Toen de herfst voorbij was en de winter weer kwam met de donkere, koude

dagen, waarin alle ontberingen dubbel werden gevoeld, scheen het Hedwig

soms toe dat de tijd voortkroop en één maand op Hill House driemaal zoo

lang duurde als thuis of in Edinburg. Gelukkig viel er dezen winter niet

veel sneeuw, waren de wegen meer begaanbaar dan het vorige jaar en

bleven de kinderen dus ook gezonder, maar met overgroote vreugde werd

toch door allen de lente begroet, hoewel zij menigen guren,

stormachtigen dag met zich bracht.

Het was op een heel regenachtigen Zondag in Mei dat de directrice van

Hill House in de kerk niet alleen--zooals geregeld het geval was--in

haar bank in slaap viel, maar ook tegen het eind van den dienst, zóó

luid begon adem te halen en eindelijk te snorken dat de kerkbezoekers

elkaar aanstootten en met verontwaardigde gezichten omkeken. Enkele

stoutmoedige leerlingen trapten elkaar op den voet, andere hielden den

zakdoek voor het gezicht om haar lachen te bedwingen--allen vonden het,

kinderen als zij waren, prettig dat er eens "iets ongewoons" gebeurde.

Miss Rench, die naast Miss Wells zat, wist haar echter, door haar op

handige wijze zacht in den arm te knijpen, in zoo verre wakker te

krijgen dat zij ongeduldig haar arm wegtrok en "_don't_" fluisterde. Het

snorken hield op en maakte plaats voor een minder hoorbare, geregelde

ademhaling, maar toen de dienst afgeloopen was, sliep de directrice weer

zoo vast, als lag zij in haar gemakkelijk veeren bed--het eenigste van

die soort dat zich daar bevond!--op Hill House.

Er werd nu besloten dat Hedwig en Miss May met de andere

onderwijzeressen en de kinderen naar Hill House terug zouden gaan,

terwijl Miss Rench en Miss Ellis, de huishoudster, bij de directrice

zouden blijven en later met haar thuis komen.

Intusschen was de stortregen in een druilerigen motregen overgegaan.

Hedwig huiverde onwillekeurig en vond, toen zij Hill House naderden, dat

het er somberder uitzag dan ooit, maar de kinderen waren levendig en vol

nieuwsgierigheid wat Miss Wells toch schelen mocht. Misschien was zij

wel ziek en misschien kreeg de school nu wel een heele week vacantie en

misschien mochten zij dan wel eens een langen dag met "Flinkie" uit,

hoopten sommigen, doch deze hoop bleek gansch ijdel te wezen.

Wel voelde Miss Wells zich, toen zij thuis kwam, "werkelijk ongesteld",

zooals ze klagend tot Miss Rench zeide en wel bleef zij daarom een dag

of vier te bed en liet zich door Miss Ellis ter dege bedienen, maar van

vacantie voor de leerlingen of een extra-uitgangetje kwam niets in; de

kinderen moesten in tegendeel bizonder hard werken. Want de directrice

had het bestuur overgedragen aan Miss Rench, die, haar macht genietend,

met ijzeren hand het bewind voerde en zooveel ze maar kon, straffen

uitdeelde. Bovendien was het voedsel nog slechter en onsmakelijker dan

anders en kreeg men nòg minder te eten. Hedwig vond het schandelijk en

had Zaterdags bij Mrs. Rowley groote moeite de belofte om over Hill

House te zwijgen, niet te verbreken. Zij had er 's ochtends met Miss May

over gesproken dat het zóó niet langer ging, dat er verandering komen

_moest_ en Miss May had met een heftigheid, die zij anders zelden

toonde, ook gezegd dat het niet meer uit te houden was; de kinderen

schreiden haast van honger!

Hedwig dacht aan dit gesprek, toen zij van haar les naar Hill House

terug liep. Mrs. Rowley had haar weer zeer vriendelijk ontvangen. Er

stond, bij haar komst, een kop krachtige, warme bouillon voor haar

klaar, "omdat het zulk erg nat weer was," en later hadden zij thee

gedronken en prettig gebabbeld en gelezen. Toch voelde Hedwig zich niet

opgewekt gestemd, toen het uur om was.

