Nesta kreeg wat schrijfwerk op en de Duitsche les begon met de beide

oudsten. Bunny was onuitputtelijk in het bedenken van allerlei

aardigheden en wist er zich met verwonderlijke vlugheid door te slaan,

als zij een woord verkeerd uitsprak of iets niet begreep. May had die

handigheid niet, maar zij deed erg haar best en keek verheugd, toen

Hedwig aan het eind der les verklaarde, dat het al veel beter ging dan

zij gedacht had. Nu kregen de beide oudste meisjes schriftelijk werk op

en moest Nesta een heel eenvoudig Fransch stukje lezen en uitleggen. Het

ging niet naar haar zin en meer dan eens sloeg zij ongeduldig met haar

vuist op de tafel, maar Hedwig zette door en rustte niet, voordat de

geheele bladzijde gelezen was.

Het vroege middagmaal werd, evenals later de thee en het avondeten, door

haar en Bridget en de kinderen in de kinderkamer gebruikt en zij begreep

dat zij alleen iederen dag aan het ontbijt met Mr. en Mrs. Balvourneen

zou aanzitten.

Het speet haar niet. De kinderen trokken haar aan en zij vond het

prettig zich geheel aan hen te wijden en, evenals indertijd bij de

familie von Zercläre, de rustige avonduren voor zichzelf te hebben of

eens een praatje te maken met de vriendelijke Bridget, die doorgaans in

de kinderkamer te vinden was.

Bridget ging dien eersten dag ook met haar en de kinderen--Bruce moest

met zijn meester uit--wandelen en wees Hedwig den weg naar de

lievelingsplek der kinderen in het bosch, waar vlugge beekjes het water

over gladde steenen lieten kabbelen en telkens tusschen de donkere,

hooge lanen lichte plekken waren, waar de hei reeds roodachtig begon te

schijnen en de brem nog in vollen bloei stond.

Het was een vrij lange wandeling en zij moesten eerst een zonnig bergpad

over, vanwaar zij herhaaldelijk Glengariff en de baai, thans vol ranke

zeilscheepjes en bootjes, zagen liggen. De kinderen waren onvermoeid,

groetten ieder, die zij tegen kwamen, met groote hartelijkheid en werden

even hartelijk teruggegroet, het allermeest door de jonge boerinnetjes,

die in haar aardige, losse kleedij met korte mouwen en rokken, op bloote

voeten den berg bestegen, haar mand met eieren onder den arm houdend of

minder breekbare waar achter op den rug dragend. Aantrekkelijk zagen de

deerntjes eruit met hare heldere oogen, het donkere, onbedekte,

krullende of golvende haar en de warmbruine gelaatskleur, door veel

beweging in de buitenlucht veroorzaakt. Een van haar, blijkbaar een

goede kennis van de kinderen en reeds van verre begroet als "_sweet_

Kate" en "_darling_ Kate", wierp hen in 't voorbijgaan een ruiker

margrieten toe en een bosje groen, door Hedwig voor gewone klaver

aangezien. Bunny had het 't eerst opgeraapt en kwam er mee naar Hedwig

toe loopen, steeds met die eigenaardig welluidende Iersche stem, die

Hedwig telkens op nieuw trof, juichend en zingend dat het een aard had.

"Dat treft prachtig dat wij u den eersten dag al _shamrock_[10] kunnen

laten zien!" riep zij uit. "Echte Iersche _shamrock_! Eenig mooi is die,

he?" En zij streelde liefkoozend de fijne blaadjes.

"_Shamrock_ kan nergens anders groeien dan in Ierland," verzekerde nu

May, die ook naast Hedwig was komen loopen. "Zooveel menschen hebben al

beproefd haar ergens anders te kweeken, maar de _shamrock_ wil maar

niet. Is dat niet aardig? Zal ik u eens vertellen wat Ieren doen, als

zij naar een ander land reizen, naar Amerika bij voorbeeld? Dan nemen

zij een pot met Iersche aarde mee en planten daar hun _shamrock_ in en

dan gaat het goed, maar als zij in andere aarde gezet wordt, nooit! O,

op St. Patrick's Day, dan zult u eens wat zien...."

