HOOFDSTUK L

Na eene behoorlijke mate van tegenstand van Mevrouw Ferrars' zijde,

juist heftig en langdurig genoeg, om haar te vrijwaren voor het

verwijt, dat zij blijkbaar altijd vreesde, zich te zien toevoegen,

het verwijt van al te groote beminnelijkheid, werd Edward in hare

tegenwoordigheid toegelaten, en wederom als haar zoon erkend. Er

hadden in den laatsten tijd veel wisselingen plaats gehad in haar

familiekring. Vele jaren lang had zij twee zonen bezeten; doch het

misdrijf en de daarop volgende doodverklaring van Edward had haar een

paar weken geleden van den eenen beroofd; een dergelijke doodverklaring

van Robert had haar een volle veertien dagen kinderloos gelaten,

en nu zij Edward weer in 't leven had teruggeroepen, was zij weer

een zoon rijk.

Hoewel hem het aanzijn nu weder was vergund, gevoelde hij zich voor

't vervolg nog niet volkomen zeker van zijn bestaan, eer hij kennis had

gegeven van zijne nieuwe verloving; want hij vreesde, dat de openbaring

van die omstandigheid eene onverwachte verandering in zijn gestel

zou bewerken, en hem even plotseling als te voren aan het leven zou

ontrukken. Met angstige voorzichtigheid onthulde hij dus het geheim,

en hij werd aangehoord met meer kalmte dan hij verwacht had. In

het begin poogde Mevrouw Ferrars hem door redeneering te bewegen,

van het huwelijk met Juffrouw Dashwood af te zien, waarbij zij zich

van elk argument bediende, dat zij kon uitdenken. Zij hield hem voor,

dat hij in Juffrouw Morton eene vrouw zou bezitten van hoogeren rang en

met meer fortuin, en zette haar bewering klem bij, door de opmerking,

dat Juffrouw Morton de dochter was van een edelman, en dertig duizend

pond bezat; terwijl Juffrouw Dashwood slechts de dochter was van een

gewonen grondbezitter, die niet meer dan drieduizend zijn eigendom

had kunnen noemen; doch toen zij bespeurde, dat hij, ofschoon volkomen

de waarheid harer beweringen erkennend, volstrekt niet gezind bleek,

zich door haar oordeel te laten leiden, achtte zij het, door ervaring

wijzer geworden, het verstandigst om toe te geven,--en dus gaf zij,

na de zaak zoo onaangenaam lang te hebben verschoven, als zij vond,

dat hare waardigheid eischte, en als noodig was om elke gedachte aan

eenige welgezindheid van haar kant uit te sluiten, hare toestemming

tot het huwelijk van Edward en Elinor.

Wat zij zich zou voornemen te doen, in verband met eene bijdrage

tot hun inkomen, moest daarna worden overwogen; en thans bleek

het duidelijk, dat Edward, hoewel vooralsnog haar eenige zoon, toch

volstrekt niet als haar oudste werd beschouwd; want terwijl Robert voor

goed in 't bezit bleef van zijne duizend pond in het jaar, werd er

niet het minste bezwaar geopperd tegen Edward's aanvaarding van eene

predikantsplaats, terwille van hoogstens een tweehonderdvijftig pond,

en evenmin werd eenige belofte afgelegd, 't zij voor nu of later,

behalve dan de tienduizend pond, die ook Fanny mee ten huwelijk

had gekregen.

Naar Edward's en Elinor's meening was het echter genoeg; meer zelfs dan

zij verwachtten; en Mevrouw Ferrars zelve scheen, door hare onhandige

verontschuldigingen, de eenige persoon, die verwonderd was, dat zij

niet meer gegeven had.

