II

Ik wrocht er dus voor den dollar en ik wrocht er lange en vele

dagen. Het was een harde, dorre, onbehagelijke strijd. Want de

Amerikaan is hard en dor en stug op stuk van zaken. Hij kent

geen tegemoetkoming noch medelijden voor een zwak en onervaren

mededinger. Zaken zijn zaken in den droogsten zin van 't woord voor hem

en niets is hem aangenamer dan een concurrent, vooral een buitenlander,

te kunnen fnuiken. Ik had er den indruk alsof het heele land van meer

dan tachtig miljoen inwoners tegen mij samenspande en of de gansche

samenleving er op was ingericht alleen om mij ten onder te brengen.

's Zondags, en in mijn vrije uren, ging ik er veel naar buiten wandelen

en in mijn heimweeïge verlatenheid en eenzaamheid, filosofeerde ik

zonder eind over den materialistischen struggle for life en over de

gansche, volgens mijn meening ongerijmde levensopvatting van al die

rijke Amerikanen.

Wat hadden ze wel aan hun rijkdommen en aan hun leven? Meer dan eens,

in een bar of restauratie, had men mij zoo, met een soort eerbied,

een of ander man gewezen en gezegd: "Kijk eens, zie je daar dien

man. Hij is zonder een duit in 't land gekomen en nu is hij vijftig

miljoen dollar waard."

Vijftig miljoen dollar waard! herhaalde ik in mezelf, en keek, en

mijmerde. Zoo'n man van vijftig miljoen dollar waard zat meestal op

een hooge kruk bij een schenktafel en slikte schrokkig een bord eten

in. 't Was of hij achterna gezeten werd door onzichtbare vijanden,

die hem zijn voedsel zouden rooven als hij zich niet haastte; hij had

geen tijd, geen tijd; hij moest in allerijl weer naar zijn "office" om

nog maar steeds meer geld te verdienen en met dat geld dan eindelijk

van het leven te genieten....? Wel neen: hij had immers geen tijd

daarvoor, en dat was ook zijn doel niet. Zijn doel was alleen maar

om boven zijn concurrenten te komen, om de eerste en de grootste te

zijn,--de eerste en de grootste van wat?--en om de kleinere, zooals

ik was, te fnuiken en van de markt te verdrijven. Zoo'n man werd niet

oud. Zoo'n man werd zenuwlijder, door zijn onverpoosd en overspannen

werken, of kreeg een maagkwaal, door zijn haastig, schrokkig eten;

en dan lagen daar de vijftig miljoen dollarswaarde, heusch te veel

om de slooten melk en mineraalwater,--de eenige weelde die hij zich

voortaan mocht veroorloven,--mede te betalen.

Veel en veel heb ik in Amerika gefilosofeerd. En dat heeft mij altijd

in mijn tallooze beproevingen gesterkt en nooit heb ik gewenscht

een Yankee van vijftig miljoen dollar waard te zijn. Integendeel:

in Amerika, het land van 't geld, heb ik het geld leeren minachten

en mij rijk gevoeld in betrekkelijke armoede.

De roman van den schaatsenrijder · 第 16 / 27 题