroren wereld, waaruit wij
zijn teruggekeerd. Daar, op de met ijs bedekte velden, vindt
de exploratie nog werk in overvloed. In onze voetstappen zullen
anderen erop uitgaan, om het onbekende te gaan veroveren. Op het
oogenblik werkt een fransche expeditie, geleid door Dr. Charcot, in de
zuidelijke ijswereld. Mocht ze vruchtbaren arbeid verrichten! Laten
de onderzoekers en ontdekkingsreizigers met alle energie, waartoe ze
in staat zijn, zich wijden aan de studie der natuur, dan zal iedere
poging om haar geheimen te ontsluieren, een nuttige bijdrage, leveren
tot de wetenschap en de som van menschelijke kennis vergrooten, en
als dat het geval is, zullen de inspanning en de moeite van diegenen,
die in deze richting arbeidden, niet nutteloos zijn geweest.
Thans is het boek reeds verschenen, dat uitvoerig van de expeditie
vertelt. Het heet "The Heart of the Antarctic. Being the story of
the British Antarctic Expedition, 1907 till 1909". Het verscheen
bij Heinemann in Londen in twee deelen van samen 800 bladzijden. In
Engelands hoofdstad heeft de Nimrod in de Theems gelegen en er heel wat
bekijks gehad. Dat scheepje, dat daar gemeerd lag aan de Temple Pier,
had de zeeën getrotseerd in de meest afgelegen en eenzame streken te
midden van gevaarlijke ijsmassa's. Waar nu de flikkerende lichtjes van
de rivier boven masten en tuig stonden, waren de lampen des hemels voor
hen ontstoken, toen in de onherbergzame zeeën geen ander licht hen
wenkte. In plaats van de meeuwen, die in de stad het schip naderen,
waren de pingoeïns of vetganzen het gezelschap der bemanning geweest
en in plaats van te kijken naar de richting van den londenschen rook,
om de windrichting te kennen, hadden de reizigers het oog gericht
naar de damppluim, die er hing boven den vulkaan Erebus, den grooten
vuurspuwenden berg van het antarctisch vasteland.
Die groote tegenstelling tusschen het alledaagsche leven van de
menschen die in steden wonen, en de allesomvattende mogelijkheden,
die wachten op diegenen, wier moed en ondernemingsgeest hen drijven
in de poolwereld, is de groote bekoring van antarctische en arctische
exploratie, haar altijddurende aantrekkelijkheid. Die bekoring wordt
grooter, als we in aanraking komen met hen, die een rol hebben gespeeld
in het poolonderzoek.
Alleen het bericht, dat men zoo dicht tot de Zuidpool was genaderd,
deed een schok door de wereld gaan en boeide ieder, die eenige
verbeeldingskracht had, maar als men met eigen oogen het scheepje ziet,
dat de reis deed, en de stemmen hoort van de pioniers, die worstelden
met de moeilijkheden, die hen van de pool scheidden, voelt men nog
veel dieper de beteekenis.
Alle leden der expeditie schijnen te hebben gephotografeerd, en geen
reisverhaal werd ooit rijker geïllustreerd dan het boek van Shackleton.
Er is, zooals ook onze lezers zullen hebben bemerkt, geen vertoon
van pathos in het verhaal van den Engelschman, maar hoe tragisch is
het toch eigenlijk, dat daar op die groote hoogvlakte, waar het wijde
sneeuwveld rechtstreeks naar het punt op 90 graden breedte den toegang
vrijliet, moest worden teruggekeerd zonder dat het doel werd bereikt,
om geen menschenlevens te wagen; want gebrek aan voedsel dreef de
expeditie terug naar het Noorden. De stijgende weg op dat hooge
plateau was niet te moeilijk; ze hadden hun Kerstmiskamp ter hoogte
van 3000 meter gevierd in een koude, die hun lichaamstemperatuur tot
twee graden onder het normale deed dalen, en toch moest toen ondanks
al die betoonde energie worden teruggekeerd, eer de vlag aan de pool
was geplant.
Het is aandoenlijk te lezen over dien laatsten dag, toen ze op 88
graden 23 minuten Z.B. 's morgens heel in de vroegte, te voet, met de
vlag nog verder zuidwaarts drongen, zonder de slede mee te trekken. Een
koperen bus hadden ze bij zich met papieren, om te begraven op het
verst zuidelijke punt; een camera, een kijker en een kompas. Het had
drie dagen hevig gestormd en de oppervlakte van de sneeuw was hard,
zoodat ze vlug konden loopen. Op de plaats, die men om negen uur in
den morgen van den 9den Januari had bereikt, werd eindelijk de vlag
geplant en daar namen ze bezit van het plateau in naam van Z. M. Edward
VII. Terwijl de Union Jack vrij uitwapperde in den ijskouden wind,
keken ze door de kijkers steeds maar naar het Zuiden, maar konden
niets onderscheiden dan de witte, witte sneeuwvlakte.
Het plateau scheen niet te worden afgebroken tot waar de pool moest
zijn, en ze kregen de overtuiging, dat langs dezen weg het doel kon
worden bereikt.