Nu zij dus zeker waren van een inkomen, dat ruim voldoende zou zijn

voor hunne behoeften, viel er op niets meer te wachten, nadat Edward

beroepen was, dan dat het huis gereed zou zijn, waarin Kolonel

Brandon, die er veel genoegen in vond, het Elinor naar den zin te

maken, allerlei verbeteringen liet aanbrengen; en nadat zij een poos

op de voltooiing daarvan hadden gewacht, en als gewoonlijk zich

hadden moeten schikken in eindelooze teleurstellingen en uitstel,

door de onverklaarbare langzaamheid der werklieden, was het, ook als

gewoonlijk, Elinor, die het eerst zoo stellige besluit, om niet te

trouwen eer alles gereed was, liet varen; en de huwelijksplechtigheid

werd voltrokken in het kerkje te Barton, in 't begin van den herfst.

De eerste maand na hun huwelijk brachten zij door bij hun vriend

op het Heerenhuis te Delaford, waar zij het oog konden houden op de

verbouwing der pastorie, en steeds bij de hand waren, om alles naar hun

zin in te richten; zij konden behangselpapieren kiezen, plannen maken

voor een plantsoen, en zelfs in gedachten een oprijlaan aanleggen. De

voorspellingen van Mevrouw Jennings, ofschoon ietwat dooreengehaspeld,

gingen over 't geheel toch nog in vervulling, want zij kon Edward

en zijn vrouw in hun pastorie opzoeken eer de maand September was

verstreken, en zij mocht Elinor en haar man, naar zij oprecht geloofde,

als een der gelukkigste echtparen ter wereld beschouwen. Er bleef hun

ook werkelijk niets te wenschen over, dan het huwelijk van Kolonel

Brandon en Marianne, en nog wat beter weidegrond voor hun koeien.

Toen hun huis in orde was, kwamen bijna al hunne familieleden en

kennissen hen bezoeken. Mevrouw Ferrars kwam het geluk in oogenschouw

nemen tot hetwelk zij zich bijna schaamde, hare goedkeuring te hebben

verleend, en zelfs de Dashwoods zetten zich te hunner eer over de

onkosten van de reis uit Sussex heen.

"Ik wil niet beweren, dat ik teleurgesteld ben, zusjelief," zei

John, toen zij samen op een morgen voor het hek van Delaford House

op en neer wandelden;--"dàt zou te veel gezegd zijn; want zooals

het nu is, mag men je stellig eene der gelukkigste jonge vrouwen

ter wereld noemen. Maar ik moet bekennen, 't zou mij veel genoegen

doen, als Kolonel Brandon mijn broeder werd. Deze bezitting hier,

zijn landgoed, zijn huis, alles zoo deftig, en keurig onderhouden; en

zijn bosschen! Ik heb nergens in Dorsetshire zulk timmerhout gezien

als hier in het bosch van Delaford!--En al is nu misschien Marianne

niet precies de persoon, die hem zou kunnen bekoren, het komt mij toch

raadzaam voor, haar nu veel bij je te logeeren te vragen. Want daar

Kolonel Brandon blijkbaar veel thuis is, kan niemand zeggen, wat er zou

kunnen gebeuren,--natuurlijk, als twee menschen elkaar dikwijls zien,

en weinig vreemden ontmoeten--het zal bovendien altoos in je macht

staan haar op het gunstigst te doen uitkomen en zoo... mij dunkt, je

mocht haar de gelegenheid wel gunnen... je begrijpt, wat ik bedoel."--

Doch ofschoon Mevrouw Ferrars hen dan al kwam bezoeken, en hen steeds

behandelde met een zeker vertoon van quasi-genegenheid, zij behoefden

zich niet de beleediging te laten welgevallen van haar werkelijke gunst

en voorkeur. Deze waren voorbehouden voor Robert, om zijn dwaasheid,

en voor zijne vrouw, om haar listig gedrag, en zij hadden ze zich

reeds weten te verwerven, eer vele maanden waren verstreken. De

baatzuchtige scherpziendheid van Lucy, die Robert eerst in de val had

doen loopen, werkte hoofdzakelijk mede, om hem daaruit te verlossen;

want haar eerbiedige onderdanigheid, haar ijver in het bewijzen van

attenties en haar eindelooze vleierijen verzoenden, zoodra zij maar

de geringste gelegenheid vond, haar kunsten in praktijk te brengen,

Mevrouw Ferrars met zijn keuze, en brachten hem opnieuw, evenzeer

als vroeger, bij haar in de gunst.