Want sterk leed zij heden weer onder het bewustzijn van haar onmacht om

verbetering te brengen in de toestanden op de school. Had deze maar

onder toezicht gestaan van een commissie, dan zou zij die haar nood

hebben kunnen klagen, maar Miss Wells had alles te zeggen, was

oppermachtig en--wat nog erger was, had het thans Miss Rench gemaakt!

Er moest en zou verandering komen, herhaalde Hedwig vurig bij

zichzelf--het mocht zoo niet langer blijven; ze kon ook niet langer

zwijgen tegenover Mrs. Rowley en het was haar plicht tegen Miss Wells te

zeggen dat zij dat niet langer kon....

Driftig liet zij den klopper vallen op de voordeur, die tot haar

verwondering, bijna terstond daarop door Taffy geopend werd. Zij zag er

doodsbleek en ontdaan uit. Hedwig ontstelde van de uitdrukking van haar

gezicht. "Wat is er? Wat scheelt eraan?" vroeg zij snel.

"Ik heb hier op u gewacht; er is iets vreeselijks gebeurd met Miss May,"

zei Taffy, in tranen uitbarstend. "En Miss Wells is opgestaan, dadelijk

opgestaan, die is heelemaal weer beter."

Het verband tusschen de eerste en de laatste mededeeling was zeker niet

heel duidelijk, maar Hedwig was te zeer in spanning om daarop te letten.

"Maar wat is er dan gebeurd?" vroeg zij dringend, terwijl zij Taffy door

de lange gang volgde.

"Miss May wou wat brood voor ons krijgen uit de provisiekast; wij hadden

allemaal zoo'n honger," snikte Taffy, "en toen ... toen...."

Ach, die arme Miss May! Ja, nu kon Hedwig wel gissen wat er voorgevallen

moest zijn. Miss May had zeker, begaan met het lot der half verhongerde

kinderen, geheel op eigen gezag, brood voor hen willen gaan halen, wat

natuurlijk beslist tegen "de wetten van het huis" was. Ongetwijfeld was

Miss Rench er terstond achter gekomen en werd Miss May nu streng onder

handen genomen.

Toen Hedwig de groote schoolkamer inging, zag zij een tooneel voor zich,

dat haar haar leven lang in herinnering zou blijven.

Bij het raam, een eind van de kinderen af, stond doodstil, met de

handen gevouwen neerhangend, Miss May. Zij luisterde geduldig naar den

vloed van woorden, over haar uitgestort door Miss Rench, die zich op een

kleine, houten verhevenheid bevond, vlak voor de banken, waarin de

kinderen zaten. Miss Wells, blijkbaar hersteld van haar ziekte, stond

naast haar en knikte telkens met het hoofd als bewijs van goedkeuring

over de woorden, door haar "spion" uitgesproken.

Hedwig, die eerst bij de deur was blijven staan, liep nu met een fiere

houding, "echt Flinkie-achtig" vonden de kinderen, naar Miss May toe en

week niet van hare zijde, een handelwijze, waarvoor Miss Rench niets

over had dan een minachtend schouderophalen. Met een zeer luide stem,

opdat de doove directrice toch geen enkel kostbaar woord zou missen en

met haar vinger steeds uitgestrekt naar Miss May, vervolgde zij, zich

tot de kinderen wendend, die erg bedrukt keken:

"En nu _zegt_ zij wel dat zij het brood heeft willen stelen--_stelen_,

herhaal ik, want wat was het anders?--om er u allen wat van te kunnen

geven, maar zoo iets kan men gemakkelijk zeggen, als men op heeterdaad

betrapt wordt, niet waar? Want waarom zou iemand ook niet even goed

liegen als stelen? Liegen is immers nog wel zoo gemakkelijk; dat is hier

al weer gebleken. Het is om te lachen! Ja, lacht haar maar uit, zooals

zij daar staat met haar schijnheilig gezicht.... Maar als Miss May, die

altijd beweerd heeft uwe _vriendin_ te willen zijn, weer wil stelen, zal

zij handiger te werk moeten gaan. Hier op Hill House zal haar daartoe de

gelegenheid niet meer worden gegeven. Onze waardige directrice...."

