HET VIJFDE DEEL VAN DEN VOET.

i. De platte teen.

Daar de kous geheel om den voet moet sluiten, moet men aan het

laatste gedeelte zooveel steken wegminderen, dat men den vorm van

den voet verkrijgt.

Dit gedeelte noemt men den teen. Het wegminderen van deze steken

werkt men bij dezen teen aan het begin en aan het einde van de voor-

en de achterzijde. De steken van de voorzijde zijn op ééne naald en

de steken van de achterzijde in twee helften op twee naalden.

We breien nu eerst een toer recht, daarna voor den tweeden toer aan de

voorzijde 2 steken recht, overhalen, de volgende steken recht tot op 4

steken na, dan minderen, en 2 steken recht (zie fig. 16); nu breien wij

op de eerste zijnaald hetzelfde als op de eerste helft van de voorzijde

en op de tweede zijnaald als de tweede helft van de voorzijde. Deze

twee toeren worden zoo lang herhaald, totdat de helft van de steken

zijn weggeminderd. Er waren 48 steken in de rondte; de helft hiervan

is 24 steken. Daar nu in één toer vier steken worden weggeminderd, zal

men dus 6 maal om den anderen toer moeten minderen. In de tweede helft

van den teen worden de minderingtoeren steeds voortgezet, zonder een

toer recht er tusschen, totdat ongeveer een vijfde deel van het aantal

opzetsteken over is, bij deze kous dus 12 steken; men heeft alzoo 6

steken op de voorzijde of voornaald en 3 steken op elke zijnaald.

De steken van de tweede zijnaald worden op de eerste overgenomen,

de voor- en de achterzijde van den teen tegen elkander gehouden en

de steken van de beide naalden twee aan twee te zamen afgebreid op

ééne naald. Daarna worden de overgebleven steken afgekant, dat is: de

eerste steek wordt afgehaald, de tweede steek gebreid en de afgehaalde

steek wordt over den gebreiden steek heen gehaald; nu wordt weder een

steek gebreid en de vorige steek er over heen gehaald. Op deze wijze

worden alle steken achtereenvolgens afgewerkt en door den laatsten

steek de draad gehaald. Als alle draden zijn afgehecht, dan is de

kous voltooid. Wil men den teen aan de verkeerde zijde af kanten,

dan keert men de kous om, vóórdat men de tweede helft van den teen

begint; men steekt namelijk den boord van binnen door de kous en zoo

naar buiten door de ronding heen, die door de breinaalden gevormd

wordt, en werkt de kous verder af met de opening naar zich toe,

om zoo recht te vervolgen.

De nuttige handwerken: handboekje ten dienste der lagere school · 第 22 / 35 题