"Dat is pas 17 Maart!" viel Bunny in. "Dat duurt nog zóó lang! Ja, dan

is het net of er in Ierland niet anders groeit dan _shamrock_, want dan

heeft iedereen het letterlijk aan en dan dragen velen er mooie, groene

linten bij. En dan is er 's avonds een echt Iersch concert, daar worden

alleen maar Iersche liederen gezongen en dan worden er Iersche dansen

gedanst, de _jig_ en de _reel_ en ten slotte zingt iedereen: "_Let Erin

remember the days of old_...." En nu heb ik nog vergeten te vertellen

dat alle Ieren, die niet in hun eigen land zijn, dan in brieven

_shamrock_ gestuurd krijgen om die ook op St. Patrick's Day te kunnen

dragen...."

"Lieve, lieve Maddy, ik kom ook bij jou," zongen nu Nesta en Boy en zij

liepen van Bridget weg en holden den berg af om met een bons tegen

Hedwig en de meisjes aan te vallen.

"Neen, neen, dat gaat zoo niet. Ik ben gesteld op keurige Iersche

manieren," zei Hedwig vermanend.

"Keurige Iersche manieren!" herhaalde de _thunderboy_ met grove stem en

hij liep met Nesta vooruit op een drafje het bosch in, naar de opene

plek, waar zij gewoonlijk speelden.

Het was er lekker koel door de zware boomen rondom en de nabijheid van

het water en de kinderen juichten, toen Bridget voorstelde om van de

dikke takken, die er lagen en van mos, een huisje te gaan bouwen.

IJverig togen nu alle handen aan het werk. Nesta en Boy hadden het zóó

druk dat zij meer dan eens in hun haast tegen elkaar aanstootten en den

zoo vlijtig verzamelden mosstapel op den grond lieten vallen. May en

Bunny hielpen Bridget en Hedwig de muren vast maken en trapten en

drukten het losse mos in elkaar tot het, volgens May, "zoo stevig werd

als echte planken." Hedwig genoot de zuivere lucht en het aardige

werkje. Zij keek bewonderend naar Bridget's vlugge handen, die de takken

tot bogen vormden om het dak te maken. Tusschen de naast elkaar gelegde

takken moest weer mos worden bevestigd. "Het dak geeft het meeste werk,"

zei Bridget, "daar komen wij vandaag niet mee klaar."

"Er zijn nog heel groote gaten in het dak," zei Nesta, die midden in het

"huis" naar boven stond te kijken. "Daar komt nog heelemaal de zwarte

lucht door."

De zwarte lucht? Hedwig en Bridget keken snel op. Zij waren te zeer

verdiept geweest in haar werk om op het weer te letten; nu kwamen zij

met schrik tot de ontdekking dat de zon verdwenen was achter steeds

donker wordende wolken.

"Hè, net op mijn neus!" riep Boy. "En nu op mijn wang! En daar is er

weer een op mijn kin!" Want er begonnen dikke regendruppels te vallen

en, wat erger was, er deed zich een dof gerommel hooren tusschen de

bergen. Een flauwe bliksemstraal verlichtte het binnenste van het

huisje, dichterbij klonk de donder, heel fel scheen plotseling het

licht, luider en zwaarder werden de donderslagen en met onstuimige

kracht viel de regen in dichte stralen neer.

"Gauw naar huis. Loopen, draven, den kortsten weg nemen!" riep de hevig

ontstelde Bridget, Boy bij den arm grijpend. "Voortmaken kinderen,

vlug!" riep Hedwig. "Nesta, geef mij een hand, May en Bunny houdt elkaar

vast.... Niet bang wezen...."

"Bang? Wie is er bang? Ik niet!" riep Bunny met vuur uit. "En ik blijf

hier. Het is veel te prachtig om nu weg te loopen. En wij hebben immers

een huis! Kijk, wat blijft het stevig staan! Oef...." En zij sloeg den

rok van haar jurk over het hoofd en veegde zich den regen uit het

gezicht.

