In het welvarende dorp Middelstum ligt een groote volledige kruiskerk
uit het midden der 15e eeuw, waarvan de onderbouw gedeeltelijk
is uitgevoerd van tufsteen, ongeveer van het zelfde formaat als de
groote baksteenen, die voor den opbouw werden gebruikt. Een dergelijke
gelijktijdige toepassing van deze twee materialen komt in deze streken
meermalen voor, vooral bij torens, waaruit blijkt, dat hier niet de
elders geldende regel op gaat, dat tufsteenkerken van ouder datum
zijn dan baksteenkerken. Ook in het mooie laat-Gothische poortje
zijn tufsteenen verwerkt, die bij wijze van banden den baksteen
afwisselen. Een gelijkvormig poortje bevindt zich eveneens aan den
tegenoverliggenden gevel, doch is onder een dikke pleisterlaag bedekt
en smakeloos bont gekleurd.
LINKS: TOREN VAN DE KERK TE HUIZUM. (FR.)
RECHTS: TOREN VAN DE KERK TE NOORDLAREN. (GR.)
In hoofdvorm zijn de oude Groningsche en Friesche torens vrijwel
gelijk; behoudens enkele uitzonderingen worden zij door een zadeldak
gedekt. Doch in onderdeelen vertoonen zij groote verscheidenheid. Soms
zijn zij geheel vlak, doch ook niet zelden met nissen, pilasters,
rondboogjes of rondboogfriesjes geleed. Op het dak verheft zich
gewoonlijk een windvaan, die bij de kerk te Noordlaren tot een sierlijk
smeedwerk is ontwikkeld. Bij uitzondering is hier geen haan-, doch
een paardmotief als windwijzer toegepast. Het torentje van de kerk te
Huizum is iets fijner van teekening; gelukkig is het gespaard gebleven
voor de smakelooze bepleistering, waarmede niet in vorige eeuwen,
doch eerst voor weinige jaren, dit kerkje is bedekt.