Als ik denk aan die eigenschap van mij--die ik weet!--dan denk ik
daarbij altijd aan Heine. Daarom heb ik ook nooit kunnen verdragen wat
ze noemen luim of boert. Dat zijn van die onschuldige grappen die de
menschen heel aardig vinden--maar ik zit er met een ijskoud gezicht bij.
Als ik zoo'n grap van af het tooneel hoor, dan geniet ik absoluut niet
meer van het heele stuk. Verleden Maandag nog: toen werd er in
"Oefening" een monoloog van mij voorgedragen, ter gelegenheid van het
75-jarig bestaan. Ik dacht dat ik 't nog al schikkelijk had gemaakt,
maar "God wat ben je weer hatelijk geweest!" zei een dame naast me. Ja,
zelfs bij een feestelijke gelegenheid heb ik me niet in kunnen houden.
Maar den volgenden dag stond er in het "Vaderland" dat de monoloog was
geestig geweest, maar "uiterst goedmoedig". En dat klapte me nog meer om
m'n ooren dan die dame met haar "hatelijk".
Wat Hollandsche boeken betreft heb ik erg veel van de Camera Obscura
gehouden. Indertijd, ziet u? Nu is 't weer anders geworden. Indertijd
was 't een zeer beteekenend werk. Dat is 't trouwens nog. Maar eigenlijk
is het toch ook wel een beetje goedmoedig en daardoor ben ik misschien
wat terug gekomen op mijn eerste oordeel. Dat oordeel dateert trouwens
uit den tijd dat ik de boeken nog niet critisch genoeg beschouwde. Mijn
haat tegen dat goedmoedige is ook de reden dat ik nooit van Dickens heb
kunnen houden. Ik heb veel van 'm gelezen en 't amuseerde mij wel, maar
tegelijkertijd hinderde 't mij. Dikwijls had ik lust om te zeggen:
Jasses, schei toch uit met je flauwiteiten: we weten 't nu wel! Ik vind
Dickens flauw, met hier en daar een mooi trekje, en dat appreciëer
ik ook wel.
--En houdt U u ook op de hoogte van onze moderne schrijvers? Mij dunkt,
U moet over sommigen er van een eigenaardig oordeel hebben.