zelfs de grootste twijfelaars van de waarheid harer woorden, en de
Koning besloot haar het opperbevel over het leger toe te vertrouwen. In
ridderlijke wapenrusting gedost, met de witte lelievaan in de hand, reed
zij weldra op een vurig strijdros aan het hoofd van het leger den vijand
te gemoet. Het gezicht van de fiere jonkvrouw, die zoo vast geloofde aan
de goddelijkheid harer zending, ontstak de Franschen in geestdrift.
Onder hare leiding waren ze in waarheid onverwinnelijk. Waar zij hare
witte banier liet wapperen, weken de Engelschen.
Den 29 April van hetzelfde jaar was ze voor de poorten van Orleans, dat
door den vijand werd belegerd.
De stad werd ontzet; de Engelschen werden op de vlucht geslagen en
Johanna door duizenden als redster begroet. Dit eerste gelukkige
wapenfeit verhoogde den moed der strijders. Thans kreeg zelfs de zwakke
Karel moed; hij stelde zich aan het hoofd van het leger en trok op naar
Rheims, waar hij gekroond moest worden.
De maagd van Orleans, zoo werd Jeanne thans genoemd, was overal, waar
het gevecht het hevigst was.
Wat de wereld eene onmogelijkheid had geacht, geschiedde. De Franschen
trokken dwars door het Engelsche leger heen, dat overal het onderspit
moest delven. Den 17 Juli trok de Koning de stad Rheims binnen en werd
er plechtig gekroond en gezalfd. De maagd van Orleans stond gedurende
deze plechtigheid in volle wapenrusting aan zijne zijde, met de
lelievaan in de hand. Welk eene heerlijke voldoening voor het edele
meisje! Door duizenden werd zij geprezen als de beschermengel van
Frankrijk. Maar juist de lof, haar toegezwaaid, verwekte haar vele
vijanden onder de hovelingen. Die vijandschap was oorzaak, dat Johanna
haar doel om n.l. den laatsten vijand van Frankrijks bodem te verjagen,
niet kon bereiken. Na de kroning te Rheims werd zij veel minder dan
vroeger ondersteund, te meer, daar de lafhartige Karel het krijgsgewoel
reeds lang moede was en verlangde naar de genietingen van het hofleven.
Nu kwam er een voorgevoel van een naderend leed op in het hart der
maagd, en maar al te spoedig kwam dat leed. In Mei van het jaar 1430
waagde zij met hare mannen een' uitval uit de stad Compiègne, die door
de bondgenooten der Engelschen, de Bourgondiërs, belegerd werd. Die
uitval mislukte; Jeanne waagde zich te stoutmoedig en werd door de
Bourgondiërs gegrepen, die haar aan de Engelschen verkochten. Dezen
veroordeelden het edele meisje tot den brandstapel als schuldig aan
tooverij. Kalm en gelaten onderging zij te Rouaan deze vreeselijke straf
(1431). Koning Karel, die haar zooveel was verplicht, wendde geene
enkele poging aan om haar te redden uit de handen harer doodvijanden.
42. VEROVERING VAN CONSTANTINOPEL.
(1453).
Vroeger hebben we reeds gezien, dat in 476 n. C. het West-Romeinsche
rijk werd vernietigd. Het Oost-Romeinsche of Grieksche rijk kon zich in
een langer bestaan verheugen. Over 'tgeheel had het met groote
moeielijkheden te kampen, niet alleen veroorzaakt door hevige aanvallen
van Perzen, Arabieren en Turken, maar ook door binnenlandsche
oneenigheden en twisten, die ontstonden ten gevolge van de
troonsopvolging en van het verschil in denkwijze over vraagstukken van
godsdienstigen aard. Wanneer men zien wil, hoe een volk zich zelf in het
ongeluk kan storten, dan leze men de treurige geschiedenis van dit rijk.
Onder keizer #Justinianus#, die van 527 tot 565 regeerde, genoot het
Grieksche rijk een kortstondig tijdperk van uitwendigen bloei. Zijne
beroemde veldheeren #Belisarius# en #Narses# behaalden groote
overwinningen. De eerste veroverde het rijk der Vandalen in Noord-Afrika
en gaf een gevoeligen stoot aan de macht der Oost-Gothen in Italië, die
door Narses geheel werden overwonnen. Italië werd toen voor korten tijd
eene provincie van het Grieksche rijk onder den naam van #Exarchaat#.
Onder zijne opvolgers ging die bloei spoedig voorbij. De Arabieren, door
Mohammed tot zijn' godsdienst bekeerd, veroverden het grootste deel van
de bezittingen des rijks in Azië en Afrika en belegerden zelfs van 669
tot 676 de hoofdstad Constantinopel, die evenwel door hare sterke
ligging en het Grieksche vuur behouden bleef.
