Gelijk in vroegere eeuwen een veldheer bij het begin van den winter
zijne troepen terug- en bijeentrok, ten einde de winter-kwartieren te
betrekken, zoo concentreert in de maanden September of October, bij het
begin van den zoogenaamden schuurtijd, de beheerder eener
tabaksonderneming zijne koelies op het hoofd-etablissement, ook wel het
emplacement genaamd.
Daar bevindt zich de fermenteerschuur, alwaar de tabak, na gedroogd te
zijn, wordt gefermenteerd, gesorteerd en gebundeld, om daarna geperst,
in balen verpakt naar Europa te worden gezonden. Om dezen tijd—het
einde van het oogstjaar—loopt ook van de meeste koelies het contract af
en heeft de afrekening plaats.
De verschillende kongsie’s [46] worden in de pondoks [47] onder dak
gebracht en er heerscht overal groote bedrijvigheid.
Nu is het voor de onderneming van het grootste belang, dat zoo weinig
mogelijk arbeiders gebruik zullen maken van de vrijheid, die hun reeds
tegenlacht en zoovelen mogelijk zich opnieuw zullen verbinden. Hoe
echter dit doel te bereiken? Geen koelie, die reeds eenmaal de
zegeningen der koelie-ordonnantie heeft ondergaan, is bereid, voor de
tweede maal zijne vrijheid te offeren, zoo hij nog eenige kans ziet op
andere wijze aan den kost te komen. Er dient dus voor gezorgd te
worden, dat de koelie vóór de afrekening, die hem met een zeker bedrag
aan dollars ook de vrijheid hergeeft, reeds het hem toekomende heeft
opgemaakt en in geldverlegenheid is.
Ziehier, tot welke middelen om dit edele doel te bereiken de planter,
die er overigens op staat, voor een gentleman te worden gehouden, zijne
toevlucht neemt. Men zal de koelies in de gelegenheid stellen, na
verrichten arbeid wat afleiding te zoeken in gepaste vermaken. Daartoe
worden gelegenheden tot dobbelen opengesteld, terwijl ook, wat anders
nooit geoorloofd is, beroeps-prostituées op de onderneming worden
toegelaten. Een wajang [48] gezelschap slaat op het etablissement zijne
tenten op en geeft dagelijks voorstellingen. De hoofdtandil beweegt
zich zoo vriendschappelijk als nooit onder de koelies en is bereid,
ieder die er om vraagt, geld te leenen, dat ingehouden zal worden bij
de finale afrekening, welke de koelie binnen kort van de administratie
ontvangen zal. De hoofdtandil geniet bij deze gelegenheid een bijna
onbeperkt crediet bij de onderneming, daar men weet, waarvoor de
aangenomen gelden dienen zullen. Hoewel men dat niet altijd
uitdrukkelijk zegt, is het namelijk eene stilzwijgende voorwaarde, dat
die gelden zullen strekken, om uitgeleend te worden aan de koelies,
wier werkcontract verstreken is, of wier toekomstig aandeel hunne
schuld aan de onderneming overtreft.
Vrouwen, dobbelspel en tooneel, welke koelie kan op den duur aan die
trits van verleidingen weerstand bieden? Hoevelen zijn sterk genoeg,
niet voor de verzoeking te bezwijken? En het geld is zoo gemakkelijk te
krijgen! De hulpbereide hoofdtandil is steeds bij de hand en zijn
vertrouwen in den koelie in deze dagen onbegrijpelijk groot. Maar, niet
waar, waarom ook zou hij niet, tegen een billijke vergoeding natuurlijk
in den vorm van rente, den koelie, die zoovele maanden gezwoegd heeft,
een pleiziertje gunnen?
En zoo hoereert en dobbelt de koelie gedurende den schuurtijd naar
hartelust, terwijl van tijd tot tijd een tooneelvoorstelling zijn geest
verheffend bezig houdt.
Helaas, wanneer de dag der afrekening is aangebroken, zal hij te laat
inzien, wat hem zijne lichtzinnigheid heeft gekost! Zijne schuld aan
den hoofdtandil toch zal gewoonlijk grooter blijken dan het hem
toekomend saldo. Wat te doen? De ondernemer alleen kan helpen en wil
helpen, indien de werkman van zijnen kant slechts wil sjoekoeliën, d.
i. een nieuw contract sluiten. Terstond kan de koelie dan opnieuw het
gebruikelijke voorschot ontvangen.
Wat blijft den man in deze omstandigheden anders over? Hij aanvaardt
dus het aanbod van de onderneming, teekent een nieuw contract en
betaalt den hoofdtandil het restant van zijne schuld.
De hoofdtandil restitueert aan de onderneming de hem renteloos
voorgeschoten gelden en heeft de door den koelie betaalde renten als
rechtmatige sentoeng [49].
De vrucht van een jaar arbeids is voor den werkman verloren gegaan.