u, wier deugd, grootheid van ziel en reinheid van gemoed des te
krachtiger zijn geworden door de zwaardere beproevingen die zij hebben
doorstaan--op u beroept zij zich. Hebt gij niet wel in het binnenste
uwer ziel en in uwe geheime gesprekken bekend, dat er ellenden en
snoodheden in dat gevloekte stelsel zijn, veel grooter dan hier zijn
afgeschetst of kunnen afgeschetst worden? Kan het anders zijn? Is de
mensch ooit een schepsel, waaraan eene geheele onverantwoordelijke
macht kan worden toevertrouwd? En maakt niet het slavenstelsel, door
den slaaf alle wettig recht van getuigenis te ontzeggen, van elken
slaveneigenaar een onverantwoordelijk despoot? Kan iemand buiten staat
zijn te berekenen wat daarvan het werkelijke gevolg moest wezen? Indien
er, gelijk wij toestemmen, eene publieke opinie bestaat onder u,
mannen van eer, rechtvaardigheid en menschelijkheid, is er ook niet
eene andere soort van publieke opinie onder de snooden, barbaarschen
en verdierlijkten? En kan niet de barbaarsche, verdierlijkte snoodaard
volgens de slavenwet evenveel slaven in eigendom hebben als de beste
en edelste? Maken de rechtvaardigen, de grootmoedigen en barmhartigen
ergens op deze wereld de meerderheid uit?
De slavenhandel wordt thans volgens de Amerikaansche wet als zeeroof
beschouwd. Maar een slavenhandel even stelselmatig, als ooit met
de kust van Afrika werd gedreven, is een onvermijdelijk gevolg der
Amerikaansche slavernij. De hartverscheurende ijselijkheden daarvan,
_kunnen_ zij verhaald worden?
De schrijfster heeft slechts een flauwe afschaduwing, eene
ontoereikende schets gegeven van de wanhopige zielesmart, die op dit
oogenblik duizenden harten verscheurt en een hulpeloos en teergevoelig
menschengeslacht tot razernij en vertwijfeling drijft. Er leven
menschen, die de moeders weten te noemen, welke door dien gevloekten
handel gedreven zijn om hare eigene kinderen te vermoorden, en zelve
in den dood uitkomst te zoeken voor jammeren, meer gevreesd dan den
dood. Geen treurspel kan er geschreven, kan er opgevoerd, kan er
bedacht worden, dat de schrikkelijke werkelijkheid evenaart van de
tooneelen, die iederen dag en elk uur op onze kusten worden gespeeld,
onder de schaduw der Amerikaansche vlag en onder de schaduw van het
kruis van Christus.
En nu, mannen en vrouwen van Amerika, is dit iets om mede te
talmen, om te verontschuldigen, om er stilzwijgend de oogen voor
te sluiten? Landlieden van Massachusetts, van New-Hampshire,
van Vermont, van Connecticut, die dit boek leest bij de vlam
van uw winteravondvuur--stoutmoedige en edelaardige zeelieden en
scheepsreeders van Maine, is dit iets dat gij kunt verdedigen en
bevorderen? Brave, edeldenkende mannen van New-York, landlieden aan de
rijke en vroolijke Ohio, en gij, die de uitgebreide Prairiën bewoont,
antwoordt: is dit iets, dat gij kunt beschermen en goedkeuren? En
gij, moeders van Amerika, die bij de wieg van eigen kinderen gevoel
en liefde voor alle menschen hebt geleerd--bij de heilige liefde
die gij uwe kinderen toedraagt, bij uwe blijdschap in die schoone,
onbevlekte kindsheid, bij de moederlijke teederheid en meedoogendheid
waarmede gij de opgroeiende jeugd geleidt, bij de zorgen der opvoeding,
bij de gebeden die gij voor het zieleheil van uw kroost ontboezemt,
smeek ik u, hebt medelijden met de moeder, die evenveel liefde voelt
als gij, en geen enkel wettig recht bezit om het kind van haar hart
te beschermen, te leiden en op te voeden. Bij het ziekbed van uw
kind, bij die stervende oogen, die gij nooit vergeten kunt, bij die
laatste kreten, die u het hart doorboorden, toen gij helpen noch
redden kondt, bij de akeligheid van die ledige wieg, van die stille
kinderkamer, smeek ik u, hebt medelijden met die moeders die door den
Amerikaanschen slavenhandel gedurig kinderloos worden gemaakt. En zegt,
moeders van Amerika, is dat iets om te verdedigen, om goed te keuren,
om er stilzwijgend de oogen voor te sluiten?
