Als er een knoop in den draad is, dan moet deze worden afgeknipt of
als er met een nieuw kluwen moet worden begonnen, dan moet er op de
volgende wijze worden aangehecht: de oude draad moet minstens de
lengte hebben van eene breinaald, dan steekt men de naald in den
volgenden steek en slaat den draad om, alsof men breit; nu neemt
men den nieuwen draad in de rechterhand, zoodat het begin van den
draad tusschen duim en vinger wordt genomen, waarbij de nieuwe draad
ongeveer de lengte van eene halve naald moet neerhangen.
Dezen draad legt men in tegenovergestelde richting van den ouden draad
nu ook op de naald en houdt het eind nieuwen draad in de linkerhand
tegen de steken aan, die op de naald zijn; nu breit men met den ouden
en met den nieuwen draad vijf of zes steken, laat het overige van
den ouden draad hangen en vervolgt het werk.
Nadat het breiwerk af is, hecht men de draden van het aanhechten aan
de verkeerde zijde af in de slingering van de steken.