4. HET MARINEMUSEUM.

Een menschenleven is ternauwernood voldoende, om Berlijn geheel te

leeren kennen. Alleen de ontelbare musea en verzamelingen met hun

onuitputtelijke schatten uit het rijk der kunst en der natuur hebben

dagen en weken noodig om in bijzonderheden te worden bestudeerd. Elk

museum is een wereld op zich zelf.

Nu begrijp ik zeer goed de vreugde van den kunstkenner, als hij de

schilderijen galerijen doorgaat, en de werken der beroemde meesters

bewondert. Maar wij, die op avonturen uitgaan, over de zeeën en over de

aarde in onstuimige vaart, wij richten onze schreden liever naar een

ander museum, dat gewijd is aan de kennis der zee, het marinemuseum.

Door kunstige modellen verkrijgen wij hier een inzicht in de

geschiedkundige ontwikkeling der Duitsche oorlogschepen van de vroegste

tijden tot op den huidigen dag. Onder glas zien wij een gansche divisie

van moderne oorlogschepen in de haven. Elke afzonderlijke soldaat en

matroos is zoo fijn mogelijk uitgesneden en men krijgt een begrip van

de veelvoudige werkzaamheden der manschappen. Onder andere,

kubusvormige glazen bakken liggen linieschepen, kruisers en

torpedobooten; de hoofdmacht van een oorlogsvloot, de eigenlijke

slagschepen zijn bestemd, in gesloten linie te strijden en worden

daarom linieschepen genoemd. Artillerie en torpedo bewapening,

pantsering en snelheid bepalen de strijdvaardigheid van een schip. De

kruisers vervullen de rol van de cavalerie bij het leger; zij moeten de

naburige wateren verkennen om de linieschepen voor verrassingen te

kunnen waarschuwen.

Een gang in het museum verplaatst ons geheel aan boord een linieschip,

omdat het geheel gebouwd is, als op het schip zelf; hier is de keuken,

ginds zijn de kooien der manschappen en aan de overzijde heeft de

timmerman zijn werkplaats. Dan trekken echter ook vreedzame voorwerpen

onze aandacht, de personen- en vrachtbooten van de Hamburg-Amerikalijn,

de grootste scheepvaart maatschappijen der wereld, eveneens in fraaie

modellen, die de oogen van elken jongen blij moeten doen stralen. Deze

reuzenstoombooten zijn zelfs grooter dan de geweldigste slagschepen.

Maar het grappigst is toch de groote wereldkaart, waarop alle Duitsche

postbooten in kleine beweegbare modellen zijn aangebracht en wel steeds

precies daar, waar zij zich den vorigen dag werkelijk bevonden. Want de

reederijen der vijf-en-zeventig lijnen ontvangen telegrafische

berichten van de stoombooten en zoodra het museum van alle bericht

heeft ontvangen, worden de schepen op de kaart dienovereenkomstig

verder geschoven. Deze kaart geeft het duidelijkst de toenemende macht

van Duitschland ter zee weer. Wanneer ook nog andere stoombooten,

vooral die van Engeland, Amerika, Frankrijk en Japan op deze kaart

waren aangebracht, dan zouden wij den geweldigen waterkolk der aarde

overspannen zien met een dicht net van stoomvaartlijnen. En op elke

lijn varen talrijke stoombooten in beide richtingen, verwijderde kusten

met elkaar verbindend. Naar groote en kleine havens brengen zij waren,

die dan door spoorwegen over het gansche werelddeel worden verspreid.

Langs de torpedo’s en de andere voorwerpen die de ontwikkeling op het

gebied van de zeemijnen aantoonen, komen wij bij de sierlijke kleine

modellen, die het inwendige en de machines der groote schepen

voorstellen, en vertoeven eenigen tijd in de zaal van den scheepsbouw,

waar, op verkleinde schaal, voor onze oogen een volslagen schip gebouwd

wordt. Daar zijn sport- en scheepsbooten, masten en roeren, roeispanen,

zeilen en takelage, touwen, ankers en kettingen, en wat er al meer

bijbehoort. De herstelling van een beschadigd schip is hier ook te

zien; duikers zijn in het water met de reparatie bezig, en door

caoutchouc slangen wordt hun versche lucht toegevoerd. Veel

gemakkelijker is het natuurlijk het gansche schip op te heffen door

middel van de drijvende dokken, die hier ook te zien zijn.

Een andere afdeeling bevat de modellen van alle mogelijke zeilschepen,

van den grooten Bremer vijfmaster, die met tallooze zeilen, met masten

en boegspriet, touwen, want en raas dicht is bezet, tot de bark, de

brik, den schoener en den kleinen kotter, die voldoende is voor de

kustvaart.

