De oudste vorm van overwelving der Groningsche en Friesche
dorpskerken was, nà het tongewelf, het koepelgewelf, door zware
gordelbogen gescheiden. Een mooi voorbeeld hiervan levert het vrij
goed bewaard gebleven kerkje te Houtumhuizen, in het noorden van
Friesland. Merkwaardiger wijze zijn de steunpunten der gewelven hier
binnen de ruimte gebracht, zoodat de muren grootendeels ontlast werden
van den druk van het gewelf. De zware, spitsboogvormige gordelbogen,
eertijds in zichtbaren baksteen, doch nu evenals het geheele
interieur gewit, beginnen laag bij den grond, zoodat de ruimte min
of meer gedrukt voorkomt, wat echter aan den gunstigen totaal indruk
geen afbreuk doet. Tusschen deze gordelbogen zijn de koepelgewelven
geslagen. Het koor is van zijn oorspronkelijke overwelving beroofd
en is thans met een houten zoldering afgedekt.
LINKS: DETAIL VAN HET KOOR VAN DE KERK TE WEIDUM. (FR.)
RECHTS: DETAIL VAN HET KOOR VAN DE KERK TE JORWERD. (FR.)
Om de groote moeilijkheden te ontgaan, die aan een pannenbedekking op
een rond koor verbonden zijn, werd het bovengedeelte van de koornis
dikwijls den vorm van een veelhoek gegeven, zoodat een pyrimidaal dak
ontstond, 't welk zonder bezwaar met pannen kan worden gedekt. Door
deze samenvoeging van cirkel en veelhoek, ontstonden overkragingen,
die bij het koor van de kerken te Weidum en Jorwerd aardig zijn
opgelost. Bij het eerste door een geleidelijke overkraging, bij het
tweede door een zandsteenen dekplaat, waaronder een gebeeldhouwd
draagsteentje.