Zegt gij dat de bevolking der vrije Staten niets daarmede te maken
heeft, en niets daaraan doen kan? Gave God, dat dit de waarheid
ware. Maar het is de waarheid niet. De bevolking der vrije Staten
heeft verdedigd, aangemoedigd, deelgenomen en is dáárin schuldiger
voor God, dan het Zuiden, dat zij zich niet met opvoeding en geboorte
kan verschoonen.
Indien de moeders der vrije Staten in vroeger tijd dat gevoel hadden
gekoesterd, dat zij behoord hadden te koesteren, zouden de zonen der
vrije Staten geene eigenaars van slaven zijn geweest, en niet door
het spreekwoord de hardste meesters genoemd zijn; zouden de zonen der
vrije Staten de uitbreiding der slavernij in ons staatslichaam niet
geduld hebben; zouden de zonen der vrije Staten geen handel drijven,
gelijk zij doen, in menschelijke zielen en lichamen, als een equivalent
voor geld bij betalingen. Eene menigte van slaven wordt tijdelijk het
eigendom en wederom verkocht door kooplieden in de Noordelijke steden,
en zal dan de geheele schuld en schande der slavernij alleen op het
Zuiden vallen?
De mannen, moeders en christenen in het Noorden hebben iets meer te
doen, dan hunne broeders in het Zuiden aan te klagen; zij hebben naar
het kwaad onder zich zelven te zien.
Maar wat kan een enkel persoon doen? Daarover kan ieder voor zich
zelven oordeelen. Iets is er dat ieder afzonderlijk persoon doen kan,
hij kan toezien dat hij zelf het rechte gevoel koestert. Een atmosfeer
van sympathetischen invloed omringt ieder menschelijk wezen; en hij
die een krachtig, gezond en waar gevoel voor de groote belangen der
menschheid koestert, is een bestendig weldoener van het menschelijk
geslacht. Zie dan toe, welk gevoel gij in dat opzicht aankweekt. Is
dat gevoel in overeenstemming met het gevoel van Christus, of wordt
het geslingerd en gewijzigd door de spitsvondigheden van aardschgezinde
overleggingen?
Christelijke mannen en vrouwen in het Noorden, nog meer. Gij hebt nog
een ander vermogen, gij kunt bidden. Gelooft gij aan het gebed? Of is
het eene onduidelijke apostolische overlevering geworden? Gij bidt
voor de heidenen buitenlands, bidt ook voor de heidenen tehuis. En
bidt voor die verdrukte christenen, wier geheele kans op godsdienstige
voorrechten van de toevalligheden van handel en verkoop afhangt--voor
wie het getrouw blijven aan de zedenleer des Christendoms veeltijds
eene onmogelijkheid is, tenzij hun van boven moed gegeven worde,
om het martelaarschap te verwachten.
Maar nog meer. Op de kusten onzer vrije Staten komen gedurig
verstrooide overblijfselen van familiën aan, mannen en vrouwen, die
met wonderbare hulp der Voorzienigheid de slavernij zijn ontvlucht,
zwak in kennis, veeltijds ook zwak in zedelijke beginselen, tengevolge
van een stelsel, dat alle beginselen van zedelijkheid en Christendom
verwart en verdonkert. Zij komen een schuilplaats onder u zoeken;
zij komen opleiding, kennis, Christendom zoeken.
Wat zijt gij aan die ongelukkigen verschuldigd, o christenen? Is
niet ieder Amerikaansche christen aan den Amerikaanschen stam eene
poging verschuldigd om het kwaad te herstellen, dat het Amerikaansche
volk daarover gebracht heeft? Zullen de deuren van kerken en scholen
voor hen gesloten zijn? Zullen de Staten opstaan en hen van zich
afschudden? Zal de kerk van Christus stilzwijgend den smaad hooren,
die op haar geworpen wordt, en zich terugtrekken van de hulpbehoevende
handen die zij uitstrekken, en door haar stilzwijgen de wreedheid
aanmoedigen, die hen van onze grenzen wil verjagen?
Als het zóó wezen moet, zal het een droevig schouwspel zijn. Als het
zóó wezen moet, zal het land reden hebben om te beven, wanneer het
bedenkt dat het lot der volken in de handen is van Eenen, die zeer
barmhartig is en vol teeder mededoogen.
Zegt gij: "Wij hebben hen hier niet noodig; laten zij naar Afrika
gaan?"
