de Oostwagenstraat[21], zoo genoemd, omdat hier het Goudsche Wagenveer
afrijdt. Volgen we de helling naar den dijk en slaan wij linksom naar
het Oosteinde der Hoogstraat. Ook hier heeft een klooster gestaan.
Het was dat van de Predikheeren of Dominicanen. Deze vrome heeren
kwamen reeds in het begin der 15de eeuw in Rotterdam prediken. Hun
eerste gebouw, een schenking van een godsdienstig poorter, stond in de
Lombardstraat. Het aantal monniken nam echter dermate toe, dat men reeds
in 1444 er toe overging hier op het Oosteinde een klooster te bouwen.
Het bevatte meer dan honderd cellen voor de kloosterlingen, die lang zoo
sober niet leefden als de Cellebroeders. Zij zagen dan ook niet, zooals
deze ongeletterde monniken, altijd maar weer smart en ellende rondom
zich. Hun aandacht en bemoeiingen betroffen meer de levenden. Wie
behoefte gevoelde aan een geestelijk woord, hij trad de prachtige kapel
der »heeren« binnen om straks, gesterkt door de gehoorde »preek«, weer
aan den arbeid te gaan. Vele der Dominicanen wijdden zich aan de studie.
Zij waren de dragers der wetenschap; de geleerden, die boeken schreven
en versierden met prachtige gouden en zilveren letters. Anderen
onderwezen de zonen der rijke poorters of arbeidden in den grooten
kloostertuin, die zich ver tot over de Achterkloostergracht uitstrekte.
[21] De tegenwoordige Goudsche Wagenstraat.
Bij den brand in 1563 is ook dit klooster voor het grootste deel
vernield. Twee jaar later is het gedeeltelijk opgebouwd en weer door de
monniken in gebruik genomen. Thans echter doet het dienst als Gasthuis.
Nadat het Stadhuis geheel door de Vroedschap in gebruik was genomen, is
dit ziekenhuis ondergebracht aan de Kipsloot, sinds 1575 in het oude
Predikheerenklooster.
Nog andere inrichtingen van liefdadigheid vinden we op dit deel der
Hoogstraat.
Het Heilige Geesthuis of Oudemannenhuis, een stichting van Aelwijn
Floriszoon van der Meer, biedt een onderkomen aan XIII ouden van dagen,
waarom ze ook wel »de kamer van XIII« genoemd wordt. Het is geen toeval,
dat de inrichting juist aan een dertiental een onderkomen biedt. Met
opzet is dit aantal vastgesteld, als een herinnering aan Jezus en zijn
12 discipelen.
Behalve deze dertien, die een te huis vinden in het gebouw, verschaft
de stichting nog aan velen onderstand in den vorm van brood, turf, enz.
De bedeelden dragen een penning, waarop een duif is afgebeeld, het
zinnebeeld van den Heiligen Geest, »van den geest des vredes en der
liefde, het schoonste beeld van een weldoend, zachtaardig Christendom«.
Naast een Oudemannenhuis is er ook een Oudevrouwenhuis. Dit staat in de
Lombardstraat[22].
[22] In 1622 werd het eveneens naar het Oosteinde der Hoogstraat
overgebracht.
Waarvoor dient dat nieuwe gebouw naast het Gasthuis? Laten wij maar eens
nader treden en het opschrift op dien ingemetselden steen lezen:
»In 't jaer 1599, sonder confuis,
Heeft Jan Claessoen den eersten steen gelegt van dit Huis«.
Dat zegt ons nog niet veel. Misschien geeft het opschrift op dien
anderen steen meer licht.
»De Heeren van de Stadt hebben bedogt
Dit Huis te bouwen
Voor Mans en Vrouwen
Die met de gave Godts sullen werden besocht«.
[Illustratie: Kaatje.
Een verpleegde uit het Oudevrouwenhuis op de Hoogstraat.]
