WAAROM HIJ DE "WOORDKUNST" VEROORDEELT.

--"Daarmede veroordeelt u dus de woordkunst als zoodanig?"

--"Ja: de misbruiken die de schrijvers maken van beschrijvingen en

schilderingen in woorden, zijn geheel in strijd met Lessing's

voorschrift. Een voortschrijdende handeling kun je beschrijven, maar wat

eenmaal een schilderij is als het ware, als je dat beschrijft: dan heb

je in je woorden iets dat voortgaat, maar de zaak zelf die staat stil.

Nu kun je daaraan wel tegemoet komen. Als bijv. een persoon een

landschap ziet, die persoon zijn oogen te laten richten van het eene

punt naar het andere. Dan komt je persoon in handeling, terwijl toch je

natuur stil staat. Ik heb altijd gepoogd, waar ik voelde eenigzins te

moeten beschrijven: dat zoo te doen. Ik láát de dingen zien door iemand

in actie.--De juistheid van Lessing's aanmerkingen heb ik nooit zoo

sterk gevoeld als bij 't lezen van die woordkunst. Je raakt er uit, je

krijgt geen indruk. Dat heb ik juist tegen Querido: dat ik uit zijn

beschrijvingen geen indruk krijg. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik

sommige personen-in-actie van Querido niet uitmuntend vind. De dochter

van den juwelier in "Levensgang", Kees de strooper. Uitstekend. Sommige

tooneeltjes uit de Kermisbeschrijving in "Menschenwee".... Maar ik zou

dat boek tot op de helft willen reduceeren. Hij is tè uitbundig en

daardoor verlies ik er mijn aandacht bij. Kunstenaarsleven, zijn laatste

boek, vind ik heel wat minder dan de andere. "Zegepraal" daarentegen

vind ik goed, om het juist weergegeven gemoedsleven. Maar met zijn wijze

van werken kan ik ook al weer niet mee: Nee, dat werkwoorden maken van

zelfstandige naamwoorden, o god nee, dat kan ik niet hebben!... Een heel

enkele keer kun je zoo'n buitenissigheid wel gebruiken. Maar als het

regel wordt, dan doet het zeer onaangenaam aan."

--"Hoe is eigenlijk uw wijze van werken?"

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 131 / 162 题