"Ja, natuurlijk hebt gij uw ontslag, Miss May," viel de "waardige

directrice" snel in. "Gij kunt nog heden vertrekken en anders morgen."

Miss May hief het hoofd op. "Ik ga vandaag," zei ze bedaard.

Er waren er onder de kinderen, die zacht begonnen te snikken en

niettegenstaande het geroep van Miss Rench: "Ieder, die het waagt te

schreien, wordt streng gestraft," hielden de tranen niet op te vloeien.

Maar Hedwig, "Flinkie," was veel te vertoornd om tranen te kunnen

storten. Met een moedig gebaar legde zij de hand op Miss May's schouder

en riep uit:

"En ik zeg dat het schande is!"

"Wàt?" Miss Wells, die op het punt stond het vertrek weer te verlaten,

keerde zich driftig om. "Wat?"

"Ik zeg dat het schande is, groote schande!" herhaalde Hedwig, buiten

zichzelf van verontwaardiging. "En als Miss May weggaat, op zoo

onrechtvaardige wijze wordt weggestuurd, dan...."

"Geen woord meer!" riep nu de directrice uit en de aderen op haar

voorhoofd zwollen van drift. "Ik verkies uwe meening niet te kennen."

"Maar ik wil mijn meening zeggen!" zei Hedwig, in haar gloeiende

ergernis haar eigenbelang totaal vergetend en niet luisterend naar het

waarschuwende: "Stil, stil toch!" van Miss May. "Ik _wil_ niet zwijgen!"

In de oogen der meisjes, niet het minst in die van Taffy en Mary Wren,

blonk bewondering voor zooveel moed.

"En toch _zult_ gij het! Ik wil geen woord meer hooren, niets meer,

begrepen?" gilde Miss Wells meer dan dat zij sprak, terwijl zij voor

Hedwig staan ging en haar vlak in 't gezicht zag. "En ook u wil ik hier

op Hill House niet houden. Gij vertrekt beiden op staanden voet. Pakt

uwe koffers en verdwijnt."

"Gaarne," zei Hedwig beleefd, maar nu begonnen de kinderen, geheel

buiten zichzelven van droefheid, zoo wanhopig te snikken dat haar het

hart week werd.

"Stilte!" gebood Miss Rench. "Terstond!"

Doch de kinderen snikten voort, zoo diep verslagen dat Hedwig noch Miss

May het langer aan konden hooren en de schoolkamer verlieten.

Een uur later had de zware voordeur van Hill House zich voor goed achter

haar gesloten. Afscheid van de kinderen hadden zij niet meer mogen

nemen. De koffers werden voorop het wagentje gezet, dat met den mageren

Peter ervoor en zijne verzorgster erin, gereed stond haar weg te brengen

en weldra ging het den heuvel af en naar het station toe.

Hier nam Miss May afscheid van Hedwig om met den trein te vertrekken

naar het kleine dorp, waar haar moeder woonde, voor wie zij gedeeltelijk

den kost moest verdienen.

Hedwig liet zich naar Mrs. Rowley brengen. Haar wilde zij om raad en

hulp vragen en om logies, althans voor een paar nachten; dan zou zij

zien wat haar verder te doen stond. Haar hoofd gloeide en zij voelde

zich wonderlijk gestemd, juist alsof alles wat zij zooeven doorgemaakt

had, een benauwde droom was geweest. Vergiste zij zich niet? Zou zij

werkelijk nooit op Hill House terug komen en nooit meer iets kunnen doen

voor die arme kinderen?

Peter's verzorgster nam voor het huis van Mrs. Rowley op zeer koele

wijze afscheid van haar, nadat de groote, Duitsche koffer met moeite

door Hedwig en het dienstmeisje in de gang was neergezet. Met een

kloppend hart liet zij zich nu door het meisje aandienen en weldra

stond zij voor de verbaasde Mrs. Rowley, die juist verdiept was in een

brief, dien zij in de hand hield.