"Ja, ik blijf ook hier; ik wil niet weg, ik doe het niet," riep nu Nesta

met haar hooge sopraanstem en Boy rukte zich van Bridget los en riep

mee: "Ik ook! Ik ook! Ik wil niet naar huis!"

"Dan gaan wij ook niet, he?" vroeg May, met schitterende oogen tot

Hedwig opziende. "_Mogen_ wij blijven?"

"Neen, natuurlijk niet. Wij gaan onmiddellijk naar huis, allemaal," zei

Hedwig zeer beslist. "Komaan kinderen, geen gekheid!"

"Gaat allemaal maar weg; _ik_ blijf hier," herhaalde Bunny, die geheel

onhandelbaar geworden scheen door het onweer.

"Och, wat moeten wij doen? Wat moeten wij doen?" riep Bridget wanhopig

uit, zich met echt Iersche opgewondenheid de handen wringend. "O, hoort

toch eens, wat een noodweer! Ach en daar is de _banshee_, de _banshee_,

ach, ach!"

Een ratelende donderslag was door een verblindend licht gevolgd, toen

dit wegstierf, deed zich een langgerekt, klagend geluid hooren, dat door

de bergen weerkaatst werd.

"Biddy," zei May, haar hand op Bridget's arm leggend en bedaard

sprekend, hoewel zij doodsbleek zag, "het is alleen het onweer. Je moet

niet bang wezen voor de _banshee_; die is er niet, zegt vader."

Doch Bridget was te zeer buiten zichzelf om naar haar te kunnen

luisteren. "We moeten vluchten, vluchten voor de _banshee_," fluisterde

ze, Hedwig angstig aanziende.

"Ja, wij gaan naar huis," hernam Hedwig, die heel bedaard bleef. "Komt

kinderen, dadelijk, terstond!"

"Ik wil niet, ik doe het niet!" riep Nesta driftig, Bunny zei nog eens:

"Ik _blijf_ hier," en nu nam Hedwig den zeer tegenstribbelenden,

gillenden Boy op hare schouders, greep Nesta's hand stevig vast en liet

Bridget met May vooruit gaan om den kortsten weg te wijzen.

Nesta schreeuwde het uit. "Ik wil niet! Ik wil mijn zin hebben!" riep

zij. "Ik wil niet in den regen loopen...."

Hedwig had moeite haar voort te trekken, maar toen Bunny eieren voor

haar geld koos en, zooals Hedwig ook verwacht had, al spoedig achter de

anderen aan kwam snellen, ging het beter. Zij nam Nesta van Hedwig

over, liet haar nu en dan bij wijze van pretje op een draf loopen en

lachte Bridget uit, toen deze nog eens verschrikt riep: "Ach, daar is de

_banshee_ weer, de _banshee_ gaat met ons mee naar huis. Als zij van

nacht maar niet onder een van onze ramen komt...."[11]

Boy gaf vanaf zijn hooge zitplaats allerlei opmerkingen ten beste.

"Maddy's hoed wordt zóó nat!" "Maddy's ooren beginnen te glimmen van den

regen!" "Bunny's jurk druipt!" "Wat stapt Nesta lekker in de plassen!"

"Vort paardje, vort!" En hij sloeg zijn armen steviger om Hedwig's hals

en drukte zijne beenen tegen hare schouders. Hedwig keek om en knikte

hem eens toe, waardoor tot groot plezier van Boy, een lange straal water

van haar hoed af liep.

Eindelijk, juist toen de regen minder werd, waren zij thuis. Nooit nog

had Bridget den weg naar boven zóó lang gevonden, maar toen zij eenmaal

het kasteel Balvourneen in het gezicht had, schaamde zij zich haar angst

en een weinig verlegen kwam zij Hedwig op zijde, keek haar trouwhartig

aan met hare grijze oogen en zei:

"Ik ben een slechte hulp geweest vandaag. Een volgenden keer zal ik niet

weer zoo laf zijn!"

Hedwig kon onmogelijk anders antwoorden dan met een glimlach, zoo hijgde

ze van den tocht den berg op met den zwaren Boy op haar rug.