Alles is zoo sierlijk en juist gesneden, gedraaid en in elkander gezet,

dat men er niet genoeg naar kan kijken.

Met bijzonder genoegen vertoef ik bij de reddingstoestellen. Er zijn

allerhande reddingsbooten, waartoe passagiers en manschappen—vrouwen en

kinderen het eerst—hun toevlucht nemen als een schip zinkt en in

spiraalvormige kringen in de groote, donkere diepte verdwijnt. Gordels

van kurk helpen de zwemmenden zich boven water te houden,

oliereservoirs aan boord worden over de golven uitgestort om ze effen

te maken en hun gewicht te breken. Een plaat toont, hoe schijnbaar

verdronkenen door kunstmatige ademhaling weer tot het leven worden

teruggeroepen. Een eigenaardig geweer dient om telegrammen aan boord

van een schip te schieten, dat in nood verkeert, ja men kan daarmede

zelfs bericht zenden aan een torpedoboot, ook al is zij op de snelste

vaart. Dat, daar ginds in den hoek, is een rakettoestel met

toebehooren. Als een schip door storm aan land wordt gedreven, dan kan

door een raket tusschen de kust en het wrak eene verbinding worden

gemaakt, door een dunne sterke lijn, die aan het eind van de raket

bevestigd is. Zij, die in nood verkeeren, vangen ze op en trekken met

haar een tweede, dikkere lijn, die aan de eerste is bevestigd, op het

schip; als zij ten slotte op deze wijze het sterkste touw hebben

vastgegrepen, wordt het aan boord bevestigd en het andere einde aan

land, sterk gespannen. Langs het touw loopt een rol waaraan een mand

bevestigd is en in dezen mand worden de schipbreukelingen de een na den

ander aan land gebracht. Hoe boosaardig en wreed de menschen ook

tegenover elkaar kunnen zijn, hebben zij toch allerhande zaken

uitgevonden om elkaar in gevaar en lijden bij te staan. Met verhalen

over den heldenmoed van veel loodsen en kapiteins, die hun leven voor

hun medemenschen waagden, zouden gansche boeken zijn te vullen!

Een groot, fraai model stelt een deel voor van de haven van Hamburg met

haar schepen, kranen, magazijnen, voorraadschuren en rails op de kaden,

precies als in de werkelijkheid. Een tweede model laat ons den

gevaarlijken ingang zien in de monding van de Oder bij Stettin, waar

men slechts het vaarwater kan vinden door middel van vuurtorens en

lichtbakens. Ziet men den stralenbundel der vuurtorens in een bepaalde

lijn, dan is alles in orde, zoo niet, dan is men niet in de goede

richting. Door sterke lenzen en spiegels wordt het licht der lampen

versterkt. Bakens en boeien en andere teekenen dienen om overdag den

weg aan te geven,—klokboeien waarschuwen bij nevel. In het marinemuseum

zijn alle vuurtorens van kleine electrische lampen voorzien en lichten

en glanzen met dezelfde onderbrekingen en gedurende denzelfden tijd als

in werkelijkheid.

Ginds, tegen den muur, hangt het vlaggen alphabet van het

internationaal signaalboek. Elke vlag geeft een letter aan, en twee

schepen, die elkaar in open zee ontmoeten, kunnen daardoor over de

golven elkaar een groet toezenden, bijvoorbeeld „Aan boord alles wel”

of „Passeerden gisteren een wrak, hebben de bemanning gered” of wat

anders. Alles kan in de vlaggentaal worden gezegd.

Dagelijks leest men in de dagbladen van de telegraafkabels, die op den

bodem der zee Europa met Amerika verbinden en de belangrijkste

gebeurtenissen berichten, die zoo pas aan gene zijde van den

Atlantischen Oceaan hebben plaats gegrepen. Meer dan een dozijn van

zulke kabels gaan dwars door de zee. De meesten gaan uit van de

Zuid-Westelijke punt van Ierland en eindigen op New-Foundland en

Nieuw-Schotland. Hoe deze lange, zware kabels honderden mijlen ver

worden gelegd, daaromtrent onderrichten ons in het marine-museum de

kabelstoomschepen met hun geweldige tanks, waarin de kabels opgerold

liggen en waar zij weer uitgelaten worden om in vier of vijfduizend

meter diepte in rechte lijn op den bodem der zee te worden uitgestrekt!

