Niet alle kousen zijn even wijd en even groot; dit hangt geheel af
van hen, voor wie zij bestemd zijn. Wij leeren daarom den vorm van
eene kous breien naar een bepaald aantal steken, waaraan wij alle
deelen leeren kennen en berekenen, om dit daarna op verschillende
grootten te kunnen toepassen.
We beginnen dus met het opzetten van de steken, waarvoor we in dit
geval 64 zullen nemen, die we zullen verdeelen over drie breinaalden,
en wel
op de eerste naald 25 steken,
op de tweede naald 20 steken, en
op de derde naald 19 steken.
Waarom we dit aantal steken zóó verdeelen, zal u straks duidelijk
worden.
Toen we leerden breien hebben we reeds leeren opzetten. We willen
dit hier nog even herhalen.