Terstond vertelde Hedwig alles precies zooals het gebeurd was, zich

thans voor goed ontslagen rekenend van de belofte om over Hill House te

zwijgen en Mrs. Rowley luisterde met een zeer ernstig gezicht. Nog

steeds hield zij den brief in de hand en een paar malen keek zij er even

in, ook terwijl Hedwig nog sprak; toen deze zweeg, zei ze:

"Dat is een heel, heel droevige geschiedenis; het is dus op Hill House

nog erger gesteld dan ik vermoedde. Natuurlijk begrijp ik dat gij niet

anders hebt kunnen handelen en ik ben heel blij dat gij dadelijk bij mij

gekomen zijt, vooral omdat.... Maar eerst moet ik u eens vragen: Hebt

gij er nog niets van gehoord dat er kans bestaat dat de school op Hill

House opgeheven wordt?"

Hedwig keek zeer verbaasd op. Neen, daarvan wist zij in 't geheel niets

af!

"Ik had er juist dezer dagen eens met u over willen spreken, maar dacht

dat het beter was nog even te wachten," vervolgde Mrs. Rowley. "Niet

alleen ik, nog vele andere menschen hier in Chester weten wel of

vermoeden, hoe de zaken op de school staan. Nu zijn er maatregelen

genomen om Miss Wells te doen besluiten, haar betrekking neer te leggen

en wij hopen beslist dat zij hiertoe wel zal overgaan, zoo niet tegen de

groote vacantie, dan toch met Kerstmis. De kinderen zullen naar betere

scholen gezonden worden, als er eerst met hunne betrekkingen is

onderhandeld en de onderwijzeressen zullen een anderen werkkring moeten

zoeken."

Hedwig sloeg de handen in elkaar. "Ik ben er heel, heel blij om," zei

ze uit den grond van haar hart. "Maar als ik het geweten had...."

"Als gij het geweten hadt, zoudt ge wellicht tot het eind gebleven zijn,

denkt gij?" vroeg Mrs. Rowley. "Toch is het goed dat dat niet gebeurd

is, want ik geloof dat ik reeds nu een andere betrekking voor u weet."

"Een andere betrekking? Gunst!" Hedwig sprong op van haar stoel.

"Ja, maar voordat ik u daarvan iets naders vertel, moeten eerst die hoed

en mantel eens afgedaan worden en wij het ons eens wat gemakkelijk

maken. Ga in dezen lagen stoel zitten, dan zeg ik even aan Anna dat zij

de logeerkamer voor u in orde brengt. Ik reken erop dat gij een weekje

bij mij blijft om dan misschien tegen Juni...."

Zij zweeg en ging lachend om Hedwig's nieuwsgierig gezicht, de kamer

uit.

In groote spanning bleef Hedwig achter. Wat, wat kon het zijn? Waar zou

zij misschien tegen Juni heen kunnen gaan? Ze vouwde de handen achter

het hoofd samen en leunde achterover in haar stoel, innig het gevoel van

rust genietend, dat zij voor 't oogenblik althans, in veilige haven was

aangeland. En ze was blij, zoo blij dat Mary Wren en Taffy en al de

andere verhongerde leerlingen van Hill House het beter zouden gaan

krijgen. Maar o, hoe vurig verlangde zij te hooren van die nieuwe

betrekking....

Eerst later, toen zij aan het smakelijk avondeten zaten, bracht Mrs.

Rowley haar op de hoogte. Zij had een brief gekregen van een vriendin,

die toevallig door kennissen gehoord had van een rijke, Protestantsche,

Iersche familie, die een Duitsche of Fransche gouvernante zocht. Muziek

moest ook onderwezen worden. Of Mrs. Rowley misschien ook iemand kende,

geschikt voor zulk een betrekking en zoo ja, of zij er dan spoedig werk

van maken wilde, want Mrs. Balvourneen zou gaarne hebben dat de nieuwe

gouvernante zoo spoedig mogelijk, liefst reeds met Juni, kwam; de

kinderen--er waren er vier, drie meisjes en een jongetje--waren al veel

te lang zonder geweest.

