"Hoe ga je schrijven? Omdat 't je invalt. Er is eigenlijk geen andere
reden. Ik kan niet zeggen, dat er bij mij een bepaalde aanleiding
aanwezig was. Liefhebberij, dat is de eenige oorzaak. Er waren te
Amsterdam een paar jongelui, die een eigen tijdschrift noodig hadden,
omdat ze, ja, voor het meerendeel wel medewerkten in de "Amsterdammer",
maar daar sommige personen niet mochten aanvallen. In het algemeen moet
u dit in aanmerking nemen: dat aan die wording van "De Nieuwe Gids"
tegenwoordig wel veel waarde wordt gehecht,--het is nu eenmaal
geschiedenis geworden, en ook is de invloed van ons eerste werk bij vele
schrijvers en bij het groote publiek duidelijk te onderkennen,--maar ik
verhoud mij daar wel wat anders tegen."
"EEN JAAR OF WAT UIT MIJN JEUGD."
Voor mij vertegenwoordigt die "Nieuwe Gids"-beweging maar een jaar of
wat uit mijn jeugd, en niet meer. Zij vormt maar een heel klein stukje
van mijn ontwikkeling, en daarna komt een groot aantal jaren, die voor
mij veel belangrijker zijn. Natuurlijk! aan den invloed, dien wij zouden
oefenen, werd door ons niet getwijfeld. Alle schrijvers van beteekenis
in die dagen waren oud, en wij wisten vrij zeker, dat binnen enkele
jaren hun onmiddellijke invloed een eind zou nemen. En was het een klein
verschil, dat ons van de andere letterkundigen scheidde, dan hadden wij
gedacht: het publiek zal ons een zelfstandige plaats toekennen en
daarmee uit. Maar ons optreden wekte van begin af een groote
animositeit. Alle letterkundigen van naam waren ons van begin af
vijandig. Behalve Vosmaer! Beets, b.v., die toen al een oud man was, gaf
in zijn latere bundels telkens kleine gedichtjes, die duidelijk steken
op de opkomende jonge dichters bevatten.