Dat Gods voorzienigheid een toevluchtsoord in Afrika heeft bereid,
is inderdaad een groot opmerkenswaardig feit, maar het is geene
reden, waarom de kerk van Christus die verantwoordelijkheid voor dat
geslacht van ballingen van zich af zou werpen, welke hare belijdenis
haar oplegt.
Liberia te vullen met een onkundig, onervaren, half barbaarsch
geslacht, pas aan de boeien der slavernij ontkomen, zou niet anders
zijn dan dat tijdperk van strijd en worsteling, dat het begin van
nieuwe ondernemingen vergezelt, voor eeuwen te verlengen. Laat de
kerk van Christus in het Noorden die arme lijders in den geest
van Christus ontvangen, hun deel geven aan de voorrechten eener
christelijke maatschappij, hen in de scholen onderwijzen, tot zij
eenigszins tot zedelijke en verstandelijke rijpheid zijn gekomen, en
hen dan helpen om naar die kusten over te steken, waar zij de lessen,
die zij in Amerika ontvangen hebben, in praktijk kunnen brengen.
Er bestaat in het Noorden eene vereeniging van menschen, bij
vergelijking gering in getal, die dit gedaan hebben; en als een
gevolg daarvan heeft men er reeds voorbeelden van gezien dat personen,
die vroeger slaven waren, in korten tijd vermogen, een geachten naam
en kundigheden verwierven. Er hebben zich talenten ontwikkeld, die,
de omstandigheden in aanmerking nemende, voorzeker opmerkenswaardig
zijn; en door trekken van eerlijkheid, goedhartigheid, teederheid van
gevoel, door heldhaftige pogingen en proeven van zelfverloochening,
verduurd ter verlossing van nog in slavernij verkeerende broeders en
vrienden, hebben zij zich onderscheiden op eene wijze, die, indien
men den invloed waaronder zij geboren werden overweegt, inderdaad
verbazend mag genoemd worden.
De schrijfster heeft vele jaren lang op de grenslinie der slavenstaten
gewoond, en heeft veel gelegenheid tot waarnemingen gehad onder hen,
die vroeger slaven waren. Zij zijn als dienstboden in hare familie
geweest; en bij gebrek aan eene andere school om hen op te nemen,
heeft zij hen veelal in een huishoudelijke school met hare kinderen
onderwezen. Zij heeft ook het getuigenis der zendelingen onder de
vluchtelingen in Canada, die met hare eigene ondervinding overeenstemt;
en de gevolgtrekkingen ten aanzien der vatbaarheid van dezen stam,
welke zij daaruit kan afleiden, zijn ten hoogste bemoedigend.
Het eerste verlangen der geëmancipeerde slaven is gewoonlijk
opvoeding. Er is niets dat zij niet gewillig zijn te geven of te doen,
om hunne kinderen onderwezen te hebben; en in zooverre de schrijfster
zelve heeft waargenomen en het getuigenis van leermeesters onder
hen heeft ingewonnen, zijn zij bijzonder schrander en vlug in het
leeren. De ondervinding in de scholen, door weldadige personen te
Cincinnatie voor hen gesticht, bevestigt dit ten volle.
De schrijfster deelt op het gezag van professor C. E. Stowe, toenmaals
van het Lane Seminary in Ohio, het volgende verslag mede ten aanzien
van geëmancipeerde slaven, thans te Cincinnatie woonachtig, waaruit
blijken kan welke vatbaarheden deze stam aan den dag legt, zelfs
zonder eenige bijzondere hulp of aanmoediging.
Alleen de voorletters der namen worden opgegeven. Zij zijn allen te
Cincinnatie woonachtig.
"B.--Meubelmaker; twintig jaren in deze stad; bezit een
vermogen van twintig duizend dollars, alles door eigen arbeid
gewonnen; Baptist.
C.--Geheel zwart, uit Afrika gestolen, te New-Orleans verkocht;
vijftien jaren vrij geweest, betaalde voor zich zelven zes
honderd dollars; landman, eigenaar van verscheidene hoeven
in Indiania; Presbyteriaan; waarschijnlijk een vermogen van
vijftien tot twintig duizend dollars; alles door hem zelven
gewonnen.
K.--Geheel zwart, koopman, vermogen dertig duizend dollars;
ongeveer veertig jaren oud, zes jaren vrij; betaalde
achttienhonderd dollars voor zijne familie; Baptist;
ontving een legaat van zijn meester, dat hij goed beheerd en
vermeerderd heeft.
