Alvorens tot het beantwoorden dezer detail-vraag over te gaan, wensch
ik den Lezer het model-contract voor Javaansche vrouwen voor te leggen,
zooals dit door de liefderijke zorg van den Gouverneur-Generaal is
vastgesteld. De invullingen, welke cursief zijn gedrukt, zijn uit den
aard der zaak van mijne hand.
„Wij ondergeteekenden, de Javaansche vrouw Sarina, oud zestien jaar,
lang 143 c.M., geboren te Serang, behoorende tot den stam der
Soendaneezen, ter eenre en Jan Tabak, beheerder der onderneming Tanah
Kringet, handelende als gemachtigde van Pieter Voetblad, eigenaar der
onderneming Tanah Kringet, gelegen in de afdeeling Medan, landschap
Deli, ter andere zijde, verklaren te zijn overeengekomen als volgt:
I. De contractante ter eenre zal ten behoeve van de onderneming Tanah
Kringet zich onledig houden met het sorteeren en bundelen van tabak en
verder allen arbeid verrichten, die redelijker wijze van haar kan
worden gevorderd.
II. Het aantal werkuren, gedurende welke de contractante ter eenre ten
behoeve van de onderneming Tanah Kringet moet arbeiden, bedraagt op
elken werkdag tien.
III. De contractant ter andere zal betalen aan de contractante ter
eenre één $ cent voor het grofbundelen van 10 bossen tabak; 3 $ centen
voor het fijn sorteeren en bundelen van 10 bossen goed blad; 3 $ centen
voor 10 bossen stukblad, of, indien zij in dagloon werkt, een loon van
15 $ centen per dag.
IV. Als voorschot erkent de contractante ter eenre van den contractant
ter andere ontvangen te hebben een bedrag, als achter haar naam
vermeld, dat verrekend zal worden door maandelijksche kortingen op het
uit te betalen loon, de som van één dollar niet te boven gaande, zulks
tot den koers van twee gulden per dollar.
Contractante ter eenre zal geen loon ontvangen gedurende de dagen, dat
zij het werk verzuimt, hetzij door ziekte, straftijd of onwil.
V. Van de contractante ter eenre kan geen arbeid gevorderd worden op de
volgende dagen: 1en en 16en van iedere maand en algemeenen erkende moh.
feestdagen.
VI. De contractant ter andere zijde voorziet te zijnen koste in
voldoende huisvesting en vrije geneeskundige behandeling van de
contractante ter eenre en haar gezin.
VII. De contractant ter andere zijde zal de contractante ter eenre niet
tegen haren wil van haar gezin scheiden.
VIII. De contractante ter eenre zal zich op den eersten dag der maand
Juli des jaars 1900 en twee op de onderneming bevinden en bij den
beheerder aanmelden.
IX. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor den tijd van drie
achtereenvolgende jaren, gerekend van de dagteekening dezer akte.
Aldus overeengekomen te Medan op heden den 27sten dag der maand Juni
des jaars 1900 en twee.
Hieronder volgen de handteekeningen met de opgave van het genoten
voorschot, dat gewoonlijk 15 dollar en die van het loon, dat meestal
minder, nooit meer dan 4.50 dollar per maand bedraagt.
Bij eene aandachtige beschouwing van dit model-contract, treft in de
eerste plaats de hoffelijkheid van Zijne Excellentie. Honneur aux
dames, zegt Z. E. met eene vriendelijke handbeweging en geeft der
Javaansche vrouw de eerste plaats bij het contract. Allerminzaamst
ordonneert hij, dat zij zich ten behoeve der onderneming Zweetveld [50]
onledig zal houden met het sorteeren en bundelen van tabak, een
stijlbloempje, dat het oog aangenaam aandoet bij het ontmoeten in dit
staalstuk. Verder behoeft zij blijkbaar alleen dien arbeid te
verrichten, die redelijker wijze van haar gevergd kan worden, eene
uitdrukking, die wel rekbaar is, doch met het oog op de nobiliteit van
den planter, niet waar, geen reden tot ongerustheid kan geven.
De hoffelijkheid tegenover het zwakkere geslacht doet evenwel den
Grooten Heer te Buitenzorg niet de belangen van den werkgever vergeten.
Het aantal werkuren bedraagt op elken werkdag tien.
Gelukkig herinnert zich Zijne Excellentie onmiddellijk, dat hier
tegenover een behoorlijk loon moet staan en bepaalt edelmoediglijk, dat
deze tien uren arbeids betaald zullen worden met 15 centen, d. w. z.
deze 15 centen zijn geen minimum, doch ook geen maximum. De werkgever
is vrij in de bepaling van de hoegrootheid van het loon; 15 centen is
dus blijkbaar het bedrag, dat den Landvoogd behoorlijk toeschijnt.