Mrs. Rowley's vriendin wist niet veel van de betrekking af, wel had zij

gehoord dat men het op het kasteel Balvourneen, wat voeding, enz.

betrof, heel goed had. Zij geloofde dat een van de kinderen wat lastig

was en dat Mr. en Mrs. Balvourneen zich nogal "voelden". Het salaris was

vrij groot; voor iemand, die goede getuigschriften kon overleggen,

veertig pond. Het kasteel lag in het zuiden van Ierland tusschen

Glengariff en Killarney, meer in de buurt van Glengariff; het moest er

prachtig mooi wezen.

"O, daar zou ik heel graag naar toe gaan, heel graag!" riep Hedwig

levendig uit. "Zou ik dan maar niet dadelijk schrijven? Anders is een

ander mij misschien voor. "Het kasteel Balvourneen," wat klinkt dat

mooi, he? En het is ook een mooi salaris; prachtig! En nu kan het

getuigschrift van de barones von Zercläre mij uitstekend van dienst

zijn! Ik moet maar dadelijk schrijven...."

"Neen, neen," zei Mrs. Rowley, de hand op haar schouder leggend. "Weet

je wát je dadelijk doen moet? Naar bed gaan en eens flink uitslapen. Je

ziet er juist uit alsof dat hoog noodig is! Dan schrijf _ik_ aan Mrs.

Balvourneen."

"Is dat werkelijk niet te veel moeite?"

"Het is verschrikkelijk veel moeite, maar je moest het mij nu toch maar

opdragen. Ik beloof je dat ik den brief nog van avond naar de post zal

laten brengen."

In een opwelling van groote dankbaarheid, greep Hedwig de hand van haar

gastvrouw en drukte er een kus op. Mrs. Rowley glimlachte. "Ik kan

gerust schrijven dat je een echt Duitsch meisje bent," zei ze.

De brief werd terstond geschreven en verzonden. Den volgenden dag echter

lag Hedwig met koorts te bed, zoodat zij haar voornemen om op het

wandeluur der school even in de buurt van Hill House rond te gaan

loopen, niet ten uitvoer kon brengen. Mrs. Rowley hield haar een paar

dagen thuis en verzorgde haar op moederlijke wijze. En toen er gunstig

antwoord uit Ierland kwam en men schreef dat "Fräulein" of

"Mademoiselle" maar zoo gauw mogelijk moest komen, had Hedwig nog

zooveel in orde te brengen en te naaien dat er slechts van een haastig

loopje naar Hill House sprake kon zijn. Zij ging tegen den avond en toen

zij den heuvel beklom, zag het huis er bizonder kaal en somber uit.

Niemand vertoonde zich buiten, geen geluid werd gehoord, alles was als

uitgestorven en met een verlicht hart bedacht zij, hoe goed het wezen

zou als binnen niet te langen tijd het huis werkelijk geen bewoners meer

had en de beruchte school van Miss Wells tot het verledene zou behooren!

Zij had een langen brief naar huis geschreven en ook nog geld gezonden,

hoewel haar garderobe noodzakelijk vermeerderd moest worden. Mrs. Rowley

wist haar echter over te halen eenig geld van haar aan te nemen, terwijl

Mrs. Balvourneen haar het benoodigde zond voor den overtocht naar

Ierland. Zij voelde zich dan ook heel rijk, toen ze haar grooten koffer

weer had gepakt en reisvaardig was.

Het was een vrij lange reis, die zij nu te maken had. Ze moest met den

nachttrein uit Chester vertrekken, bij Holyhead de boot naar Ierland

nemen en dan den volgenden ochtend ongeveer vijf uur te Kingstown

landen. Daar zou zij een trein vinden naar Killarney, waar ze 's avonds

om half zes zou kunnen zijn. Mrs. Balvourneen had haar geschreven hoe

zij reizen moest en ook dat zij niet verder moest gaan dan Killarney,

omdat Mr. Balvourneen juist dien dag daar in de buurt wezen moest en

haar dan meteen met het rijtuig af zou kunnen halen en met haar naar het

kasteel rijden.

