157. Zie over 't woord _kaka-toea_ de Noot by _Idee_ 438.

158. De op inlandsche Hoofden uitgeoefende moreele dwang om by 't

vertrek van 'n hoofdambtenaar, fabelachtig hooge pryzen te besteden

voor sommige stukken uit z'n inboedel, is ergerlyk. En ... ze moeten

wel! Zou anders de vervanger niet meenen dat ze niets over hadden voor

hun Resident? Dat ten-slotte die vrygevigheid alweer betaald wordt

door den geringen man, spreekt vanzelf. Tot m'n groote verbazing heb

ik onlangs 't hoog bedrag dat er besteed was voor den inboedel van den

heer Loudon, zien aanvoeren als 'n bewys van z'n verdiensten. Me dunkt

dat hy, die dan toch moet geweten hebben hoe zulk "opjagen" in z'n

werk gaat, verplicht ware geweest dat misbruik door 'n uitdrukkelyke

waarschuwing te voorkomen. Dit heb _ik_ gedaan, doodarm toch, toen ik

_Lebak_ verliet, gelyk ik nog altyd door getuigen staven kan.

159. Ik zeide in Noot 50 dat sommigen zekere uitdrukkingen in dit werk

beter begrepen dan de gewone lezer, en dat zich onder dezulken de

vinnigste vervolgers van Havelaar bevonden. Dit is van volkomen

toepassing op dezen kleinen trek in den tekst, waar ik den vinger

schyn gelegd te hebben op de ... zonderlinge verlenging der

theekontrakten in 1845. Dat de hier bedoelde persoon 't Nederlandsche

Volk te reprezenteeren kreeg, spreekt alweer vanzelf. Onze

theeman--tevens rystopkooper, enz. (zie de Noot by 't woord _Kondeh_,

op blz. 389) praatte in de Kamer heel aardig mee over Staathuishoudkunde,

Volksbelang, Menschenrecht, Indische toestanden, enz. enz.

160. Vgl. blz. 87 onderaan. (Zie de alinea die begint met: "--Is

de Regent altyd zoo dienstyverig?", M.D.)

161. Zie § 11 van de "Vraagpunten aan den kontroleur" in de

_Minnebrieven_.

Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy · 第 75 / 80 题