Wat in het dagelijksch leven moed en doodsverachting wordt genoemd,
verdient dien naam niet of nauwlijks.
De krijgsman, die in het vuur gaat de kogels tegemoet, doet 't toch
vooral in een zekere opwinding, in een vergeten van zichzelf en al
het zijne, anders ging hij onmiddellijk terug. Zelfmoord, waartoe naar
het gewone zeggen, altijd een soort van moed behoort, komt toch, wèl
beschouwd, voort uit een niet-aandurven van het leven met zijn moeite en
zijn strijd.
Moed behoort er toe, om, niet in ijdele zelfvergetelheid, maar in fiere
zelfbewustheid voor zijn overtuiging uit te komen. En om Jezus' naam
smaadheid te lijden, uitgelachen en bespot te worden en toch vol te
houden in woord en gedrag dien naam te belijden--dat is de hoogste, ja,
eigenlijk de eenige moed.
»De langmoedige is beter dan de sterke,« zegt de spreukendichter; »en
die heerscht over zijn geest, dan die een stad inneemt.«