TWEEDE "VAN NU EN STRAKS." NIET UITSLUITEND LITERAIR.

"Ik ging toen in Berlijn studeeren, maar wij bleven op den uitkijk naar

een nieuw orgaan. Een jaar nadien kwam er een volgreeks van "Nu en

straks" maar die kreeg een beetje ander voorkomen dan de eerste. Het

decoratief was om zoo te zeggen weggevallen ... alleen een enkele

beginletter lieten wij nog wel maken. Wij trachtten er van te maken: een

_algemeen_ tijdschrift en dit is zeer gewichtig. Van begin af was onze

beweging niet alleen een streven naar zuivere literatuur, maar ook een

algemeene beweging die ook een ethischen kant had. De literatuur was een

deel van het leven voor ons, dat, tezamen met het leven, hooger

opgevoerd moest worden. Nieuwere literatuur moest als het ware komen uit

een hernieuwing van het leven zelf. Wij trachtten onze denkbeelden te

verbreeden, wij trachtten ruimte om ons heen te maken, onze blikken vrij

te maken naar alle zijden."

--"Dus was het punt van uitgang een maatschappelijk ideaal"?

--"Dat is niet precies te zeggen: Ons literair streven ging samen met

een sociaal streven; wij onderscheidden die twee wel, maar zijn er

nooit goed toe kunnen komen, ze radicaal van elkander te scheiden. Dat

is ook hierdoor verklaard, dat het leven van onze literatuur om zoo te

zeggen afhing van het Nederlandsch, van de rechten van onze taal. Dat

kan men bij u in Holland niet zoo makkelijk vatten. Hier moet men alles

wat men denkt veroveren op zijn omgeving, en ook op zich zelve,--want

het onderwijs verfranscht de Vlamingen.... Van dien strijd kon men zich

toen vooral niet losmaken. Het streven naar een literatuur die

individueeler zou zijn, oprechter, een oprechter uiting van het gemoed,

buiten alle rederijkerij, ging samen met een streven op sociaal en op

wijsgeerig gebied. En dat heeft zijn uiting gekregen in de eerste en

vooral in de tweede reeks van "Van nu en straks" door allerlei

opstellen, waarin de anarchistische opstandingsgedachten waren vertolkt,

't Begon al met een opstel van mij in de eerste reeks over "De kunst in

de vrije gemeenschap", en later heb ik dat duidelijker uitgesproken in

mijn "Kritiek der Vlaamsche beweging". Onszelven vrijmaken, dat wilden

we in de eerste plaats, en door vrijheidsgeest anderen wakker schudden

en zoo tot zelfdenken brengen. Sommige onzer _gevoelens_ hadden in de

anarchistische literatuur reeds een vorm gekregen, en we grepen dus

tijdelijk naar die denkbeelden."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 148 / 162 题