MOEDERHUISJES. [13]

Reeds meermalen is het gebruik maken van een moederhuisje aanbevolen;

thans zullen wij er nader kennis mede maken. Zijne bestemming is

eene moederbij van de overige bijen afgezonderd te houden, maar deze

toch gelegenheid te geven om haar voedsel toe te reiken. Wanneer

het nu maar zoo ingerigt is, dat dit mogelijk is en dat de gevangen

moederbij versche lucht bekomt, en er zich in kan omdraaijen, dan

is het overigens onverschillig hoe en waarvan men het maakt. Het

traliewerk, dat er voorgemaakt wordt, mag niet zoo wijd zijn, dat de

bijen er den kop door kunden steken; bij het terug halen konden zij hem

aftrekken; toch moeten zij er de koningin door kunnen voêren. De wijdte

zal goed zijn als men, op eene lengte van 1 duim, negen stijltjes zet,

die de dikte van eene dunne breinaald hebben.

Men maakt wel moederhuisjes van een stukje vlierhout, door er het

merg uit te doen, er in de lengte eenige sneden in te geven en de

uiteinden met kurken te sluiten. Beter is het echter een rond stukje

wilgenhout te nemen, van 1 duim dik en 5 duim lang; daarin worden 1/2

en 2 duim van het eene uiteinde, zaagsneden gemaakt, die even voorbij

het midden gaan; tusschen deze zaagsneden steekt men het hout weg. Men

neemt nu stukjes ijzerdraad, van 2 1/4 duim lang, en buigt de beide

uiteinden daarvan 1/4 duim regthoekig om. Met eene els worden nu, 1/8

duim boven en onder het weggestoken gedeelte (zie fig. 20), gaatjes in

het hout gemaakt, waarin de omgebogen einden der ijzerdraadjes worden

geslagen. Het langste gedeelte van het hout wordt nu tot eene punt

gesneden, welke dient om in de strookorven gestoken te worden. In

plaats van deze punt, zou men ook een spijker in het hout kunnen

slaan. Boven wordt nu een gat, van ruim 1/4 duim doorsnede geboord,

waardoor de moederbij uit en in het huisje gelaten wordt. Dit gat

wordt met eene kurk gesloten.

Voor Dzierzon's woningen is het beter de moederhuisjes zoo in

te rigten, als fig. 21 dat voorstelt. Men neemt er een stukje

zacht hout voor (linden-, wilgen- of populierhout) van 2 1/2 duim

lang, 1 duim breed en 3/4 duim dik; 1/2 duim van de uiteinden van

eene der breedte-zijden worden zaagsneden, van ruim 1/2 duim diep

gemaakt, waartusschen het hout wordt weggestoken. Over de voor- en de

bovenzijde worden nu, zooals boven gezegd is, ijzeren traliën gemaakt;

de onderkant wordt gesloten met een houten klosje, dat weggenomen kan

worden, om door de opening de moederbij uit en in het huisje te laten.

Dit huisje kan overal in den stok geplaatst worden, waar de bijen er

bij kunnen. Men kan het op de staafjes leggen of het aan de staafjes,

midden in het broednest hangen, door er een ijzerdraad door te steken,

en dien boven het staafje om te buigen; het kan tusschen de staafjes

gestoken, ja zelfs in de tafels zelven geplaatst worden, door hierin

eene opening te snijden, waarin het past.

Wanneer men zijn bijenstand door afleggers wil vermeerderen, of

koninginnen in voorraad wenscht te hebben, om daarover bij voorkomende

gevallen te kunnen beschikken, dan is het goed eenige moederhuisjes te

hebben, die zooveel grooter zijn, dat er moedercellen, zonder haar te

beschadigen, in gelegd kunnen worden. Aldus worden zij, in een warm

gedeelte van den stok geplaatst, waar de koninginnen dan uitgebroeid

zullen worden, zonder dat de bijen haar kunnen uitbijten. In den

zwermtijd heeft men soms den eenen dag verscheidene moedercellen te

veel, terwijl men haar op een anderen dag gaarne zou hebben, zonder

haar evenwel te kunnen bekomen. Het is dan goed er eenigen in voorraad

te hebben.

Om de bijen zelven de in een huisje besloten moederbij in vrijheid

te doen stellen, sluit men de opening slechts voor de helft met een

houten klosje, en maakt het open gebleven gedeelte met een wasplaatje

digt, waartoe men een stukje wastafel plat drukt, dat nu met de punt

van een warm mes, gemakkelijk wordt bevestigd. De bijen bijten dit

plaatje door, en nemen de moederbij dan het zekerst aan.

In enkele gevallen kan men zich, voor de opsluiting van eene koningin,

ook van een langen pijpedop bedienen; inzonderheid wanneer men haar

in de tafel zelve wil plaatsen.

Handboek voor Bijenhouders · 第 85 / 109 题