"Dan kun je dadelijk goed met Mr. Balvourneen kennis maken," zei Mrs.

Rowley, "want dat zal zeker wel een rit van eenige uren wezen! Het is

zóó mooi in die streken; ik ben er eens geweest en zou nu haast wel met

je mee willen."

Hedwig glimlachte. Het zou wel een _geheel_ andere ontvangst wezen dan

op Hill House, dacht zij.

Mrs. Rowley stond er op haar, niettegenstaande het late uur, naar het

station te brengen. Zij zelf zou weldra voor geruimen tijd naar

Duitschland vertrekken en toen zij bij den coupé afscheid nam, beloofde

zij Hedwig voor de zooveelste maal dat zij haar moeder en Clärchen op

zou gaan zoeken, als dit maar eenigszins mogelijk was. Een laatste

handdruk, nog een hartelijke zegenwensch en--weg reed de trein.

De maan scheen vrij helder en de overtocht zou wel kalm wezen, had Mrs.

Rowley gezegd. Hedwig vond het een genot al spoedig de frissche zeelucht

door het open raampje naar binnen te voelen komen. Zij stak het hoofd

naar buiten om iets althans te kunnen zien van de schoonheden van

Noordelijk Wales, waardoor zij thans heenstoomde, maar de trein reed

snel door de liefelijke streek heen en bovendien was er een kring om de

maan gekomen en kon zij bij het zwakke licht niet veel onderscheiden.

De haven van Holyhead, schitterend in elektrisch licht, maakte des te

meer indruk op haar en toen zij--het was nu twee uur in den nacht--naar

de boot toeliep, kwam het prettige, oude, energieke gevoel weer over

haar, dat zij op Hill House soms verloren had gewaand.

Er waren nog zeer vele andere passagiers en zij besloot dus maar op het

dek te blijven en niet te bed te gaan; zij zou het zeker boven beter

hebben dan beneden in de overvolle dameskajuit. Zij vond een stoel en

een beschut plaatsje tegen de leuning der trap en zij genoot de mooie

afvaart en later het gezicht op den fraaien vuurtoren, die, vanaf de

reusachtige rotsblokken van den South Stack Rock, bundels lichtstralen

strooit over de geheele baai van Carnavon.

Met het hoofd geleund tegen den rug van haar vouwstoeltje en met

welbehagen de zoute zeelucht inademend, zat zij rustig te peinzen, tot

hare oogen dichtvielen en zij in slaap geraakte. Het was zoel zomerweer

en er was juist genoeg wind om de reis prettig te maken, zoodat er aan

zeeziekte nauwelijks gedacht behoefde te worden. Zij sliep dan ook kalm

door tot het daglicht haar in het gezicht scheen en zij, de oogen

openend, Ierland voor zich zag.

O, wat was het mooi, veel mooier nog dan zij het zich voorgesteld had!

Doodstil bleef zij zitten, geheel verdiept in het teere schoon voor

haar.

In grootsche golving lag daar de schilderachtige baai van Dublin. De

vroege ochtendzon wierp glinsterende lichtvlekjes op het water, dat

eigenaardig levendig scheen in tegenstelling met de nog half droomende

stad. De stille, blauwgetinte bergen, de bevallige villa's met de

kleurige bloemen, de sierlijke, witte torenspitsen, die zich fijn en

rank afteekenden tegen de heldere lucht, het was alles vol van een

bekoorlijkheid, die haar als gevangen hield en ontroerde.

Toen men echter aan Kingstown Pier landde en zij zich haasten moest om

voor haar koffer te zorgen en een plaats in den trein te zoeken, werd

zij weer als een ander mensch. Alles om haar heen was thans levendigheid

en beweging en begroetingen van opgewonden Ieren. Even keek zij rond,

als verwachtte zij half ook iemand te vinden, die uitbundig blij zou

zijn _haar_ te zien, maar er was niemand--natuurlijk was er niemand,

bedacht zij; toch verlangde zij nu aan het eind van haar reis te wezen.