Onwillekeurig deinzen wij een schrede terug, nu we begrijpen, dat wij
voor het Pesthuis staan. Toch behoeven wij niet bang te zijn voor
besmetting. De »Zwarte dood« heerscht thans niet in de stad. Nog
maar enkele jaren geleden[23] heeft de »pestilentie« echter op een
vreeselijke wijze gewoed. Honderden zijn er aan gestorven. Om de
besmetting tegen te gaan, verordineerde het Stadsbestuur toen, dat
op marktdagen niet in den namiddag zou begraven worden en dat er geen
vrouwen mede ter begrafenis mochten gaan. Gelukkig is thans de ziekte
weer geweken en wordt het gebouw op het oogenblik alleen gebruikt als
Dolhuis. De »dollen« of krankzinnigen worden er verpleegd, vandaar
dat de inrichting den dubbelen naam van Pest- en Dolhuis draagt.
Bij de laatste epidemie is echter de wenschelijkheid gebleken van een
afzonderlijk gebouw voor de zinneloozen. Men heeft er dan ook reeds
over gedacht naast het Pesthuis afzonderlijke Dolhuisjes te bouwen. Vóór
1598 was het Pesthuis op het eind van de Oostwagenstraat bij de Goudsche
Poort, in het vroegere vrouwenklooster van St. Anna. Thans is daarin het
Weeshuis gevestigd, dat eertijds in de Weste Wagenstraat en nog vroeger
op de Hoogstraat, tegenover deze straat stond[24].
[23] In 1602 en 1603 woedde de pest hier vreeselijk.
[24] Waar nu de Weezenstraat is.
En hiermede zullen wij onze wandeling maar eindigen. Nog veel meer zou
er in de stad te bezien zijn, doch het merkwaardigste hebben we bekeken.
Laten wij van onzen vermoeienden tocht wat uitrusten en ons verfrisschen
in de taveerne »de Vergulde Valk« daar vlak bij ons, om daarna de stad
te verlaten. Het zal toch zoo heel lang niet meer duren, dat de
poortklok geluid wordt en dan--ge weet het--wordt de poort gesloten.
INHOUD.
Blz.
1. De Wilde Venen 5
2. De hooge zeedijk. Jong Rotterdam 11
3. Van dorp tot stad 23
4. De Jonker Fransenoorlog 32
5. De St. Laurenskerk 50
6. Een ramp op de Maas 62
7. Erasmus 65
8. Anneken Jans 72
9. De Brand in 1563 79
10. Rotterdam onder het Spaansche Juk 85
11. Rotterdam vergroot naar de Maas 95
12. Een wandeling door Rotterdam (± 1600) 102
UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
PLATEN-ATLAS
VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,
+ten dienste van het Gymnasiaal en Middelbaar
Onderwijs, Kweekscholen en Normaallessen,+
DOOR
Dr. A. J. VAN DER MEULEN,
+met medewerking van+
M. TEN BOUWHUYS.
+Prijs, gecartonneerd f 1,90.+
Geen ouderwetsche historieprenten bevat deze atlas, sprekend alleen van
'n woeste »histoire de bataille«, maar 'n volledige cultuurgeschiedenis.
Van den ruwen steenen beitel uit de vroegste beschavingsperiode voert
ons deze platen-serie geleidelijk naar de koene evoluties van den
vliegenier Jan Olieslagers te Rotterdam in den zomer van 1910.
De voortschrijdende ontwikkelingsgang van schier vijftig eeuwen op 't
gebied van techniek en beschaving ligt daartusschen.
Deze keurbundel historieplaten, 150 bladz. met 356 afbeeldingen op zwaar
kunstdrukpapier, met titelplaat en twee reproducties in kleurendruk
verdient 'n plaats niet slechts op de inrichtingen van onderwijs, maar
in elk ontwikkeld gezin. Den luttelen prijs is hij driedubbel waard.
En wie hem koopt, zal zich niet teleurgesteld vinden.
_Het Katholieke Schoolblad_, 8 Juni 1911.
