De bijen zijn bij ons niet inheemsch, bl. 139. Zij hebben geen
winterslaap, bl. 139. Eene goede verzorging in den winter is van veel
belang, bl. 140. De bijen moeten in den winter van een voldoenden
voorraad voorzien zijn, bl. 142. Zij moeten voor strenge koude beschut
worden, bl. 142. Luchtverversching, bl. 144. Het zonlicht mag in
den winter niet op de woning vallen, bl. 145. De woningen moeten
rustig staan, bl. 145. Men moet de stokken niet te vroeg inwinteren,
bl. 146. Wanneer men de bijen eene reinigings-uitvlugt kan laten
houden, bl. 147. Hoe men bijen, welke door de koude verstijfd zijn,
kan doen herleven, bl. 147. Zoodra men de bijen heeft laten vliegen,
moeten ook de bodems der woningen gezuiverd worden, bl. 148.