Tijdens de kruistochten was er over 't geheel eene zeer slechte
verhouding tusschen de kruisvaarders en de Grieken. In het jaar 1204
veroverden de eersten zelfs, geholpen door de vloot der Venetianen, de
stad Constantinopel en maakten zich meester van het rijk. Graaf
Boudewijn van Vlaanderen was de eerste keizer van het zoogenoemde
#Latijnsche keizerrijk#, dat zich slechts tot het jaar 1261 kon staande
houden. In dat jaar herstelde een griek Michaël Palaeologus het
Grieksche keizerrijk. Het herstelde rijk kwam evenwel niet tot rust,
vooral omdat het gekweld werd door hevige aanvallen der #Osmannische
Turken#, die er zich sedert het jaar 1303 al meer en meer in nestelden en
het eindelijk geheel in hunne macht kregen, behalve de hoofdstad en hare
omstreken. Constantinopel was op den duur niet bestand tegen de Turken;
in 1453 werd het door sultan Mohammed II stormenderhand veroverd. De
laatste keizer, #Constantijn Palaeologus# geheeten, sneuvelde als een
dapper held. Van het merkwaardige beleg willen we enkele bijzonderheden
meedeelen.
Sultan Mohammed wilde niet rusten, voor Constantinopel in zijne macht
was. In den winter van 1452 op 1453 maakte hij geduchte toebereidselen
tot de belegering. Reeds had hij vroeger eene sterke vesting in de
nabijheid van Constantinopel aan den Bosporus laten bouwen. De gezanten
van den Keizer, die hem van den verderen bouw trachtten af te brengen,
werden smadelijk afgewezen. Toen Constantijn zag, dat het den Sultan
ernst was, bracht hij zijne hoofdstad in geduchten staat van tegen weer.
't Was jammer, dat de dappere man bijna alleen het gevaar inzag en bijna
de eenigste was, die moed en vaderlandsliefde genoeg had om zich zelven
voor het behoud der stad op te offeren.
In de reusachtige stad waren slechts 7000 weerbare mannen te vinden, die
hem wilden bijstaan in de verdediging. De overigen lieten dit liever aan
vreemdelingen over en hielden zich bij het dreigende gevaar nog bezig
met het twisten over godsdienstige vraagstukken. In de lente van 1453
had de Sultan alles voor den aanval gereed. Met een leger van minstens
258,000 man sloot hij de stad van de landzijde in; van de zeezijde werd
zij bedreigd door eene talrijke, hoewel weinig geoefende vloot. De haven
der stad, door eene zware keten afgesloten, was moeilijk voor den vijand
te genaken. Met uitstekend beleid en zeldzame dapperheid verdedigde
Constantijn zich tegen zijne talrijke aanvallers, en de Sultan merkte
spoedig, dat hij weinig zou vorderen, wanneer niet de haven in zijne
macht was. Maar--hoe haar te vermeesteren! De keten stuk te zeilen? dat
was niet mogelijk. Hij bedacht een schrander middel. Van zijne vesting
tot de haven liet hij eene reusachtige houten brug leggen, twee uren
lang, en de planken met vet besmeren. 's Nachts werden door zijne
soldaten 70 à 80 schepen langs deze baan gesleept en zoo over de keten
in de haven gebracht. De belegerden vernamen daarvan niets; ten minste
ze waren 's morgens erg verschrikt, toen ze zoovele Turksche schepen in
hunne haven zagen. Wel poogden zij ze in brand te steken, doch de toeleg
mislukte. Den 29 Mei besloot Mohammed eene algemeene bestorming te
wagen. De Keizer en zijn klein leger verdedigden zich 2 uren met den
moed der wanhoop. Vele aanvallers vonden den dood, doch telkens werden
er nieuwe scharen naar den muur gedreven.
De zwakke bezetting was eindelijk uitgeput en toen nu een der dapperste
aanvoerders wanhopig op de vlucht ging, werden de Turken weldra meester
van de stad. Door eene bres trokken de Muzelmannen de stad binnen; de
poort was gevuld met lijken. De dappere Keizer wilde de verovering der
stad niet overleven; met weinige getrouwen wierp hij zich te midden der
binnendringende vijanden en vond eindelijk, wat hij wenschte: den dood
voor het vaderland.
Europa had nu nieuwe bewoners gekregen, en de Turken zorgden eenige
eeuwen achtereen door hunne plundertochten, dat ze niet werden vergeten.
Vele beroemde Grieksche geleerden, bevreesd voor het wapengekletter,
verlieten hun vaderland en ontstaken met hunne wetenschap een helder
licht aan vele pas opgerichte hoogescholen in Westelijk Europa. De
ondergang van het Grieksche rijk werd alzoo ten zegen voor de Christenen
in het Westen.
43. UITVINDINGEN.
Onder de oorzaken, waardoor de beschaving der nieuwere tijden krachtig
werd voorbereid en in 't leven geroepen, rekenen wij, behalve de
verovering van Constantinopel, de ontdekking van Amerika en het vinden
van een beteren zeeweg naar Indië, #het gebruik van het kompas# bij de
#zeevaart#, dat #van het buskruit# bij het oorlogvoeren en de
#uitvinding der boekdrukkunst#. Wie het kompas heeft uitgevonden, is
niet met zekerheid te zeggen. Zeker schijnt het, dat een zekere #Flavio
Gioja# te Amalfi in Italië de eerste was, die het bij de zeevaart in
gebruik bracht. Tot dusverre durfden de zeelieden zich nooit ver van de
kusten wagen uit vrees, dat ze den weg niet weer zouden kunnen vinden.