Daar kwam Bruce aanhollen. Met woeste sprongen en een luid geblaf

begroette hij zijn natte kameraden en als om hun te zeggen dat zij toch

voort moesten maken, draafde hij toen voor hen uit, om bij den ingang op

hen te blijven wachten.

In de vestibule, neergezegen op een der lage stoelen, vonden zij Mrs.

Balvourneen. Zij hield hare handen voor 't gezicht, maar liet die met

een gebaar van neerslachtige berusting in den schoot vallen, toen zij al

de kinderen gezond voor zich zag.

"Is dat uitblijven!" riep ze. "Mijne zenuwen zijn geheel in de war. Ach,

mademoiselle Eiche, hoe kondt u zóó ver met die arme, teere kinderen

gaan en hen aan dien storm blootstellen? En mijn lief, eenigst zoontje,

ach, wat ziet hij er nat en akelig uit! Ga dadelijk naar boven, Bridget,

en laat de kinderen allen een warm bad nemen en iets warms drinken en

dan naar bed gaan.... Ik kan niet meer spreken, ik ben doodop van al den

angst, dien ik doorgestaan heb! Gaat nu allen heen."

Bridget gehoorzaamde terstond, dankbaar dat zij er zoo gemakkelijk af

kwam. De "teere" kinderen volgden met Hedwig en Bruce sprong tegen ieder

om de beurt op en deelde likken uit op een wijze, die duidelijk toonde

hoezeer hij in zijn schik was dat allen weer goed en wel thuis waren.

Toen zij boven gekomen waren, liep May naar Hedwig toe en liet haar

triomfantelijk iets kijken. Het was het bosje _shamrock_, dat zij door

allen storm en regen heen, trouw had bewaard. "Voor u," zei ze, Hedwig

vroolijk aanziende, "als het uitgespreid wordt, droogt het gauw en dan

kunt u ervan in een brief naar huis sturen; dat is zoo aardig, want

_shamrock_ hebben zij in Duitschland niet, die groeit heusch alleen maar

in Ierland!"

"Dank je wèl," zei Hedwig, het aardige, tot haar opgehevene gezichtje

kussend.

"Wij behoeven niet _echt_ naar bed, hoor Maddy," zei Bunny met

overtuiging, "het is nog zóó vroeg!" En Nesta en Boy riepen ook

terstond: "Ja, nog véél te vroeg!"

Doch Hedwig was onverbiddelijk en liet de orders van Mrs. Balvourneen

zóó stipt uitvoeren dat zelfs Bridget er verbaasd over was. Met die

nieuwe mam'selle viel blijkbaar niet te gekscheren!

Het gevolg was gelukkig dat geen van allen het minste nadeel van den

tocht ondervond. Het mooie huisje van takken en mos kwam enkele dagen

later geheel klaar en bleek zooveel aantrekkingskracht te hebben dat de

kinderen er slechts zelden toe over te halen waren, hunne dagelijksche

wandeling ergens anders heen te richten. Bunny stelde het zich zelfs als

een heerlijkheid voor, eens een week in dat huisje te mogen wonen,

"middenin het bosch met niets om mij heen dan vogels en bloemen en

boomen en water", maar May zeide: "Ik denk dat je toch wel naar

Balvourneen terug zoudt verlangen, als je eenmaal in dat kleine huisje

zat; en wat zou je dan altijd willen eten?"

"Eten! O, daar kon ik wel een weekje buiten!" beweerde Bunny dan en

Hedwig hoorde het haar zeggen en dacht aan het schrale voedsel op Hill

House!

Zij voelde zich spoedig thuis op Balvourneen en met de kinderen, doch

van de ouders bemerkte zij al heel weinig. Er gingen weken voorbij dat

zij hen alleen de korte poos aan het ontbijt sprak en de regeling der

lessen en der vrije uren werd nagenoeg geheel aan haar overgelaten.