Lucy's geheele gedrag in de zaak, en de goede uitslag waarmede het

werd bekroond, mag dus als een zeer bemoedigend voorbeeld worden

aangevoerd, om aan te toonen, wat een ernstig en onverdroten najagen

van eigen belang, hoezeer ook in zijn voortgang schijnbaar belemmerd,

kan uitwerken ter bereiking van alle denkbare voordeel, met geene

andere opoffering dan die van tijd en geweten. Toen Robert haar

voor het eerst poogde te leeren kennen, en haar een bezoek bracht

in Bartlett's Buildings, geschiedde dit slechts met de bedoeling,

hem door zijn broeder toegeschreven. Hij wilde niet anders, dan haar

overhalen, van de verloving af te zien, en daar hiertoe niets in den

weg stond dan hun beider genegenheid, verwachtte hij natuurlijk dat

de zaak in orde zou komen, als hij haar maar een paar maal onder vier

oogen gesproken had. Op dat punt echter, en dàt alleen, vergiste hij

zich; want hoewel Lucy hem spoedig hoop gaf, dat zijn welsprekendheid

haar ten langen leste wel zou overtuigen, er was altijd weer een

nieuw bezoek en een nieuw gesprek noodig om die overtuiging te

vestigen. Bij het afscheid bleven er altijd nog eenige twijfelingen

in haar gemoed, die slechts konden worden opgeheven door een half

uurtje vertrouwelijk onderhoud met hemzelf. Op die wijze wist zij

zijn geregelde bezoeken te doen voortduren, en geleidelijk volgde

daaruit het overige. Inplaats van over Edward, begon hun gesprek

langzamerhand te loopen over Robert alleen, een onderwerp waarover

hij altijd meer te vertellen had dan over eenig ander, en waarin zij

al spoedig eene belangstelling liet blijken, die de zijne evenaarde,

zoodat het beiden weldra duidelijk werd, hoe hij geheel en al de plaats

van zijn broeder had ingenomen. Hij was trotsch op zijn verovering,

trotsch omdat hij Edward had gefopt, en bovenal trotsch, omdat hij in

't geheim was gehuwd, zonder zijn moeder's toestemming. Wat hierna

gevolgd was, weten wij. Zij brachten een paar zeer gelukkige maanden

door te Dawlish; want zij kon nu veel verwanten en oude kennissen

uit de hoogte behandelen, en hij teekende meerdere plannen voor

allerprachtigste landhuizen, en toen zij van daar terugkeerden

naar de stad, verwierven zij Mevrouw Ferrars' vergiffenis, door het

eenvoudige middel, er om te vragen, dat op Lucy's aanraden werd te

baat genomen. Die vergiffenis strekte zich, billijkerwijze, in den

beginne slechts uit tot Robert alleen; Lucy, die tegenover zijne

moeder geene verplichtingen had, en daarin dus ook niet had kunnen

te kort schieten, bleef nog een paar weken langer in ongenade. Doch

volharding in onderworpen gedrag, en boodschappen, waarin zij de

schuld voor Roberts vergrijp op zich nam, zoowel als dankbetuigingen

voor de onvriendelijkheid, waarmede zij werd behandeld, verwierven

haar mettertijd toch een zeker betoon van trotsche neerbuigendheid,

dat haar overstelpt deed zijn van dankbaarheid voor die hooge gunst,

en dat haar spoedig daarna met rassche schreden deed naderen tot het

toppunt van genegenheid en invloed. Mevrouw Ferrars begon Lucy even

noodig te hebben als Robert en Fanny, en terwijl het Edward nooit van

harte werd vergeven, dat hij eenmaal voornemens was geweest, met haar

te trouwen, en Elinor, hoewel door fortuin en geboorte haar meerdere,

nog altijd als eene indringster werd beschouwd, zag _zij_ zich in

elk opzicht behandeld als een begunstigde dochter, en openlijk als

