ALBERT VERWEY

Noordwijk-aan-Zee.

Dit is nu eens een man, die niet zoo heel gemakkelijk vertelt. Toen

ik--het schemerde, en ik had een langen, vermoeienden tocht achter den

rug--tegenover hem zat, dacht ik al aanstonds: "Die laat zich niet gauw

vangen". Ik had een echten, degelijken Hollander voor me, die zich

instinctmatig een beetje op een afstand houdt, en er niet toe te brengen

is, met een vreemde te spreken over de ideeën, die hij nu al zooveel

jaren in zich omdraagt en steeds rijper voelt worden. Bovendien: "Ik ben

overtuigd, meneer, dat er maar één vorm is, waarin men zich kan uiten,

en dat is de vorm, die "het doet". Ik spreek niet graag over personen of

boeken, over dingen, die nog niet als afgedaan worden beschouwd. Alles

wat ik te zeggen heb, vindt u in mijn tijdschrift, in den besten vorm,

dien ik er voor kon vinden. Mijn woorden zijn op een goudschaaltje

gewogen, en zooals het daar staat, precies zoo bedoel ik het. Maar ga ik

nu spreken, dan kan ik licht iets vergeten, iets anders te veel betonen

... en werkelijk, daar zou ik later veel spijt van hebben...."

Ik werd al bang, dat het mij niet gelukken zou, iets interessants mede

te deelen omtrent dezen dichter. Ik voelde een soort gêne, kon er niet

zoo gemakkelijk toe overgaan, hem te vragen naar byzonderheden uit zijn

leven, naar datgene, dat men zoo graag leest. Zijn langdurige, eenzame

overpeinzingen wennen er dezen man aan, zich in zijn spreken al heel

spoedig boven den beganen grond te verheffen, te gaan uitweiden over

principes, over wijsbegeerte, over de grenzen van zijn kunst, over het

algemeene, waarvoor men zoo heel moeilijk woorden, zeer trage woorden

vindt. Als men zoover is gekomen, worden de gedachten zoo licht en zoo

ijl, dat men ze bijna ontheiligt door ze te zeggen.

Wat hij mij uit zijn vroeger leven mededeelde, was in zeer eenvoudige

bewoordingen vervat. En gij vindt niet veel spannende avonturen in

zijn verhaal:

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 42 / 162 题