"G.--Geheel zwart, kolenkooper, omtrent dertig jaren oud;
vermogen achttien duizend dollars, betaalde tweemaal
voor zich zelven, daar hij eens voor eene som van zestien
honderd dollars werd opgelicht; won al zijn geld door eigene
inspanning--gedeeltelijk terwijl hij slaaf was, daar hij
zijn tijd van zijn meester huurde en voor zich zelven zaken
deed. Een knap fatsoenlijk man.
"W.--Drie vierde zwart, barbier en oppasser uit Kentucky;
negentien jaren vrij; betaalde voor zich zelven en zijne
familie over de drie duizend dollars, vermogen twintig duizend
dollars, alles eigen verdienste; ouderling in de Baptistenkerk.
"C.D.--Drie vierde zwart, stukadoor, uit Kentucky; negen jaren
vrij; betaalde vijftienhonderd dollars voor zich zelven en
zijne familie; onlangs gestorven, zestig jaren oud; vermogen
zes duizend dollars."
Professor Stowe zegt: "Met deze allen, G. uitgezonderd, ben ik eenige
jaren persoonlijk bekend geweest, en mijne opgaven zijn op eigene
waarneming gegrond.
De schrijfster herinnert zich zeer wel eene bejaarde gekleurde vrouw
die als waschvrouw in de familie van haren vader werd gebezigd. De
dochter dezer vrouw trouwde met een slaaf. Zij was eene bijzondere
vlijtige en handige, jonge vrouw, en door hare naarstigheid
en zuinigheid en de standvastige zelfverloochening, bracht zij
negenhonderd dollars voor de vrijheid van haren man bijeen, die zij,
naarmate zij het geld bekwam, aan zijnen meester betaalde. Zij kwam
nog honderd dollars voor den prijs te kort, toen hij stierf. Zij
kreeg nooit iets van het geld terug.
Dit zijn slechts eenige voorbeelden uit eene menigte die aangevoerd
konden worden, ten bewijze van de zelfverloochening, geestkracht,
volharding en eerlijkheid, welke de slaaf in den staat van vrijheid
heeft betoond.
Men bedenke bovendien dat het den gemelden personen gelukt is tot een
betrekkelijken rijkdom en eene maatschappelijke positie te verheffen,
in weerwil van allerlei ontmoedigende bezwaren. De kleurling mag,
volgens de wet van Ohio, geen stemrecht hebben, en tot voor weinige
jaren was hem zelfs het getuigenisgeven in rechtszaken tegen een blanke
ontzegd. Ook zijn deze voorbeelden niet tot den Staat Ohio beperkt. In
alle Staten der Unie ziet men menschen, die pas gisteren de boeien
der slavernij verbroken hebben, zich door eigene krachtsinspanning,
die men niet te zeer bewonderen kan, tot hoogst achtenswaardige
betrekkingen in de maatschappij verheffen. Jennington, onder de
geestelijken, Douglas en Ward onder de uitgevers van letterkundige
werken, zijn welbekende voorbeelden.
Indien de leden van dezen vervolgden stam, tegen allerlei ontmoedigende
bezwaren in, zooveel gedaan hebben, hoeveel zouden zij dan kunnen
doen, indien de christelijke kerk hen in den geest van haren Heere
wilde behandelen!
Dit is eene eeuw, waarin de volken beroerd en geschokt worden. Er
heerscht een machtige invloed, die de wereld als door een aardbeving
doet golven en zwoegen. En is Amerika veilig? Elke natie, welke in
haren boezem eene groote, onherstelde onrechtvaardigheid omdraagt,
staat voor zulke stuiptrekkingen bloot.
Want wat is die machtige invloed, die aan natiën en tongen dat kermen
om de vrijheid en gelijkheid van de menschen afperst, dat zich niet
anders uiten kan?
O, kerk van Christus, lees de teekenen der tijden. Is die macht niet
de geest van Hem, Wiens koninkrijk nog komen moet en Wiens wil op
aarde moet geschieden gelijk in den hemel?
Maar wie zal den dag zijner toekomst verdragen! "Want die dag zal
brandende zijn als een oven, en Hij zal een snel getuige zijn tegen
hen, die het loon des daglooners met geweld inhouden, die de weduwe,
en de wees, en den _vreemdeling_ het recht verkeeren; en Hij zal de
onderdrukkers verbreken."
Zijn dit geene geduchte woorden voor een volk dat zulk een ontzettend
onrecht in den boezem draagt? Christenen, wanneer gij bidt dat het
koninkrijk van Christus komen moge, kunt gij dan die profetie vergeten,
welke den _dag der wraak_ in een geducht verband brengt met het jaar
zijner verlosten?
