NACHT IN HET ALHAMBRA.

De dichter.

Waar is de flonk'ring, waar 't geklater,

Waarmee mijn straal de zon beklom?

Het diepst en reinst is 't donk're water,

Dat slaapt in ondergrondsche kom.

Deze klanken brachten mij op het Alhambra, waar ik geweest ben, en mijn

herinnering daarvan. U hebt daar een leeuwenfontein, en de oppasser had

mij verteld, dat die alleen spuit als er vorstelijke bezoekers komen. En

ik ging verder:

De hooge gasten zijn verdwenen,

De schaduw is aan 't overlenen,

En in de hooge en blanke zaal

Gaat door de smalle en marm'ren goten

Het laatste water weggevloten,

In stroompjes, kronkelend en schraal....

Zoo ga ik dan nog een heel stuk door. Het eigenaardige van dit gedicht

is, dat het niet is gepremediteerd, dat ik het phantaseerde onder 't

schrijven. Maar het publiek begrijpt in het algemeen niet, dat het in de

eerste plaats om zang te doen is, en dat daarom de maten zoo belangrijk

zijn. Evenals het spelen op een viool, brengen die onze fantasie in

beweging, en daarom is de maat ook het wezenlijke voor den dichter,

waaruit hem blijkt, hoe eigenlijk zijn innerlijk leven is.

--U sprak zooeven over den invloed, dien de dichter oefent op de

maatschappij. Denkt u, omgekeerd, niet, dat maatschappelijke

omstandigheden ook weer den dichter beïnvloeden?

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 56 / 162 题