Bij zulk eene weelderige inrichting is dan ook eene korting van meer
dan twintig percent, tot terugbetaling van het genoten (?) voorschot,
in alle opzichten billijk en evenredig te noemen. Op dezelfde gronden
kan ook geen uitkeering van loon geschieden bij ziekte, straftijd of
onwil. Het moet ieder duidelijk zijn, dat waar zulk eene schitterende
gelegenheid bestaat tot overlegging van een groot deel van het loon,
het allerminst noodzakelijk, ja zelfs ongeraden zou zijn, bij ziekte
ondersteuning te geven.
Laat ons aannemen, dat de planter zich stelt op het standpunt van den
illustren modelmaker en dus per maand aan de Javaansche contractvrouw
betaalt $ 4.50. Hiervan gaat dan af, 1 dollar ter aflossing van het
voorschot. Laat ons veronderstellen, dat zij gemiddeld (met het oog op
haar geslacht) 2 dagen per maand ziek is en daardoor dus 30 centen moet
missen. Dan blijft er voor haar over $ 3.20, zegge drie dollar en
twintig centen, of nog geen elf centen per dag!
Deze voorstelling is echter nog boven het gemiddelde. Het is mij
bekend, hoe bij eene der grootste maatschappijen geregeld iedere maand
in doorsnee $ 2.20 per Javaansche vrouw wordt uitbetaald.
Dat is zeven centen per dag!!
Een onderzoek door mij ingesteld, leerde mij, dat te Medan eene
Javaansche vrouw—buiten snoeperij en sirih—per dag 13 centen voor hare
voeding noodig heeft. Daar alles op de kebon duurder is, mogen wij het
minimum dat de Javaansche vrouw aldaar voor levensonderhoud moet
verdienen, minstens op 15 dollarcenten stellen.
Hieruit volgt zonneklaar, dat, waar zij niet genoeg heeft om van te
eten, de Javaansche vrouw niets kan wegleggen om kleeding te koopen.
Vandaar de vraag aan het hoofd van dit opstel: „Hoe verdient eene
Javaansche vrouw haar sarong? [51]”
Laat ik kort zijn in het beantwoorden dezer vreeselijke vraag: de
Javaansche vrouw verdient, moet verdienen, het geld voor haar sarong
door hoererij. Vijf centen is het bedrag, dat zij ontvangt elken keer,
dat zij zich overgeeft aan den Chinees. Om dus genoeg bij elkaar te
hebben voor den aankoop van het onmisbaar kleedingstuk, moet zij
twintig malen...
O God! het is ontzettend.
Er is meer, er is erger.
Jaarlijks worden er honderden Javaansche meisjes ingevoerd, die den
Chineezen worden voorgeworpen. Scharen van jonge meisjes worden gekocht
en den Chineezen ten offer gebracht.
Ieder weet, dat zij niet genoeg verdienen, de meisjes bedoel ik, om te
kunnen eten. De planter in de eerste plaats. Toen een beheerder van
eene der grootste maatschappijen mij rondleidde over de onderneming en
mij de huizen voor de Chineezen en die voor de Javanen had laten zien,
vroeg ik hem, waar de ongetrouwde Javaansche vrouwen woonden. Het
antwoord moest er ten slotte uit, dat deze geen woning hadden, doch
„zich maar ergens op moesten schieten.”
Een inspecteur der Deli Maatschappij deelde in de vergadering, in het
begin van dit boekje besproken, mede, dat zijne maatschappij jaarlijks
honderden Javaansche vrouwen voòr de Chineezen laat uitkomen.
Het doel zou voornamelijk zijn, aldus de tegennatuurlijke ontucht onder
de Chineezen te bestrijden.
De bestrijding van het crimen nefamdum is zeker te loven, doch is het
middel niet erger dan de kwaal?
In de tijden van Nero werden de Christenmaagden den leeuwen
voorgeworpen. Haar lijden was spoedig voorbij en werd duldbaar gemaakt
door de wijding, welke de dood ontving, waar hij de martelaarskroon
medebracht. Hier zijn de jonge meisjes blootgesteld aan de lage lusten
der Chineezen, drie jaren lang, ten einde.... hoererij te stellen in
plaats van sodomie.
En tot dit werk dwingt de meester zijne slavin, door haar uit te
hongeren.
Tegelijk verschaft deze wijze van bekeering der Chineezen tot... een
ander pad van ondeugd goedkoope werkkrachten aan de onderneming en kan
het dividend weder een tiende procent hooger zijn. De gedachte moet
streelend wezen, bij het opsteken dezer meerdere winst, dat men die
verkreeg door bevordering der zedelijkheid van den Chineeschen
arbeider.
Dat de Javaansche vrouw zedelijk en lichamelijk er bij te gronde ging,
telt niet mede en mag voor den meester geen hinderpaal zijn.
„Zij zijn toch allen hoeren van nature,” zoo verzekert u de planter.
Deze even gemoedelijke als wijsgeerige opmerking doet ons vol
bewondering voor de kieschheid en het fijn gevoel van den zegsman dit
hoofdstuk sluiten.