[1] Nieuw aangekomenen in Oost-Indië.
[2] Overstroomingen.
[3] Kleine zeilbooten.
[4] Toespijs van Spaansche peper.
[5] Javaansche geraasmakende instrumenten.
[6] Stil! ’t helpt toch niet.
[7] Indisch négligé.
[8] Vrucht.
[9] Dieren, vlinders!
[10] Waar heb je pijn, ventje?
[11] Onbeleefd.
[12] Een soort lorken (mélèzes.)
[13] Indische bloemen.
[14] De groote (oude) heer.
[15] Sprinkhanen.
[16] Champagne.
[17] Beschilderd.
[18] Wat kan men er aan doen?
[19] Gordijnen.
[20] Opzichter.
[21] Hagedissen.
[22] Spoken.
[23] »Van waar komt de bloedzuiger?
Hij daalt van het water in het rijstveld,
Van waar komt de liefde?
Van de oogen daalt zij in het hart.”
[24] Rijstkoeken en aan stokjes geregen gebraden vleesch.
[25] Gaarkeuken.
[26] Vleermuizen.
[27] Indische toespijzen.
[28] Gardenia.
[29] Indische bloemen.
[30] Draagstoel.
[31] Booswicht.
[32] Ben je moe, jongen?
[33] Zwarte rijst.
[34] Dorpen.
[35] Rijstvelden.
[36] Bladeren.
[37] Rieten valgordijnen.
[38] Banaan.
[39] Haarwrong.
[40] Erge honger.
[41] Rustbank.
[42] Mevrouw.
[43] Hollandsche.
[44] Gebak.
[45] Schotels van gevlochten riet.
[46] Rieten zak.
[47] God beware me!
[48] Hollandsch meisje.
[49] Brutaal.
[50] Schreeuwerig.
[51] Javaansch logement.
[52] Doek beschilderen.
[53] Komvormige hoofddeksels.
[54] Steel van een kokosblad.
[55] Javaansche manieren.
[56] Bezem.
[57] Eendje.
[58] Saus.
[59] Graven.
[60] Lampjes.
[61] Mahomedaansche priester.
[62] Oude vrouwen.
[63] Baadje.
[64] Buiging.
[65] Gebed.
[66] Hoed.
[67] Medicijn.
[68] Spook.
[69] De groote juffrouw.
[70] Hollandsche medicijn.
[71] Vasten.
[72] Mahomedanen.
[73] Eiland Java.
[74] Blanke menschen.
[75] Inlandsche opperhoofden.
[76] Galeien.
[77] Offermaal.
[78] Bedehuis.
[79] Gedroogd vleesch.
[80] Gouverneur-generaal.
[81] Zalf.
[82] Indische snoeperijen.
[83] Stil.
[84] Steenen stamper.
[85] Parasol.
[86] Zoete rijst.
[87] Gouverneur-Generaal.
[88] Dankje.
[89] Bewolkt.
[90] Prinses.
[91] Tuinman.
[92] Grootvader.
[93] Een soort van hoog gras.
[94] Stroosigaartje.
[95] Rijstpoeder.
[96] Vuurtouw.
[97] Schuiten.
[98] Spook.
[99] Lampions.
[100] Sausen.
[101] Pakjesdrager.
[102] Regenscherm.
[103] Spaansche peper.
[104] Noodlottig.
[105] Uil.
[106] Valiesjes en pakken.
[107] Vasten.
[108] Mohammedanen.
[109] Roovers.
[110] Een soort rentmeester.