* * * * *
+Wij hebben hier nu eens een uitgave die we onvoorwaardelijk kunnen
aanbevelen.+
Deze atlas moet een +uitnemend leermiddel+ zijn in handen van den
onderwijzer, die bedreven is in het teekenen. Daar is overvloed van
materiaal om de geschiedenisles te illustreeren met teekeningen op het
bord. Indien 't nog eens zoover komt, dat de onderwijzer geheel van en
voor de school kan leven, dan zal deze atlas tevens de stof leveren voor
een serie historieplaten, die hij bewerkt speciaal voor zijn school.
Want zoo ver moet het komen.
Intusschen bevelen we dezen atlas aan bij de studie geschiedenis voor
onderwijzers- en hoofdakte, voor Gymnasiaal en Middelbaar onderwijs.
_School met den Bijbel_, 23 Juni 1911.
UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
SCHOOLPLATEN
VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,
DOOR
J. W. DE JONGH en H. WAGENVOORT.
NAAR OORSPRONKELIJKE AQUARELLEN VAN
J. Hoynck van Papendrecht, Gerard van Hove, J. H. Isings Jr.,
C. Jetses, J. H. Jurres, G. Westerman, J. J. R. de Wetstein Pfister.
(Grootte 84 bij 110 cM.).
Prijs per plaat met geïllustreerde toelichting f 1,90
Opgeplakt op zwaar carton 2,30
Geïllustreerde toelichting afzonderlijk 0,25
~+Verschenen de eerste serie:+~
1. De Romeinen in ons land. (Een nederzetting bij een vesting).
2. De troepen van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572.
3. Een vergadering van de Nationale Synode te Dordrecht, 1619.
4. Ter Walvischvaart.
5. Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, 1812.
6. De verovering van Tjakranegara op Lombok, 1894.
~+Ter perse de tweede serie:+~
7. Aan het Hof van Karel den Grooten.
8. Ter Kruisvaart.
9. Floris V door de Edelen omgebracht.
10. Belegering van een Kasteel. (Het Huis te Voorst, 1362).
11. De Prins trekt over de Maas, 1568.
12. De Prins van Oranje aan het hoofd van de Nationale Militie bij
Quatre-Bras, 16 Juni 1815.
~+In voorbereiding de derde en vierde serie.+~
~+Februari 1911.+~
UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+--------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst |
| aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: welwillendendheid, waarmede zij ons |
| C: welwillendheid, waarmede zij ons |
| B: half onder, half boven hetwater |
| C: half onder, half boven het water |
| B: De drie Schie's |
| C: De drie Schie's. |
| B: te spelen Bij een uitval |
| C: te spelen. Bij een uitval |
| B: de burgers van Rotterdam! Hij |
| C: de burgers van Rotterdam? Hij |
| B: de la Patria« dit is »Aan Prins |
| C: de la Patria«, dit is »Aan Prins |
| B: gewijden grond rondom de St |
| C: gewijden grond rondom de St. |
| B: blaauwe Schaep« zijn, zegt deze, |
| C: blaauwe Schaep« zijn,« zegt deze, |
| B: »De Roode Hant«. Ge staat verbaasd |
| C: »De Roode Hant«.« Ge staat verbaasd |
| B: »Blaauwe Voet«?. Wilt ge die |
| C: »Blaauwe Voet«?. Wilt ge die |
| B: Groene, Witte en Gele Laken«, »het |
| C: Groene, Witte en Gele Laken«, »het |
| B: bekendste stadstorens Menigeen heeft |
| C: bekendste stadstorens. Menigeen heeft |
| B: van de erven hij den Blauwen Toren, |
| C: van de erven bij den Blauwen Toren, |
| B: ander mannenkloosters willen wij |
| C: ander mannenklooster willen wij |
| B: naar het oosteinde der Hoogstraat |
| C: naar het Oosteinde der Hoogstraat |
| B: ook reeds overgedacht naast het |
| C: ook reeds over gedacht naast het |
| |
+--------------------------------------------+