Slechts een enkele maal kwam Mrs. Balvourneen eens de leerkamer in, om

dan haastig een paar opmerkingen te maken of lievigheidjes tegen de

kinderen te zeggen en hun te vragen of alles wezenlijk ging, zooals

_zij_ het prettig vonden. Bunny riep dan geregeld: "Natuurlijk moeder,

Maddy is een snoes!" en May herhaalde met vuur: "Ja, een echte snoes!"

alleen het driftkopje Nesta, die volstrekt niet vond dat alles naar haar

wensch ging, hield zich nukkig stil, wat haar moeder echter, in het

begin althans, niet opmerkte.

Een groot genot was voor de kinderen en ook voor Bridget, het

verteluurtje Zaterdagsavonds, als allen, ook Boy, wat later op mochten

blijven en Hedwig verhalen deed over Duitschland en over Clärchen. Ook

van Tieka von Zercläre vertelde zij nu en dan en Nesta kroop altijd

dichterbij, als er van Tieka's poppenkamer en de verzameling

kinderportretjes sprake was.

Soms mochten de kinderen zelf ook vertellen, wat zij dolgraag deden,

Bunny vooral, wier fantasie onuitputtelijk was. Boy's verhalen waren

altijd heel kort; gewoonlijk handelden zij over iets lekkers. "Ik

droomde van nacht dat ik heel alleen in de eetkamer zat en dat John een

groote taart binnen bracht en dat ik die heel alleen op mocht eten. En

dat deed ik toen ook en ik werd heelemaal niet ziek en ik had er juist

erg graag nog eentje gehad!"

Nesta, die haar moeders lieveling was, vertelde graag--en het trof

Hedwig pijnlijk--van een gezonde moeder, die heel veel met hare kinderen

speelde en zong en wandelde en toch nooit vermoeid was en May deed met

haar zachte, heldere stem verhalen van wit-rose wonderlelies, die in

koude landen 's winters tusschen de sneeuw bloeiden en van een witten

meidoornstruik, heel diep in het bosch, die veel langer bloeide dan

andere meidoorns en nooit omgehakt mocht worden, omdat de fee, die erin

woonde dan boos zou worden en ver weg trekken naar andere landen.

Bridget vertelde iederen keer weer van een bizonder vadzig Iertje, dat

zelfs te lui was om te eten, want hij vond het veel te veel moeite zijn

hand naar den mond te brengen. Zijne vrouw, die ook wel een beter

huwelijk had kunnen doen, moest hem altijd voeren, terwijl hij languit

in het gras lag!

Als het vertellen gedaan was, ging Hedwig aan de piano zitten en speelde

danswijsjes. Dan huppelden de kinderen er lustig op los en tot slot werd

dikwijls, op algemeen verzoek en met groote geestdrift, het geliefde

Iersche lied van Moore gezongen: "_Let Erin remember the days of

old_...."

Dan kwamen soms Mr. en Mrs. Balvourneen zachtjes binnen om te luisteren

naar de zeer welluidende kinderstemmen en ook Hedwig vond dit een

aantrekkelijk oogenblik.

Het was op een regenachtigen Zaterdagavond,--over de witte huizen en de

baai van Glengariff lag een waas van somberheid--dat Bunny met

verschrikte oogen de kinderkamer kwam binnensnellen. Zij was de

beukenheg voorbijgegaan bij het kleine meertje in het park en de

bladeren ritselden zóó geheimzinnig, er was daar zeker een bijeenkomst

van _leprechauns_[12] van avond en o....

Maar Hedwig nam een schrift op en liet de bladen ervan om Bunny's ooren

waaien. "Dit geluid was het zeker, he?" riep ze. "En heeft het je zoo

bang gemaakt dat je geen trek meer hebt in thee? Arme Bunny! Wie heeft

er wel trek? De thee is klaar."

Bunny keek een beetje boos. "Waarom mag ik niet verder vertellen?" vroeg

ze.

"Omdat wij nu eerst thee gaan drinken," zei Hedwig, die Nesta bleek en

Boy's oogen wat angstig had zien worden. "Straks moog je vertellen, na

de thee, op het gewone uurtje."

"Ja, ja, op het gewone uurtje," riep May, stoelen aan de tafel

schuivend. "Laten wij maar gauw gaan zitten, dan zijn we des te eerder

klaar. Ik ben toch zóó nieuwsgierig...."

