Op Zaterdag den 29sten Maart 1902 belegde de afdeeling Medan van den
Indischen Bond eene vergadering, ook voor niet-leden toegankelijk, ten
einde verschillende onderwerpen te bespreken, van meer of minder belang
voor de Residentie Oostkust van Sumatra.
De heer Van Kol, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, woonde
als gast deze vergadering bij, met het doel, het besprokene dienstbaar
te maken aan zijne studiereis door Nederlandsch-Indië en een kijk te
krijgen op den sociaal-oeconomischen toestand van het gewest. Vele
waren de nummers van het program, dat, zooals te voorzien was,
overladen bleek. Met meer of minder succes werden achtereenvolgens
behandeld: woeker (in verband met pandhuispacht), verkeersmiddelen en
lepra. De vergadering was dociel, gedebatteerd werd er niet veel,
slechts enkele bepaalde sprekers voerden het woord en ieder kreeg de
hem competeerende toejuichingen. Na de pauze zou dat anders worden. De
heer C. de Coningh leidde het voor Deli zoo netelige vraagstuk „Vrije
immigratie of contract-koelies?” in. Ziehier de