gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "_I am Mrs. Dimbleby's
daughter. Are you ready for your supper?_"
Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "_ready for her
supper_," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij
heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde
hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en
behoedzaam zooals zij gekomen was.
In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een
kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er
als een echte _gentleman_ uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar
aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette,
vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie
papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood
voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn
dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren
hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek,
dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty
over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.
[Illustration: Dorothy Dimbleby.]
"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei
Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in
Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het
heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de
rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de
grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel
een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan
Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."
Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet
gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig
samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje
vóór Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy,
die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij
zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van
de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de
tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den _bacon_ maar zou gaan
halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven
praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog
stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!"
riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte
stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige
kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje
vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi
gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van _alles_
in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik,
als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei
voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te
maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel
van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten
tot zij weer wat sterker is...."
Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en
vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden,
eerst den _bacon_ en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder,
die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de
waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar
school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "_Good-bye_" voor Hedwig,
die haar bij het raam stond na te kijken.
Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei
huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer
school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin
en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wèl weg met haar tijd en vond dat
zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar
zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in
het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de
haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk,
zóó was Dorothy Dimbleby,--een levenslustig en zacht klein vrouwtje en
de trots van hare ouders.
"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig
heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden
gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar _ik_ heb er
des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig
haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch
met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare
brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit _iets_ van deze gelukkige dagen
vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en
houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me
zorgt en in één woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen,
ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons
heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij
een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn
wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en
wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den
weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge,
witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de
stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken
bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay
onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar
Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst
wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk;
is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij
dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een
alleraardigste _cottage_ wonen en ook weer overal bloemen hadden staan.
Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een
tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder
schreef: "_From my dear German friend._"...."
Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet
herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een
enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de
prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen,
schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms
uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te
schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den
geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de
bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen
bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen
stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's
en jong groen beladen, thuis te komen.
Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche
bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de
woorden:
"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een
oogenblikje voor mij over hebt."
Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt
elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er
klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig
trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel
moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:
"_Is_ er wat?"
Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar
netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."
Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging
zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:
"Nu?"
"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige
verdere inleiding.
"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is dáár werk voor me?"
"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens
verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens
weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed
Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan
privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het
resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen,
het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."
"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou
ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog
geen of weinig lessen heb?"
"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed _home_, waar
je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin
van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij
je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een
genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld
voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel
aannemen?"
Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken
moet," zei ze eenvoudig.
"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of
tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het
geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de
directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar
kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de
andere lessen ook wel."
"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig.
"Er is maar één ding jammer bij...."
"En dat is?"
"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende
oogen.
"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp
afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen
vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit
Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt
logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in
ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe
Castle gaan zien; maar ga nu vóór het avondeten een kwartiertje rusten,
want je bent weer één en al opgewondenheid."
Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd.
Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar
de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de
gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een
paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"
Het was of de zon nog nooit zóó mooi had geschenen als den volgenden
dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was
uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet
storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet
"_quite English_" was!
Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich
lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die
het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.
"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd
heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen
zij den ingang van Luscombe naderden.
[Illustration: Luscombe Castle bij Dawlish (Devonshire).]
"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zóó prachtig uit," zei
Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."
"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"
"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd
op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die
rustig naar de beide dames stond te kijken.
"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar
juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."
"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd
zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien,
niet waar?"
"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?"
antwoordde de man bereidvaardig.
"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit één mond en nu begon er een
liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De
man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst
in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de
meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en
ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames,
die achter hem liepen, waren het er--misschien wel wat heel
hoorbaar!--over eens dat hij: "_a very nice man indeed_" en "_quite
gentlemanly_" was.
Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:
"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons
gevraagd worden?"
De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij
met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal
worden."
"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten,"
zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.
Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in
zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te
volgen, "het kasteel stond voor haar open."
Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de
dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok
daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te
gehoorzamen.
Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een
breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine,
vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en
waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man
zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en--die niemand
anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!
Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen
bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het
deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik
"_a nice man_" en "_quite a gentleman_" was! Mag ik u nu eens aan mijne
vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire
natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar
vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"
Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes
de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze
verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd,
waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen
met de belofte nog eens terug te zullen komen vóór haar vertrek.
HOOFDSTUK XIII.
Een rijk Leven.
Enkele dagen later regende en woei het vrij hard. In den haard der
zitkamer werd een vuurtje aangelegd en spoedig dansten de gele vlammen
vroolijk om een blok beukenhout. Dr. Hearty en Hedwig keken er naar,
terwijl zij Hedwig's aanstaanden werkkring te Manchester bespraken en
een circulaire opstelden, die Hedwig zou laten drukken en rond sturen en
waarin "_Fräulein Hedwig Eiche from Hannover_"--Hedwig's geboorteplaats
lag in de provincie Hannover--hare diensten als onderwijzeres in het
Duitsch aanbood. "_Erg_ gelukkig dat je juist uit dat gedeelte van
Duitschland komt," zei Dr. Hearty, "dat is dadelijk hier in Engeland een
goede aanbeveling, omdat Hannoversch Duitsch als zoo mooi bekend staat."
Hedwig verheugde er zich ook over. Zij was in een bizonder opgewekte
stemming, die nog verhoogd werd door de gunstige berichten, haar
zooeven in een brief van haar moeder gezonden. Clärchen had het oude
plan om ook gouvernante te worden, opgegeven en was op weg om een flinke
huishoudster te worden. Zij ging iederen dag van 's ochtends tot 's
avonds naar een groot doktersgezin, waar zij als _Stütze der Hausfrau_
werkzaam was. Zij had het er heel prettig en verdiende goed en haar
moeder had ook volop werk; zij hoopten nu langzamerhand zooveel te
besparen dat zij Hedwig eens konden komen bezoeken, als zij goed en wel
te Manchester gevestigd was!
Hedwig zelf bouwde ook allerlei luchtkasteelen en Dr. Hearty deed er
druk aan mee; zij meubelden reeds in gedachten een huisje, dat Hedwig
eenmaal bewonen zou, als zij met hare Duitsche lessen fortuin had
gemaakt. "Ik neem al vast geen schommelstoel, dat weet ik ten minste
wel," zei Hedwig lachend, terwijl zij naar hartelust heen en weer zat te
schommelen voor het vuur, "want daaraan ben ik hier veel te veel
verslaafd geraakt, maar in ieder geval...."
Wat zij in ieder geval al of niet doen zou, kwam niemand ooit te weten,
want juist op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt en kwam Dorothy
binnen met een briefje voor Dr. Hearty. "Van Luscombe Castle; er wordt
op antwoord gewacht," zei ze.
Hare oogen keken heel nieuwsgierig, terwijl Miss Hearty het briefje las,
maar zij bleef toch zwijgend wachten, evenals Hedwig, die onafgewend
naar Miss Hearty's gezicht zat te kijken en het "heerlijke schommelen"
thans geheel naliet. Dr. Hearty glimlachte even, toen zij het briefje
weer dichtvouwde, maar zij sprak geen enkel woord. Bedaard schreef zij
een antwoord en overhandigde dit aan Dorothy en eerst toen deze weer
verdwenen was, zei ze langzaam en als in gedachten:
"Dat is dus overmorgen...."
"Overmorgen? Wat is er overmorgen?" vroeg Hedwig snel.
"Gunst ja, ik had je waarlijk wel eerst mogen vragen of je er wel lust
in hadt; het spijt me dat ik daaraan niet gedacht heb. Nu, je kunt je
altijd nog bedenken."
"Lust in hadt! Maar waarin dan toch?" vroeg Hedwig ongeduldig. "Spreek
toch niet zoo in raadselen!"