zoodanig erkend. Zij vestigden zich in de stad, kregen van Mevrouw

Ferrars eene ruime toelage, gingen zeer vriendschappelijk om met de

Dashwoods, en afgezien van de uitbarstingen van nijd en afgunst,

die voortdurend plaats hadden tusschen Fanny en Lucy, en waarin

hunne echtgenooten natuurlijk ook werden betrokken, zoowel als van

de veelvuldige huiselijke oneenigheden tusschen Robert en Lucy zelf,

kon de natuurlijke harmonie waarin zij allen met elkander leefden,

niet worden overtroffen. Wat Edward had gedaan om zijn rechten

als oudste zoon te verbeuren, zou voor menigeen zeker een raadsel

zijn geweest, en wat Robert had in 't werk gesteld om dat zelfde

recht te winnen, scheen nog veel moeilijker te verklaren. Het was

echter eene schikking, die door hare gevolgen, zooal niet door hare

oorzaak, werd gerechtvaardigd; want nooit viel er iets te bespeuren in

Robert's levenswijze of in zijne uitingen van eenige neiging, zich te

beklagen over de grootte van zijn inkomen, in zooverre zijn broeder te

weinig, en hemzelf te veel werd toebedeeld;--en als men Edward mocht

beoordeelen naar de nauwgezette wijze, waarop hij in elk opzicht zijne

plichten vervulde, naar zijne toenemende gehechtheid aan zijne vrouw

en zijn tehuis, en naar de gestadige opgewektheid van zijne stemming,

dan mocht men veronderstellen, dat hij niet minder tevreden was met

zijn lot, en even weinig verlangde naar eenige verandering.

Elinor's huwelijk verwijderde haar zoo weinig van haar familie, als

slechts mogelijk was, zonder het huisje te Barton geheel overbodig

te doen worden; want haar moeder en zusters brachten meer dan de

helft van hun tijd bij haar door. Mevrouw Dashwood had zoowel haar

belang als haar genoegen op het oog, bij die veelvuldige bezoeken

te Delaford; want haar wensch om Marianne en Kolonel Brandon met

elkaar in aanraking te brengen, was bijna niet minder ernstig gemeend,

schoon minder baatzuchtig, dan het verlangen, door John in dit opzicht

geuit. Het was thans haar lievelingsplan geworden. Hoezeer zij ook

het gezelschap harer dochter waardeerde, zij wenschte niets zoozeer,

als het voortdurend genot ervan aan haren hooggeschatten vriend af te

staan; en Marianne als meesteres van het Heerenhuis te zien optreden,

was evenzeer de wensch van Edward en Elinor. Zij allen gevoelden

sterk het lijden van hun vriend en hun eigen verplichtingen, en met

algemeene toestemming zou Marianne daarvoor de belooning zijn. Met

zulk een bondgenootschap tegenover zich,--bij zoo beproefde ervaring

van zijn goedheid,--met de overtuiging van zijne teedere gehechtheid

aan haarzelve, die ten laatste, schoon lang nadat zij voor ieder ander

duidelijk was gebleken, zich ook aan haar opdrong,--wat kon zij doen?

Eene zonderlinge lotsbestemming viel Marianne Dashwood ten deel. Zij

was bestemd, de onjuistheid van haar eigen meeningen te ontdekken, en

te handelen in tegenspraak met haar meest geliefkoosde stelregels. Zij

was bestemd, eene neiging te overwinnen, ontstaan op den rijpen

leeftijd van zeventien jaren, en met geene andere gevoelens dan die

van hoogachting en warme vriendschap vrijwillig hare hand te schenken

aan een ander!--en die andere daarbij een man, die niet minder dan

zij had geleden door eene vroegere genegenheid,--dien zij twee jaar

geleden als te oud had beschouwd om te trouwen,--en die nog steeds, uit

voorzorg voor zijn gezondheid, zijn heil zocht in een flanellen vest!

