In 1 Kon. VI: 7 lezen wij, dat de tempel van Salomo gebouwd werd met
volmaakten steen, zoodat geen hameren, noch bijl, of eenig ijzeren
gereedschap gehoord werd in het huis als het gebouwd werd.
Zooals de tempel van Salomo werd gebouwd, zoo wordt nog het huis Gods
in deze wereld gebouwd. Onhoorbaar in een geruischlooze stilte rijst
het omhoog. Het huis Gods wordt gebouwd, zooals een boom groeit. Men
bespeurt niet, dat de boom groeit. Zoo bemerkt men niet, dat God zijn
tempel bouwt. En toch het geschiedt. Zooals de vruchten rijpen in den
nacht, zoo rijpt Gods werk in de stilte.