VERHOUDING TOT DE OUDEREN.

"Overigens hebben wij De Mont of welken dichter van de oude school dan

ook nooit aangevallen. Alleen de oudere critici gingen we te lijf, als

die werkelijk kwaad deden. Zoo bijvoorbeeld de leden van de Vlaamsche

academie,--toen die Guido Gezelle op het eind van zijn leven wilden

aanranden--toen hebben wij ze tamelijk onzacht tegen den vloer

gekwakt--en ze zijn blijven liggen. Verder hebben wij van de ouderen

nooit iets gezegd dat krenken kon.

"En verder: indien wij hadden beschikt over wat meer ervaring, dan hadd'

ons tijdschrift blijven bestaan. Het stond ook tamelijk vast. Maar we

zijn onhandig te werk gegaan. Niettemin: goede resultaten hebben we

bereikt: men voelde dat er een nieuwe koers was, ook in de literatuur.

Men bleef niet langer vastzitten in den ouden rimram ... wij hebben

ineens wat lawijd gemaakt, en dat werkte. Ook het decoratief gedeelte

van het tijdschrift waarvoor Henry Van der Velde geheel verantwoordelijk

was, heeft er toe bijgedragen dat de zaak ruchtbaar werd. De menschen

vielen omver van de houtsneden en versieringen die wij gaven. Waarom?...

waarom? (In twee sprongen was Vermeylen bij zijn boekenkast) ... dáárom:

Kijk me zoo'n teekening van Toorop eens aan ... en zoo'n slingerlijn ...

maak de menschen nu maar eens dietsch dat dat beteekent de kunst die

zegeviert over de onwetendheid ... of iets dergelijks...."

In deemoed erkende ik, dat ik 't op het eerste gezicht ook niet zou

hebben begrepen.

"Nietwaar?" ging Vermeylen voort, "'t was een interessante poging. In

dit opzicht was ons doel ongetwijfeld bereikt. Maar--na tien nummers is

ons tijdschrift stillekens kapot gegaan.

"Toen was er een oogenblik sprake dat er een internationaal tijdschrift

in dien aard zou komen. In ieder land zou een man aan het hoofd staan

voor het literaire deel: Van Deyssel, d' Annunzio, Christina Rossetti,

Verhaeren, ik zelf. Ik heb toen in Holland nog eens een bespreking

daarover gehad met Roland Holst en Toorop ... maar dat plan viel in

duigen. "Van nu en straks" sloot met een klein deficit. Aan honorarium

dachten wij natuurlijk niet, maar het eind was dat ieder van ons een

klein sommetje had bij te passen."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 147 / 162 题