"Ik zal duidelijk zijn als jij je kalm houden wilt," zei Dr. Hearty, die
er plezier in had haar te plagen.
"Maar ik ben zoo kalm als wat!"
"En je schommelt niet eens!"
"Alsof dàt een bewijs van kalmte was!" riep Hedwig lachend uit. "Enfin,
ik ben al weer druk bezig. Kijk maar!"
Zij bracht den schommelstoel duchtig in beweging en keek de dokter
vragend aan.
"Er zal overmorgen een dineetje wezen op Luscombe Castle," zei Miss
Hearty, "en daar wil men ons graag bij hebben. Mijn vriendin uit
Manchester komt vandaag."
"Een dineetje! Hoe verrukkelijk!" riep Hedwig, opspringend uit haar
stoel. Toen opeens met een verslagen gezicht: "Maar ik heb geen enkele
japon, die daarvoor mooi genoeg is."
"Geen japon? Och kom...."
"Neen, wezenlijk niet. Die Iersche mousseline is totaal versleten en
verder heb ik weinig anders dan eenvoudige blouses en een paar donkere
japonnen."
"Ja, dat gaat niet, vooral nu niet, nu ik juist een beetje eer met je
moet inleggen. Mijn zijden japon kan ik je moeielijk leenen, die zal ik
zelf aan moeten trekken en buitendien...."
"Buitendien zouden mijn beenen er dan ook een heel eindje uitsteken,"
zei Hedwig, terwijl zij naast Miss Hearty ging staan en lachend op haar
neer zag. "Ik ben wel _iets_ grooter dan u!"
"Oneerbiedig kind! Maar hoe zullen wij raad schaffen? Dorothy zal ook
niets hebben. Zij is wel nogal groot voor haar leeftijd, maar toch nog
bijna geheel een kind...."
Daar kwam Dorothy--iets heel ongewoons voor haar--ongevraagd weer
binnen. "Ik dacht...." zei ze met een kleur, "u hebt mij toch niet
geroepen?"
"Neen Dorothy Dimbleby, wij hebben je niet geroepen," zei Miss Hearty,
de hand op haar schouder leggend, terwijl Dorothy nog dieper bloosde,
"maar je komt toch alsof je geroepen waart." En Miss Hearty vertelde
haar wat het geval was.
"Maar ik ben grooter dan Fräulein Eiche, wel een half hoofd!" riep
Dorothy terstond uit. "En als zij mijn nieuw wit japonnetje aan wil
trekken, dan zal ik dat een heele eer vinden! Ik heb het nog maar
eenmaal gedragen op een danspartijtje dezen winter en het is volstrekt
niet kinderachtig gemaakt. Zal ik het gauw even halen? Dan kan Fräulein
Eiche het dadelijk eens passen."
"_Heel_ graag, maar dan moet je eerst aan Mrs. Dimbleby vragen of die er
in 't geheel niets tegen zou hebben...."
"O, moeder vindt het wel goed, dat weet ik zeker!" riep Dorothy; hare
oogen tintelden van plezier. Zij was al bij de deur om weer weg te
snellen, toen Miss Hearty haar terugriep; Hedwig zat met een vroolijk
gezicht toe te kijken.
"Sta eens vlug op, Fräulein Hedwig Eiche van Hannover," zei de dokter,
"en meet eens even met Dorothy of zij werkelijk de langste is."
"Ik ben grooter, ik weet het zeker; heusch!" riep Dorothy opgewonden.
Zij bleek inderdaad grooter dan Hedwig te zijn, al was het geen "half
hoofd" en triomfantelijk liep zij nu de kamer uit om haar japon te
halen.
"Alleraardigst om dadelijk met dat aanbod aan te komen," zei Hedwig.
"Ja, 't is een lief schepseltje! Als dat witte japonnetje jou nu maar
past en goed staat; je bent gelukkig niet dik! En ... er kan altijd wat
aan veranderd worden...."
