De kerken in Noord-Brabant, die, voor zoover zij niet vernieuwd zijn,
meerendeels dagteekenen uit de 15e eeuw, kenmerken zich dikwijls door
een grooten, zwaren toren. Een eenvoudig voorbeeld van dien aard levert
de groote, in 1840 herbouwde kerk te Schijndel, wier oude, gespaard
gebleven toren zoo krachtig het dorpsstraatje afsluit. Ofschoon zeer
massief, is deze bouw toch niet van eenige sierlijkheid ontbloot door
de slanke spitsboogvormige galmgaten in den bovenbouw, die bovendien
door een aardig boogfriesje wordt bekroond, alsmede door het slanke
traptorentje aan de zuidzijde.