Er is hier ook een petroleumstoomboot te zien, die tot twee-derde van

het ruim met petroleum gevuld kan worden en een sterk gebouwde

ijsbreker, die met zijn scherpe punt dikke ijsvelden doet springen. Hoe

vuurschepen, die tot kunstlicht dienen, gebouwd en ingericht zijn, hoe

zij ver van de kust voor anker liggen en storm en orkaan vergeefs aan

hun kettingen rukken, dit alles kan in schoone afbeeldingen worden

bezichtigd. Onwillekeurig boeit ons een groot beeld. Het stelt een

gansche vloot van kleine schepen voor, die de Noordzee instoomen en een

reusachtigen ijzeren trommel op sleeptouw nemen. Zij komen uit

Bremerhaven aan den mond van de Weser en liggen stil op vijftig meter

afstand daarvan, waar de diepte slechts zeven meter bedraagt. Eenige

kleppen worden geopend, zoodat de trommel met water wordt gevuld en

zinkt. Duikers omgeven hem met beton en zoo vormt men midden in de zee,

een klip, een eilandje, waarop men dan een vuurtoren opricht, die aan

de schepen den weg naar Bremerhaven wijst. Een andere zaal bevat de

instrumenten waarvan de zeelieden zich bedienen om op de ongebaande

wegen der zee te bepalen waar zij zijn. Zoolang er land, zeebakens en

vuurtorens in zicht zijn, is dat geen groote kunst. Maar als de kusten

verdwijnen en er in het rond niets dan water te zien is, dan is het al

moeilijker. Dan ligt de meetlijn en de log voortdurend in het water,

draait als een scheepsschroef en geeft de lengte aan van den afgelegden

weg en de snelheid van de vaart. De stuurman aan het stuurrad kijkt

voortdurend naar het kompas, dat in ringen zoo gehangen is, dat het ook

bij de sterkste deining horizontaal blijft. Op de tafel in de kajuit

van den kapitein ligt de zeekaart en met winkelhaak en passer wordt de

koers telkens berekend. Alles wordt in het zoogenaamde logboek

opgeteekend. Nu en dan slaat men met de sextant de sterren of de zon

gade, om zich er van te overtuigen, dat de gebruikelijke berekeningen

juist zijn. Hoe laat het is, geeft de zeer nauwkeurig loopende

chronometer aan.

Uitstekende kaarten onderrichten ons aangaande de geografie der drie

groote wereldzeeën: den Stillen, den Atlantischen en den Indischen

Oceaan. De ruimte, welke de zee op de aard-oppervlakte inneemt, is twee

en een half maal zoo groot als het vasteland, en de grootste diepte,

die ooit in zee werd gepeild, bedraagt 9640 meter in den Stillen

Oceaan, een weinig noordelijk van de Carolina-eilanden, en oostelijk

van de Filippijnen. De loodlijn is gemaakt van piano-snaren en loopt

over een rol aan den achtersteven van het schip; als het peillood den

grond bereikt heeft, wordt de mijlenlange snaar slap. Voordat men een

kabel legt moet natuurlijk altijd eerst de diepte der zee worden

gepeild.

Dat het water der zee zout en ongenietbaar is en schipbreukelingen

daardoor in hun booten van dorst kunnen omkomen, is ieder bekend; maar

minder bekend is het feit, dat, wanneer de gansche zee uitdroogde, het

achtergebleven zout een onafgebroken laag van een en zeventig meter

dikte zou vormen!

Nu nog een vluchtigen blik in de zalen, waar de levende schatten der

zee in verschillende gedaante voor ons zijn uitgestald. Overal aan de

kusten der zee, vooral aan die van Noord-Europa, benutten de menschen

de onuitputtelijke rijkdommen der diepte en voor velen is de zee een

goudbron. Men denke slechts aan visschen, kreeften en oesterbanken, aan

zeeschildpadden, walvisschen en robben, aan sponzen, koralen en

paarlmoer. De zeeman in Oost-Pruisen gaat, in leer gekleed, bij

stormweer in zee, tot hem het water aan de borst reikt, en trekt het

door de golven opgewoelde zeegras en het ronddrijvende zeewier aan

land, want daarin zit het versteende hars der naaldboomen, het

barnsteen, een handelsartikel van groote waarde. Bij de haringvangst in

de Noordzee, worden, tot 4500 meter, lange netten door de stoombooten

uitgelegd en met behulp van machines worden de netten weer ingehaald en

op het dek uitgeschud. De haring is met de kieuwen in de netten blijven

hangen. Nu glijdt hij er echter uit en ligt in zilverglanzende hoopen

uitgespreid. Dadelijk wordt hij gekaakt en heinde en ver verscheept.

In de zalen van het marine-museum te Berlijn, gaan de uren maar al te

snel voorbij! Het lijkt, alsof frissche zeewind en vrije zeelucht hier

om ons waait, en het is een bijna verbijsterend contrast als men daarna

weer moet onderdompelen in het menschengewoel der straten.

Van pool tot pool(#68251) · 第 8 / 78 题