67. _Sienjo_, dikwyls verkort tot _njo_: jongeheer. Velen meenen dat
dit woord van portugeschen oorsprong is, vooral ook omdat de
afstammelingen van Portugezen, die nog altyd te Batavia 'n
eigenaardige kaste uitmaken, in de wandeling _Sienjo_'s genoemd
worden. Toch is deze etymologie twyfelachtig.
68. _Verbrugge wist het!_ Nog altyd ben ik in 't bezit van een briefje
dat hy my deed toereiken op 'n oogenblik dat ik met den Regent in
gesprek was, en waarin hy my--onder uitdrukkelyk verzoek hèm niet te
noemen--uitnoodigde dat Inlandsch Hoofd eens onder handen te nemen
over de "misbruiken." Het overbodige van dit verzoek laat ik nu daar.
Er blykt uit:
1) dat myn bezwaren geen gevolg waren van persoonlyke zwartgallige
opvatting.
2) dat myn onderzoekingen zeer omzichtig plaats hadden, zóó zelfs dat
de vreesachtige Verbrugge meende grond te hebben my aantezetten
tot wat yver.
Belangstellenden--zyn er die?--kunnen 't bedoelde briefje van den
kontroleur ter inzage krygen.
69. _Tjiandjoer_. Iets later spel ik dezen naam van de hoofdplaats der
Preanger-regentschappen eenvoudig: _Tjanjor_, zooals 't woord in
dagelyksch spraakgebruik luidt. Ook elders achtte ik my ontslagen van
de poging om by 't spellen van inlandsche namen, het _geschreven_
javaansch of maleisch in onze karakters natebootsen. Ik schryf alzoo
voor: _aoerang, orang_. Voor: _prahoe, prauw_. Voor: _kahin, kain_,
enz. We hebben immers hier niet te doen met puristische _spelling_? De
eisch is 't weergeven--by benadering altyd--van den _klank_ zooals die
onder Europeanen in Indie gebruikelyk is.
70. _Djimats_ zyn briefjes of andere voorwerpen die uit den hemel
vielen om geestdryvers en boerenbedriegers aan 'n geloofsbrief te
helpen. _Tout comme chez nous!_ 't Getal der leveranciers van
Goddelyke Openbaringen is zeer groot, en apostelen en profeten van
deze soort zyn in geheel Azie nog altyd aan de orde van den dag.
't Verschil by vroeger eeuwen is maar dat ze tegenwoordig wegens
landloopery worden gestraft, en wel door dezelfde menschen die hun
voorgangers in vagabondage als Heiligen vereeren. Ziedaar nu 'n
stuitend gebrek aan rym in _myn_ oog!
71. _Garem glap_: smokkelzout. Het maken en verkoopen van zout is in
Indie _regie_. Er werd inderdaad aan de zuidkust van _Lebak_ veel zout
gemaakt, en 't was die arme menschen niet zeer kwalyk te nemen, als
men bedacht dat ze soms vele mylen te loopen hadden om 'n Gouvernements
debietplaats te bereiken, waar ze hoogen prys moesten betalen. My komt
het monopolizeeren van den zoutaanmaak onredelyk voor, en vooral wreed
jegens strandbewoners wien 't zeezout in huis spoelt.
72. Ook de hier bedoelde nota's van m'n vermoorden voorganger zyn nog
altyd in m'n bezit. Nooit vroeg iemand my, die te mogen zien. Me dunkt
toch dat ze, vooral met het oog op z'n dood, zeer treffend zyn. Zou
niet die zaak in elk ander land voor 'n _cause célèbre_ gegolden hebben?
73. Ook de hier bedoelde brieven bezit ik nog, doch slechts in
afschrift, dat evenwel door den toenmaligen klerk te _Lebak_ "_als
eensluidend met het origineel_" gewaarmerkt is.'t Was nooit iemand de
moeite waard er naar te vragen.
74. _Voornemen den Regent z'n voorschot kwytteschelden_. Dit is, na
het door den Gouv. Gen. Pahud ingesteld onderzoek werkelyk geschied.
Ook meen ik dat by die gelegenheid z'n traktement verhoogd is. Men
moet erkennen dat hierin een zonderlinge wys van rechtdoen omtrent
_my_ gelegen was! De gebleken gegrondheid myner aanklacht moest niet
my ten-goede komen, maar den persoon die door my was aangeklaagd.
75. _Abraham Blankaart te hollandsch voor 'n Duitscher_. En ... voor
het tegenwoordig geslacht van Hollanders misschien ook. Hoevelen myner
lezers kennen die aardige figuur uit _Sara Burgerhart_?
76. Deze boutade tegen de orthodoxen mag, dunkt me, aanleiding geven
tot de opmerking dat de modernen, de liberalen, de ... meer
verlichten--en zelfs de _ware_ vrydenkers--wel 'n voorbeeld mochten
nemen aan zekere oprechtheid van geloof, die zich by hun tegenstanders
in _daden_ openbaart. Indien er door sommigen even gul werd bygedragen
tot het verspreiden van licht, als door anderen tot het verdikken van
duisternis, zouden we sedert lang 'n groote schrede verder zyn. Zouden
de _geloovers_ my hebben laten zwerven en derven zooals 't geval
geweest is, indien ik _hun_ denkbeelden had aangehangen en verkondigd?
Immers neen. Hoera voor de oprechte geloovers!