Eén dag van genade wordt ons nog aangeboden. Beide, het Noorden en
het Zuiden, zijn schuldig voor God, en de christelijke kerk heeft een
zware verantwoording te doen. Niet door samen te spannen om onrecht en
wreedheid te beschermen en een gemeenschappelijk kapitaal van zonde te
maken, kan deze Unie gered worden,--maar door berouw, rechtvaardigheid
en barmhartigheid; want niet vaster is de eeuwige wet, volgens welke
een molensteen in de zee verzinkt, dan die nog sterkere wet, volgens
welke onrecht en wreedheid den toorn des Almachtigen over de volken
zullen brengen!
EINDE
INHOUD
Waarin de lezer een menschlievend man leert kennen
De moeder
De echtgenoot en vader
Een avond in de hut van Oom Tom
Wat levende koopwaar gevoelt bij verwisseling van eigenaar
De ontdekking
Moederangst en moederkracht
Eliza's ontsnapping
Waarin het blijkt dat een senator niet meer dan een
mensch is
De gekochte waar wordt weggehaald
Waarin een slaaf voorkomt die geen slaaf meer is
Een proefje van wat er in den wettigen handel voorkomt
De kwakers
Evangeline
Over Toms nieuwen meester en andere dingen
Toms nieuwe meesteres en hare gevoelens
Een vrij man, die zijne vrijheid verdedigt
Miss Ophelia aanvaardt hare taak
Geschiedenis van St. Clare
Topsy
Kentucky
Het gras verdort--de bloem verwelkt
Henrique
Voorteekenen
De kleine Evangelist
Dood
"Dit is het laatste van de aarde", John Q. Adams
Hereeniging
De Nalatenschap
Het slavenmagazijn
De overtocht
Duistere plaatsen
Cassy
Geschiedenis der Quadrone
De gedachtenissen
Emmeline en Cassy
Vrijheid
De overwinning
Krijgslisten
De Martelaar
De jonge Meester
Eene authentieke spookhistorie
De afloop
De bevrijders
Naschrift
AANTEEKENINGEN
[1] Kortheidshalve zeggen de Amerikanen _trade_ en _trader_ voor
_slave-trade_ en _slave-trader_; deze uitdrukkingen schijnen de
zaak tevens eenigszins te moeten verzachten en bewimpelen. Om beide
redenen gebruiken wij hier ook handel en handelaar voor slavenhandel
en slavenhandelaar.
[2] Een werktuig van dien aard was inderdaad de uitvinding van een
jongen kleurling in Kentucky.
[3] Van de slavenstaten tot in Canada wonen hier en daar vijanden
van den slavenhandel, meestal van de gezindheid der Kwakers, die
samenwerken om gevluchte slaven voort te helpen en in veiligheid
te brengen. Deze vereeniging heeft door hare snelle en verborgene
werkzaamheid den naam van onderaardschen spoorweg (underground line)
verworven. Vertaler.
[4] Dr. Joël Parker, van Philadelphia.
[5] De schommelstoelen (_rocking-chairs_) zijn hier zoo weinig
bekend, dat wel mag opgemerkt worden, dat zij niets anders zijn
dan leunstoelen op een onderstel, als eene wieg, bevestigd, zoodat
men daarop zittende, zich zachtjes voor- en achterover kan laten
schommelen. In Noord-Amerika houdt men deze beweging voor gezond,
en zijn zulke stoelen in algemeen gebruik. Vertaler.
[6] Men denke hier en elders aan de inrichting van de Amerikaansche
rivierstoombooten, die over het geheele dek een op palen rustende
galerij of bovendek hebben, dat vooral tot wandelplaats dient.
Vertaler.
[7] Dag van toorn.--De Latijnsche woorden zijn gekozen als toespeling
op het begin van een oud kerklied, dat den dag van het laatste oordeel
ten onderwerp heeft.
[8] Gedenk, o goddelijke Jezus, dat ik de oorzaak ben van Uwen weg,
(dat Gij ook voor mij zijt gekomen), opdat Gij mij niet laat verloren
gaan op dien dag; mij zoekende hebt Gij vermoeid nedergezeten. Gij
hebt mij verlost door het lijden des kruises; laat zooveel arbeid
niet vruchteloos zijn geweest.
[9] De zin van dit liedje, in zooverre het zin heeft, is:
Meester zag mij een bever vangen. Hij lachte om te bersten,
Ziet gij de maan?