Men kan de bijen tot het broedaanzetten opwekken, bl. 149. Het is
nadeelig zoo de broedaanzetting te vroeg begint, bl. 149. Wanneer
moet zij beginnen? bl. 152. Warmte is een voornaam vereischte
voor het broeijen, bl. 158. Het vergrooten van het broednest,
bl. 154. Het verkleinen van het broednest, bl. 155. In den nazomer
moet de broedaanzetting belet worden, bl. 155. Bij het voêren moet
men zorgen geene aanleiding tot broeijen te geven, bl. 156. Wanneer
het wegnemen der moederbij een stok niet benadeelt, bl. 157. Het
broed kost veel honig, bl. 157.