15. HET NOBELWERK IN BALAKHANI.

Wie heeft niet reeds van de Nobelprijzen gehoord, die jaarlijks aan

uitnemende vertegenwoordigers van wetenschap, kunst en litteratuur

worden uitgereikt? Zij dragen hun naam naar den uitvinder van het

dynamiet, Alfred Nobel, die geheel zijn groot vermogen aan de

wetenschap schonk en door deze edele daad voor zich en zijn Zweedsch

vaderland een eervol gedenkteeken heeft opgericht. Alfred Nobel had

twee broeders Lodewijk en Robert. Robert bezocht op een reis door Bakoe

de merkwaardige plaats bij Balakhani, waar de naphta, waaruit de

petroleum gemaakt wordt, in groote natuurlijke bassins in het inwendige

der aarde wordt gevonden, en waar destijds Russen, Armeniërs en

Tartaren de kostbare olie met ontoereikende hulpmiddelen zochten te

bergen. In het jaar 1874 kochten de broeders groote uitgestrektheden

land bij Balakhani en begonnen nu op moderne wijze met het boren naar

naphta.

De inboorlingen bemerkten spoedig met welke gevaarlijke mededingers zij

te doen hadden. De lange pijpleidingen, door welke de naphta naar de

„zwarte stad” werd gepompt, werden opengebroken, en diefstallen,

brandstichtingen en moord moesten de vreemdelingen uit het land

verjagen! Maar de dappere Zweden lieten zich niet afschrikken, zij

verdubbelden slechts hun werk- en waakzaamheid. Door middel van

speciaal daarvoor aangelegde spoorbanen, stoombooten en karavanen van

kameelen werd de gezuiverde olie over de geheele wereld verzonden, en

de naphtabronnen der gebroeders Nobel verspreidden nieuw licht over

West-Azië en Europa.

Om de diep gelegen bassins te bereiken, waarin de naphta tusschen de

aardlagen gevonden wordt, bouwt men een 15–20 Meter hoogen houten

toren. Daarin hangt een reusachtige beitel, die door een stoommachine

onophoudelijk op en neer wordt bewogen, daardoor werkt de beitel zich

steeds dieper in den grond. Daarna wordt in het ontstane brongat een

ijzeren pijp van nauwelijks een meter doorsnede geperst; kan deze niet

verder dringen, dan wordt het boren met een kleineren beitel voortgezet

en een nauwere buis door de eerste naar beneden gedrukt. Zoo gaat het

steeds dieper, totdat de naphta-laag bereikt is.

Dikwijls wordt de naphta ook door den druk der gassen in het binnenste

der aarde, vanzelf door de bronpijpen omhoog geperst en op onze

wandelingen in Balakhani plachten wij menigmaal deze merkwaardige

„waterkunsten” gade te slaan. Met geweldig geraas dringt een dikke,

groenachtig-bruine straal uit de aarde door den boortoren de lucht in;

men ziet de wel 60 meter hooge fontein reeds van verre. De afvloeiende

olie wordt in vijvers, die in het rond zijn gegraven, opgevangen. Bij

sterken wind verstuift de straal en een fijne, donkere motregen daalt

als een sluier op de aarde. In Balakhani kan men nauwelijks buiten een

deur komen, zonder de kleeren met olie te bemorsen en reeds op twee

mijlen afstand ruikt het naar petroleum. Er groeit geen grashalm in

deze streek, niets dan een woud van boortorens.

In het jaar 1910 bedroeg het aantal 4094, van welke er 2600 in werking

waren. Zij leverden in het vorige jaar 8 milliarden kilogram ruwe

naphta en een zevende deel daarvan kwam uit de Nobel-boorgaten, van

welke eenige in 24 uur meer dan 300000 kilogram naar boven pompen of 20

millioen kilogram leveren, als de olie van zelf uit de aarde springt.

Het diepste van de Nobelboorgaten gaat 860 meter in de aarde. De waarde

der naphta bedraagt op de plaats zelf op dit oogenblik ongeveer 1½ cent

per kilogram. In Bakoe bestaan 176 maatschappijen op aandeelen; de

Nobel-maatschappij is de grootste en bepaalt de prijzen.

Een beambte der Nobelmaatschappij liet zich eens in zulk een boorgat

zakken, voordat de pijpen er in neergelaten waren; hij wilde de

doorboorde aardlagen van nabij bekijken en bevestigde daartoe een

veiligheidslamp ter hoogte van zijn borst. De ruimte was zoo eng, dat

hij de armen loodrecht boven het hoofd moest houden, en aan het touw,

waaraan hij naar beneden gelaten werd, moest laten vastbinden. Toen hij

het signaal tot ophijschen gaf en weer aan de oppervlakte kwam, was hij

bijna bewusteloos door de ingeademde gassen. Zulk een uitstapje in het

binnenste der aarde vereischt moed; hoe licht had het gat door

afglijdende aardmassa’s verstopt kunnen worden!

Het was in Februari 1886, dat wij op een avond voor ons huis het akelig

geroep „brand, brand!” hoorden. De enkele gedachte aan brand

veroorzaakt in deze met petroleum doortrokken streek, reeds schrik. Wij

snelden naar buiten. Een tooverachtig wit licht verhelderde de gansche

omgeving en de boortorens stonden als zwarte spoken op den achtergrond.

Hoe meer wij naderden, des te warmer werd het; verblindend witte

vlammen kronkelden zich onregelmatig in de lucht, en zwarte rookwolken

welfden zich boven ons. Een boortoren stond in brand, en daarnaast

brandde een klein meer van naphta. Een Tartaar, die een instrument had

willen halen, had zijn lantaarn laten vallen, en was er ternauwernood

levend afgekomen, want de met olie gedrenkte toren vatte dadelijk vuur.

Elke poging, om zulk een brand te blusschen is hopeloos. Wel was de

brandweer van Nobel gekomen, en werkten alle spuiten; maar de

waterstralen veranderden reeds in damp, voordat zij den brandenden

spiegel van het naphta-meer bereikten. De voornaamste taak is, het vuur

tot een bepaalden omvang te beperken, en dan laat men het branden en

zieden, totdat er op de brandende plaats geen droppel naphta meer over

is.

Van pool tot pool(#68251) · 第 19 / 78 题