DE RONDE TEEN.

De afmindering in den teen kan men ook op gelijken afstand op de

ronding van de kous verdeelen (zie fig. 28). Het aantal steken wordt

dan in 8 of 10 deelen verdeeld en de laatste twee steken van elk

achtste of tiende deel te zamen gebreid. Als het aantal steken in 10

deelen verdeeld wordt, dan zal de geheele teen na de afwerking even

lang zijn als de platte teen. Wordt het aantal steken in 8 deelen

verdeeld, dan zal de teen veel langer worden en moet bij het breien

van den voet hierop gerekend worden.

Boven elken minderingtoer worden zooveel toeren recht gebreid, als

er steken zijn tusschen twee minderingen.

In elken volgenden minderingtoer wordt één steek recht minder

gebreid tusschen de minderingen en dus ook één toer minder boven de

minderingtoeren. Zoo gaat men voort tot ongeveer 1/5 deel van de

steken over is om af te kanten. Het laatste gedeelte van den teen

wordt even als bij den platten teen (zie bl. 16) is aangegeven,

op de verkeerde zijde gebreid.

Heeft men bij dezen ronden teen een aantal steken, dat juist door 10

deelbaar is, b.v. 80 steken, dan is elk tiende deel = 8 steken. Men

breit dan telkens in den eersten toer 6 steken recht, minderen. Is

het aantal steken niet door 10 deelbaar, dan wordt dit in den eersten

toer gevonden. Bij eene ronding van 76 steken zijn er dus 4 steken

minder. Men breit dan 4 maal om de andere mindering op de plaats van

eene mindering één rechten steek, waardoor er nu in den eersten toer

zes minderingen gewerkt worden en het aantal steken, dat nu overblijft,

door 10 deelbaar is. Men plaatst dan in den volgenden minderingtoer

tien minderingen.

De nuttige handwerken: handboekje ten dienste der lagere school · 第 32 / 35 题