[53] In Nederland vindt men vier soorten van diluvium, en wel 1º. Het

_Rijndiluvium_, afkomstig van de gebergten langs den Rijn; dit bestaat

grootendeels uit zand en grint (heuvels van Arnhem, Nijmegen en

Kleef). 2º. Het _Maasdiluvium_, uit de Ardennen aangevoerd. 3º. Het

_Scandinavisch diluvium_, granietblokken, door ijsbergen uit Zweden

en Noorwegen aangevoerd (Hunnebedden). 4º. Het _gemengde diluvium_

(in de Veluwe en Gooiland). Men zie hierover in bijzonderheden

W.C.H. Staring, de Bodem van Nederland.

[54] Zie de Wonderen des Hemels, naar Camille Flammarion, blz. 65.

[55] Het löss is eene fijn verdeelde, tot stof te wrijven klei,

in ons land vooral voorkomend in Limburg.

[56] In November 1885 heeft men eenen bijna volledigen slagtand van

eenen elephas antiquus gevonden in de omstreken van Parijs, op 45

meters diepte in eene gipsgroeve. Die slechts weinig gekromde slagtand

was 1,50 meter lang. Dat dier had daar misschien wel honderdduizend

jaren in het gips gelegen. Hoewel zelf tot gips overgegaan, kon men

er nog op het eerste gezicht de concentrische lagen van het ivoor

in herkennen.

[57] Wij zagen vroeger, dat de embryologie leert, dat de mensch en

de zoogdieren in den moederschoot alle phasen doorloopen, die bij de

ontwikkeling der soorten doorloopen zijn, en dat ieder onzer eenige

dagen kruipend dier, viervoetig dier enz. geweest is. Wij zagen

tevens, dat de afgestorven organen nog in ons lichaam voorkomen, als

getuigen uit het verledene. Langen tijd heeft men er over getwist, of

de menschelijke vrucht eenigen tijd eenen staart bezit, met wervels

als die der apen en viervoetige dieren. Die vraag is onlangs voor

goed opgelost. In de zitting der Académie des Sciences van 8 Juni

1885 heeft de Heer Fol bewezen, dat de menschelijke vrucht van 5 1/2

millimeter, d.i. van 25 dagen, 32 wervels bezit; die van 9 tot 10

millimeters, d.i. van 35 tot 40 dagen, 38 wervels. Het menschelijke

geraamte heeft er slechts 24. Die staartaanhangsels blijven slechts

kort. Bij vruchten van 12 millimeters, d.i. van zes weken, vergroeien

de 38ste, 37ste en 36ste te zamen, terwijl de 35ste niet meer scherp

gescheiden is. Eene vrucht van 19 millimeters heeft nog slechts 34

wervels. Hieruit volgt, dat de normale vrucht in de 5de en 6de week

harer ontwikkeling eenen staart heeft van kegelvormige gedaante,

uit wervels bestaande en van het lichaam gescheiden.

[58] Wij herhalen nogmaals: van eenen aap, die de gemeenschappelijke

stamvader van den mensch en de tegenwoordige apen geweest is.

De Wereld vóór de schepping van den mensch · 第 40 / 40 段