"Misschien weet u, dat ik in mijn jonge jaren nogal wat te danken heb
gehad aan Jan ten Brink, die toen mijn leeraar was aan de H.B.S. in
den Haag. Eerst ging ik school te Gorkum, en toen ik daar in de derde
klas van de H.B.S. zat begon ik te schrijven. Van dat echte
Hollandsche polderland, dat ik daar in den omtrek te zien kreeg, heb ik
zoo een dingetje gemaakt en ik was heel blij, toen dat als feuilleton
werd opgenomen in een plaatselijk blaadje, "De Gorkumsche Courant",
hiette dat, geloof ik.
"Maar op de H.B.S. in den Haag dan, daar werden Ten Brink en A.W.
Stellwagen de mannen, van wie ik leerde. Couperus was daar gelijk met
mij; wij woonden dicht bij elkander, onze famieljes gingen met elkaar om
en wij liepen 's middags na schooltijd met z'n twee in de Boschjes. Daar
kwamen we Vosmaer nog al eens tegen,--die had toen juist zijn "Amazone"
geschreven. En ook Emants, die we van aanzien kenden. We wisten zoo, dat
't Emants was, hè? Die "wandelde" altijd alsof hij heel haastig ergens
naar toe moest.--"