AUG. VERMEYLEN

Als je met 'm door Brussel wandelt, heuvel-op-heuvel-af, dan is hij

joviaal en praat honderd uit, maakt geestige opmerkingen, lacht en

gebaart ... en zit je met 'm in 'n "staminée" voor een flesch

"Gueuze-Lambic" dan gaat-ie ophalen over z'n jeugd, tapt moppen en kan

zich heel lang vroolijk maken over 'n groepje "zwanzers" die in 'n

schemerhoekje half weggedoken pret hebben over niets, en schateren omdat

hun Brusselsch gemoed 't nu eenmaal zoo wil. Maar als je nu in je

journaliste-snuggerheid meent 'm op zijn gemak te hebben gebracht, en

van de gelegenheid gaat gebruik maken om 'm te spreken over z'n werk,

dan schijnt hij zich eensklaps te herinneren, dat hij ook nog ...

Professor is,--gaat heel erg op zijn woorden passen: "Nee-nee, spreek me

daar niet van als ik u bidden mag ... wacht totdat wij thuis zijn.... En

als ge wat over mijn persoon wilt weten, vraag 't dan aan mijne

vrienden. Die zullen u veel beter kunnen inlichten, mijn kunstbroeders."

Toch, naarmate ik hem beter leerde kennen, begreep ik wel dat niet in

zijn professorschap de reden van zijn terughoudendheid moet worden

gezocht. Hij lacht er wat mee, met zijn "professorschap". Geen student

die hem als "professor" zou durven aanspreken!

Ik zat in z'n werkkamer en door 't wijd-geopende venster zag ik golvende

bosschen die stonden in blauwen zomerbrand.

Vermeylen was op z'n hoede. Geen onverkoren woord kwam er uit! Toen ik

hem 'n vraag stelde, haalde hij leukweg zijn twee bundels "Verzamelde

Opstellen" voor den dag, benevens zijn brochure "Les Lettres

néerlandaises en Belgique depuis 1830", alsmede 'n paar jaargangen van

't Tijdschrift "Vlaanderen".

"Zoo!... zeggen mijn vrienden, dat ik zoo sterk aandring op grammaticale

nauwkeurigheid? Zoo! Wij zullen zien...." En hij aan 't bladeren,

terwijl-ie de titels van sommige hoofdstukken halfluid bromde.

Eindelijk, na 'n half uurtje:

--"Nee, ik kan tot mijn spijt niets vinden.... Ik kan maar niet

begrijpen wat mijn vrienden bedoeld hebben.... Ik herinner mij niet,

ooit zoo iets te hebben gezegd.... Integendeel, ik heb, meen ik, altijd

verkondigd, dat 'n schrijver of 'n dichter alle theorie moet vertrappen

als zijn kunst 't gebiedt...."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 135 / 162 题