"Ik ook! Ik ook!" riepen nu Nesta en Boy als uit één mond, maar nu hield

Bunny zich stil. Het was duidelijk dat zij over iets zat na te denken en

nog was de maaltijd niet geheel afgeloopen, toen zij opsprong en de

kamer uitsnelde. "Maar Bunny, Bunny!" riepen Hedwig en Bridget haar na.

"Ja, ja, ik kom dadelijk weer om te vertellen," riep zij terug. "Wacht

maar even."

"Dat doet zij nu weer _alleen_ om ons nieuwsgierig te maken," zei Nesta

vertrouwelijk en als dat zoo was, bereikte Bunny zeker haar doel, want

het duurde zoo lang eer zij terug kwam, dat Hedwig ongerust werd en

opstond om haar te gaan zoeken.

Maar juist wilde zij de kamer verlaten, toen er hard op de deur werd

geklopt, Bruce hevig begon te blaffen, allen opsprongen en....

Wat voor wonderlijk wezen kwam daar binnen? Nesta greep Hedwig's hand en

Boy kreeg een hoogroode kleur en liep dichter naar Bridget toe, maar hij

stak zijn handen in zijn zakken en ging wijdbeens staan, alsof hij

zeggen wilde: "Denkt maar niet dat ik bang ben!"

Al strompelend, zwaar leunend op een stokje, kwam nu een oud vrouwtje

binnen, dat door haar zonderling uiterlijk en vreemd starenden blik, "op

't eerste gezicht," zooals May later zeide,--"een echt griezeligen

indruk maakte." Het vrouwtje droeg boven een zwarten rok een

vaalgroenen mantel, zooals de Iersche boerinnen die dragen; de kap, die

met verschoten rood gevoerd was, had zij over het hoofd geslagen,

terwijl haar voorhoofd bijna geheel bedekt was door een stijf

vastgeknoopten doek, juist alsof zij aan erge hoofdpijn leed. Onder de

oogen lagen onnatuurlijk donkere, breede kringen en ... boven de

bovenlip was een geelwit snorretje te zien, dat sterk aan verkleurd

poppenhaar deed denken. Het heksje stak den mond ver vooruit, en liep

zeer gebogen. En met een akelig doffe stem sprak ze:

"Ik heb een lange reis gemaakt. Bij de meren van Killarney ben ik

geweest; aan den voet van den hoogen berg Carran Tual woon ik. De

_leprechauns_ hebben mij betooverd! Een schoone, jonge maagd ben ik

geweest...." hier giegelde May hardop--"nu ben ik een oude, oude

heks...."

"Kom toch wat dichter bij, heksje," zei Hedwig, haar vriendelijk bij de

hand nemend en het heksje liet zich in den kring leiden, maar begon,

toen men al meer en meer om haar heen drong om haar goed te bekijken,

zulke afschuwelijke geluiden te maken dat May oneerbiedig uitriep:

"O Bunny, houd toch op!"

Allen lachten, doch nu keek het heksje zeer toornig, hare groene oogen

flikkerden en met haar stok op den grond stampend, riep zij uit:

"Past op! Past op! Neemt u allen in acht of ik zend u naar de

_leprechauns_!"

"De _leprechauns_? Wat zijn dat toch voor dingen?" vroeg Hedwig en de

heks hief dreigend haar stok op en zei verontwaardigd:

"Dingen! Durft gij het wagen de geduchte _leprechauns_ _dingen_ te

noemen? Hoor, gij lichtzinnige Germaansche en gij, kinderen van het

groene Erin, hoort, hoe ik in mijne _Geschiedenis der Leprechauns_, deze

machtige berggeesten beschreven heb ... maar geeft mij dan eerst een

stoel, want mijne stramme leden worden moe."

"O, hoor Bunny eens! Haar stramme leden!" riep Nesta, maar Boy zette

vlug een stoel bij het bestje neer en vroeg:

"En toen ... en toen?"

"Boy moet eigenlijk naar bed," zei Bridget.