"Daar ben ik al weer," riep Dorothy, hijgend de kamer inkomend met het
lichte kleedje over den arm. "Moeder vindt het uitstekend. Kijk!" En zij
hield de japon aan de mouwen in de hoogte om haar in al haar schoonheid
te laten zien.
"Hoe beeldig mooi!" zei Hedwig, bewonderend naar het neteldoeksch
japonnetje kijkend, dat smaakvol gegarneerd was en er met het geplooide
blouselijfje "volstrekt niet kinderachtig" uitzag, zooals Dorothy
nogmaals met ijver opmerkte.
"Wel jammer dat er niet een klein sleepje aan is," zei Dr. Hearty
peinzend.
"Een sleep? O, ik met een sleep!" riep Dorothy uit, in de handen
klappend. "En ik moet nog veertien worden! Maar moet Fräulein Eiche nu
niet eens passen? En ... mag ik er dan bij blijven?"
"Natuurlijk," zeiden de beide dames als uit één mond.
In een paar minuten tijds had Hedwig nu, door Dorothy geholpen, het
aardige toiletje aangetrokken, dat haar tot aller vreugde, inderdaad
vrij goed paste; alleen konden de halfkorte mouwen en de, voor eene
volwassene jonge dame, beslist te korte rok niet blijven zooals zij
waren. "Ik heb nog een heel stuk van die kant, waarmee het lijfje
gegarneerd is; zal ik die even halen? Dan kan die misschien onder aan de
mouwen worden gezet," zei de bereidvaardige Dorothy, "en in den rok zijn
onder de strooken twee opnaaisels, dus die kan gemakkelijk langer worden
gemaakt." En meteen was zij alweer de kamer uit.
Ze kwam terug met de mooie kant en met haar werktaschje. "Mag ik het
doen?" vroeg ze gretig. "Mag ik die opnaaisels lostornen?"
"Wel zeker, heel graag," en Miss Hearty nam de mouwen onder handen,
Hedwig de eene helft van den rok en Dorothy de andere en onder gelach en
gepraat werd het werk verricht, terwijl de regen buiten tegen de ramen
kletterde en het vuur in den haard des te helderder vlamde. Mrs.
Dimbleby kwam ook even binnen om te vragen of zij ook helpen kon en
groot was de pret, toen ook Mr. Dimbleby aan de deur klopte en zijne
diensten kwam aanbieden!
Natuurlijk steeg Dorothy's opgewondene belangstelling ten top, toen de
gewichtige dag daar was en zij, tot haar innige trots, zelf de laatste
hand mocht leggen aan Hedwig's toilet, dat haar nu, dank zij de
aangebrachte veranderingen, werkelijk heel goed stond, al ontbrak nog
steeds de sleep! Miss Hearty zag er onberispelijk deftig uit in zware,
grijze zijde en toen het rijtuig met haar en Hedwig wegreed, keek de
geheele familie Dimbleby het na, als kon zij zich daardoor eenigszins
een voorstelling maken van het genot, dat op Luscombe Castle zou worden
gesmaakt.
Dorothy mocht dien avond langer opblijven dan gewoonlijk om op den
terugkeer der beide dames te wachten en zoodra zij het rijtuig meende te
hooren aankomen, snelde zij naar buiten. Even stond zij bewonderend te
kijken naar de sterren, die zich in de diepblauwe zee weerkaatsten, toen
keek zij verlangend uit naar het naderende rijtuig.
Toen het al dichter en dichter bij kwam, viel het haar op dat zij geen
handen zag wuiven door de geopende raampjes; zij had toch beslist gezegd
dat zij hier zou staan wachten! Snel liep zij een eind den weg op. Het
wàs het rijtuig toch wel?
Ja, daar zag zij duidelijk het gezicht van Miss Hearty, dat haar
vriendelijk toeknikte. Hedwig zat naast haar, maar keek niet naar
buiten; zij hield het hoofd voorover gebogen. Dorothy kon nu ook zien
dat zij een grooten bos varens en grassen in de hand hield. Maar waarom
keek zij toch niet op?