Ik heb van Huysmans in dien tijd veel geleerd. Ik ging toen ook aan de
studie van psychologie, en ik las vooral Claude Bernard. Dàt was onze
man. Of die wetenschap mij later te pas is gekomen, en mij geholpen
heeft de menschen beter te begrijpen, dat zou ik niet kunnen zeggen.
Misschien is mijn inzicht ook wel altijd intuïtief geweest.
Op een goeie dag ontdekte ik in een boekwinkel een werk van George
Moore, den Engelschen Zola. Ik trad met hem in correspondentie en
schreef in de ouwe "Gids" een artikel over hem, dat nogal opgang maakte.
Curieus is wel,--de boekhandelaar vertelde me dat,--dat naar aanleiding
van mijn Gids-artikel iemand uit 't Koninklijk Paleis,--U weet, zoo'n
mosterdman met een enorme beremuts,--die was komen vragen naar de
werken van Moore. Het naturalisme werd dus ook wel in hoogere
kringen gelezen.
Laat ik u nog even wijzen op mijn tooneelkritiek in "De Amsterdammer" en
mijn raadsverslagen in de "Haagsche Crt." toen Jan C. daar in zat. U in
uw werkkring kent misschien ook wel de zoogenaamde "bedstêe" die in de
raadszaal van onze residentie voor perstribune dient. Daar heb ik ook
... gebruik van gemaakt. En dan noem ik U nog een bundel schetsen: "Uit
ons Parlement".