Dit verlangen werd nog sterker, toen zij de stad Dublin goed en wel

achter den rug had en door eenzame streken spoorde, waar, tegen de

purpergetinte bergen, in de ruime riviervalleien, bij de groene

moerassen of op de uitgestrekte heidevelden met de blauwglinsterende

plassen, zich slechts enkele, meest armoedige huizen vertoonden.

Indrukwekkend schoon was het landschap, toch maakte het telkens een

somberen indruk, een indruk, die nog verhoogd werd, toen de zon achter

de wolken verdween en het eenige uren lang zóó stortregende, dat het er

veel van had, als moest geheel Ierland door het water weggespoeld

worden.

"Het is wel jammer dat het in Ierland nogal veel regent," hadden

kennissen van Mrs. Rowley meer dan eens tot Hedwig gezegd en zij moest

er nu aan denken. Als die regen zóó erg was, ja, dan zag Ierland er

zeker niet op zijn voordeeligst uit!

Zij was vermoeid van het zitten, toen zij eindelijk te Killarney

aankwam. Het was nu gelukkig droog en zij verheugde zich op den mooien

rit met Mr. Balvourneen en zag nieuwsgierig rond naar iemand, die aan de

korte beschrijving, haar door Mrs. Balvourneen gezonden, beantwoordde.

"Ik moet maar allereerst kijken of hij er "echt uitziet om op een

kasteel te wonen," zooals Clärchen schreef," besloot zij vroolijk. Maar,

hoe zij ook zocht, zij bemerkte niemand, die, naar hare meening, ook

maar eenigszins aan dien eisch voldeed.

Het was een lastig geval! Een rijtuig van het kasteel Balvourneen was er

_ook_ niet en ze wist dus niet, hoe zij de plaats harer bestemming zou

moeten bereiken. "Dat lijkt in één opzicht althans al bizonder veel op

mijn aankomst te Edinburg," dacht zij. "Het schijnt mijn lot te wezen

nooit van den trein te worden gehaald, als ik er juist zoo stellig op

gerekend heb!"

Ze zou in ieder geval maar beginnen met een half uurtje aan het station

te wachten; kwam Mr. Balvourneen dan nòg niet, dan zou zij een van de

_jaunting-cars_[9] zien machtig te worden, die buiten het station

stonden en door uiterst levendige koetsiers werden bewaakt.

Er ging ruim een half uur voorbij en niemand verscheen. Zij liet dus

haar koffer, waarop ze trouw was blijven zitten, even in den steek en

liep naar de _cars_ toe. Terstond was zij door drie, vier koetsiers

omringd. Met drukke gebaren en in een taal, die haar volstrekt

onverstaanbaar was, trachtte ieder haar aan het verstand te brengen dat

hij haar het mooiste en het gemakkelijkste en het snelst-rijdende

voertuig kon aanbieden. De gebaren waren zeker welsprekend en duidelijk

genoeg, vooral van een der Ieren, een man met zwarte, heel levendige

oogen, die haar bij den arm nam, naar zijn _jaunting-car_ toe bracht en

vlug, zonder meer, op een der zijbanken wilde tillen. Lachend duwde zij

hem ter zijde, toen beduidde zij hem in het Engelsch, heel langzaam

sprekend, waar zij naar toe moest en dat zij een koffer bij zich had.

Hij knikte als een Chineesch poppetje ontelbare malen, ten bewijze dat

hij haar verstond en toonde zich bereid, de bagage te gaan halen.

[Illustration: Shamrock.]

[Illustration: Een Iersche jaunting-car.]

Maar ... toen hij den grooten, Duitschen koffer zag--door de kinderen op

Hill House "_Flinkie's Cottage_" gedoopt--betrok zijn gezicht. Neen, dat

zware ding kon hij onmogelijk op zijn _jaunting-car_ zetten! Hij keek

treurig, schudde het hoofd en haalde de schouders op en Hedwig begreep

natuurlijk al spoedig, waar het aan haperde.

Een Heldin · 第 8 / 16 段