"Laat deze zoon van Erin eerst nog een oogenblik naar mij luisteren,"

zei het oudje. En op plechtigen toon vervolgde ze:

"De _leprechauns_ zien er uit als allerverschrikkelijkst leelijke,

verschrompelde oude dwergen met heel groote neuzen en kleine, valsche,

gniepige oogen, die altijd schuin staan. Niettegenstaande hunne nietige

gestalten zijn de _leprechauns_ al uit de verte te herkennen aan de

roode buisjes, waarbij zij altijd kuitenbroeken en lage schoenen met

gespen dragen en aan de puntmutsen, waarmee zij hun borstelig haar

bedekken. De _leprechauns_ wonen in de bergen en in groote, holle boomen

en als de maan heel helder schijnt, vertoonen zij zich in hunne

Zondagskleeren--groene jagerbuizen en roode mutsen--en dansen, dansen,

dansen uren lang, tot het ochtendlicht begint te schijnen. Hunne groote

kracht ligt in die kleine, valsche, gniepige oogen"--hier kneep het

oudje de hare bijna geheel dicht en zette zoo'n dwaas gezicht dat allen

in lachen uitbarstten--"waarmee zij iemand betooveren kunnen, zooals ik

helaas betooverd ben! Maar wie de kracht bezit een _leprechaun_ strak

aan te kijken, twee minuten lang, zonder met zijn oogen te knippen of

ook maar een vin te verroeren, die komt niet onder de betoovering en

kan zakken vol goud van hem los krijgen, zooveel als hij er maar wenscht

te bezitten! Twee heele minuten doodstil te blijven staan, is echter een

verbazende toer en--als men maar even met de oogen knipt, of ook maar

het puntje van zijn pink beweegt, is het mis en verdwijnt de

_leprechaun_, zonder een enkel korreltje goud achter te laten...."

"En nu moeten Nesta en Boy ook verdwijnen," zei Bridget. "Het is al zóó

laat; ik durf niet eens te zeggen hoe laat!"

"Och, ik ben nog niets slaperig," zei Boy, zijne oogen heel groot

makend.

"Wacht, ik ga mee je naar bed brengen," riep Bunny met haar gewone stem

en nu riepen Boy en Nesta te gelijk uit: "Ja, ja, ja! Ga maar gauw mee,

heksje!" En het heksje liep mee, vroolijk met haar stok zwaaiend en

zingend dat de _leprechauns_ het van avond maar zonder haar moesten

stellen, er mocht dan van komen wat er wilde!

HOOFDSTUK X.

Nesta's Drift.

"Neen moeder, kennissen heb ik hier niet gemaakt," schreef Hedwig in

antwoord op een vraag van haar moeder, "maar dat gaat ook zoo

gemakkelijk niet, omdat wij vrij eenzaam wonen, nog een heel eindje van

Glengariff af en de vrienden van Mr. en Mrs. Balvourneen kunnen

moeielijk òòk de mijne wezen, want die ontmoet ik heel zelden, al hoor

en zie ik nogal eens fraaie equipages naar ons kasteel rijden; er komt

veel bezoek. De kinderen zijn bijna altijd bij Bridget en mij, een heel

enkele maal mogen zij eens beneden eten en dan doe ik dat ook, maar dan

zijn er geen gasten. Ik heb heusch geen conversatie noodig, moedertje;

er is afwisseling genoeg in mijn leven! Het is zóó iets anders dan op

Hill House en het is hier zoo prachtig mooi en zoo vol bloemen; soms is

de temperatuur mij wel eens wat al te zoel, niet "stevig" genoeg, maar

er moet wat wezen! Wat zal ik u een massa te vertellen hebben, als ik

met Kerstmis thuis kom, want komen doe ik nu _zeker_! Ik verdien nu zoo

flink en Mrs. Balvourneen wil mij veertien dagen geven; heerlijk, he?

Hoe aardig dat Mrs. Rowley toch nog bij u geweest is; wel jammer dat het

bezoek maar zoo kort kon zijn en dat zij nu naar Italië is met hare

kleine neefjes. Zoo ver weg; was ze maar naar Ierland gereisd!

Een Heldin · 第 10 / 16 段