Zoo echter gebeurde het. Inplaats van te bezwijken als slachtoffer van

een onweerstaanbaren hartstocht, zooals zij eens zich had gevleid dat

haar lot zou zijn, inplaats zelfs van voor altijd bij hare moeder te

blijven, en haar eenig genoegen te vinden in afzondering en studie,

zooals zij later, tot kalmer en gematigder inzicht gekomen, had

besloten,--zag zij zichzelve op haar negentiende jaar het lijdzaam

voorwerp eener nieuwe genegenheid, geplaatst voor nieuwe plichten,

in een nieuw tehuis, als echtgenoote, als hoofd van een gezin en

beschermvrouw eener gemeente.

Kolonel Brandon was thans zoo gelukkig als allen, die het meest van hem

hielden, geloofden, dat hij verdiende te zijn; in Marianne vond hij

troost voor alle geleden verdriet; haar genegenheid haar gezelschap

schonken zijn geest de levendigheid, zijn stemming de opgewektheid

van voorheen; en dat Marianne haar geluk vond in het bevorderen

van het zijne, was de verblijdende overtuiging, die door al haar

opmerkzame vrienden werd gedeeld. Ten halve beminnen kon Marianne

nooit; en binnenkort behoorde haar geheele hart zoo onverdeeld aan

haren echtgenoot, als zij het eens aan Willoughby had geschonken.

Willoughby kon haar huwelijk niet vernemen zonder een grievend

gevoel van smart, en zijne straf werd spoedig daarna voltooid door

de vrijwillige vergiffenis van Mevrouw Smith, die, daar zij als de

reden van hare verzachte gezindheid opgaf, dat hij een huwelijk met

eene vrouw van karakter had gesloten, hem met recht deed vermoeden,

dat hij, door zich tegenover Marianne eervol te gedragen, gelukkig

èn rijk had kunnen zijn.

Dat zijn berouw over een wangedrag, 't welk op deze wijze zijn eigen

straf medebracht, oprecht was, behoeft niet te worden betwijfeld, en

evenmin, dat hij langen tijd aan Kolonel Brandon dacht met afgunst,

en aan Marianne met weemoedig verlangen. Maar dat hij voor altoos

ontroostbaar was,--dat hij de maatschappij ontvluchtte, dat hij

van nu af aan tot diepe zwaarmoedigheid verviel, of stierf aan een

gebroken hart, moet men niet met zekerheid verwachten,--want van dat

alles deed hij niets. Hij bleef in leven; vond bezigheid; en niet

zelden genoegen daarin. Zijn vrouw was niet altoos uit haar humeur,

en zijn tehuis niet altoos ongezellig. Bij zijn liefhebberij in het

fokken van paarden en honden en andere soorten van sport, viel hem

nog eene niet geringe mate van huiselijk geluk ten deel.

Voor Marianne echter behield hij,--hoewel hij de onbeleefdheid had

begaan, haar verlies te overleven,--altijd die besliste voorkeur,

die hem belang deed stellen in al wat haar wedervoer, en haar voor hem

tot den geheimen standaard maakte van alle vrouwelijke volkomenheid;

en menige veelbelovende schoonheid werd door hem in latere jaren met

geringschatting beschouwd, daar zij de vergelijking niet kon doorstaan

met Mevrouw Brandon.

Mevrouw Dashwood was verstandig genoeg, om in haar huisje te blijven,

zonder eene poging te doen tot verhuizen naar Delaford, en toen

Marianne haar werd ontnomen, was Margaret, gelukkig voor Sir John en

Mevrouw Jennings, oud genoeg geworden, om gevoegelijk op danspartijen

te kunnen worden gevraagd, en om het niet al te ongerijmd te doen

schijnen, als zij geplaagd werd met een minnaar.

Tusschen Barton en Delaford had dat aanhoudend levendig verkeer

plaats, dat sterke familiegehechtheid uiteraard moest bevorderen,

en onder Elinor's en Marianne's verdiensten en voorrechten mocht

als niet de geringste worden aangemerkt, dat zij, hoewel zusters,

en bijna wonend onder 't bereik van elkanders blik, konden leven,

zonder welven in onmin te geraken, of verkoeling te weeg te brengen

tusschen hare echtgenooten.

Gevoel en verstand · 第 61 / 61 题