Door het gebruik van het kompas kwam daarin groote verandering; men
begon nu de opene zee te bevaren en kwam daardoor langzamerhand tot de
ontdekking van tot dusverre geheel onbekende deelen der aarde. De
landhandel werd nu zeehandel. De uitvinding van het buskruit schreef men
vroeger algemeen toe aan een Duitschen monnik, #Barthold Schwarz#.
(1354). Volgens latere onderzoekingen zou het reeds veel vroeger aan
Chineezen, Indiërs en Arabieren bekend zijn geweest. Wat hiervan zij,
dit is zeker, dat men het buskruit omstreeks het midden der 14de eeuw
bij het schietgeweer in toepassing bracht. Gewichtig waren daarvan de
gevolgen. Het strijden van man tegen man met zwaard of lans hield op;
door het schietgeweer kon men nu in de verte elkander dooden. Tengevolge
daarvan kon een gemeene voetknecht meer uitrichten dan de dapperste
ridder, en zoo kwam het, dat de ridders en edelen langzamerhand alle
vroegere macht verloren; het vuistrecht werd eene onmogelijkheid. In de
plaats van den machtigen adel begon nu de burgerstand zijn' invloed te
toonen. Van den #heerban#, of de oproeping ten strijde door den vorst
aan zijne leenmannen, was voortaan geen sprake meer tengevolge van de nu
in gebruik komende #staande legers#, samengesteld uit geoefende
huurlingen.
De uitvinding der boekdrukkunst schreef men vroeger algemeen toe aan
onzen landgenoot #Laurens Janszoon Coster# te Haarlem. Latere
onderzoekingen maken dit twijfelachtig, en met meer recht schijnt de
Duitscher #Johan Guttenberg# van Mainz die eer te verdienen. In de laatste
helft der 15de eeuw waren er in vele steden van Europa reeds
boekdrukkerijen. De boekdrukkunst heeft krachtig de beschaving in de
hand gewerkt. Wetenschap en kennis, die vroeger eene schuilplaats
moesten zoeken in eene eenzame kloostercel, werden door deze uitvinding
tot het geheele volk gebracht. 't Geen vroeger, toen de boeken werden
geschreven en ze tengevolge daarvan hoogst zeldzaam en duur waren,
slechts aan enkelen gegund was, kon nu een voorrecht worden van allen.
Jong en oud, rijk en arm, de geringste burger zoowel als de rijkste
edelman konden door de boekdrukkunst bekend worden met de uitvindingen,
de denkbeelden en de wijsheid van het voorgeslacht en van beroemde
tijdgenooten. Mocht men haar vroeger, wegens hare wondervolle gevolgen,
de zwarte kunst noemen: wij eeren haar als eene kunst, die het menschdom
groote zegeningen heeft aangebracht.
INHOUD.
Bladz.
Inleiding. 5
1. Een merkwaardig volk. 7
2. Een bezoek te Babylon. 11
3. Een groot man en een onhandelbaar volk. 13
4. Een handelsvolk. 16
5. Croesus en Cyrus. 19
6. Belegering en verovering van Troje. 22
7. Een feest te Olympia. 25
8. Twee wetgevers (Lycurgus en Solon). 28
9. Miltiades. 32
10. Een ongelijke strijd (Leonidas). 34
11. Een welgeslaagde list (Themistocles). 35
12. Athene's grootsten bloei (Pericles). 38
13. Socrates. 41
14. Alcibiades (Peloponnesische oorlog). 44
15. Een gevaarlijk helper (Philippus). 46
16. Alexander de Groote. 47
17. De stichting van Rome. 52
18. Een vriend van zijn vaderland (Brutus). 54
19. Twisten tusschen Patriciërs en Plebejers. 58
20. Het heldentijdvak der Romeinsche republiek. 61
21. Een man van zijn woord (Regulus). 63
22. Het Romeinsche rijk in gevaar (Hannibal). 65
23. Twee vrienden des volks (de Gracchen). 67
24. De eerste burgeroorlog (Marius en Sulla). 69
25. De tweede burgeroorlog (Caesar). 71
26. Augustus. 74
27. Een dapper Germaan (Herman). 76
28. Drie Romeinsche keizers. 77
29. Een verdrukte secte tot eer verheven. 81
30. Een woest volk op het wereldtooneel. 83
Vervolg. 86
31. Mohammed. 89
32. Spanje in de middeleeuwen. 92
33. Karel de Groote. 95
34. Twee Engelsche koningen. 99
35. Hendrik I en Otto I. 103
36. Kijkje in de middeleeuwsche maatschappij. 107
37. Een keizer en een paus. 115
38. Een kluizenaar en een ridder. 118
39. Frederik Barbarossa, keizer van Duitschland. 122
40. Iets over de christelijke kerk in de middeleeuwen. 125
41. De maagd van Orleans. 128
42. Verovering van Constantinopel. 130
43. Uitvindingen. 133