32. _Baboe_: inlandsche kindermeid.

33. _Kondeh_: het op 't achterhoofd in 'n wrong vereenigd haar, dat

echter nooit door 'n afzonderlyk lint of koord wordt samengehouden,

maar steeds in 'n lus of strik van 't haar zelf hangt. Indien 't woord

_chignon_ uitsluitend op _valsch_ haar doelt, is de _kondeh_ géén

_chignon_.

34. _Gouden pajong_. De kleur van 't zonnescherm duidt naar landswys,

doch volgens officieel vastgestelde bepalingen, den rang van 't Hoofd

aan, wien zoodanige _pajong_ wordt nagedragen. Effen verguld is 't

hoogste.

35. _Tandoe_: draagstoel. In andere provincien draagt dit voorwerp den

naam van _Joleh, Djoeli_, of zoo-iets.

36. _De volkstellingen zyn onnauwkeurig_. Ieder hoofd heeft er belang

by, het getal zyner onderhoorigen zoo laag mogelyk te doen schynen,

niet zoozeer om daardoor den druk van verplichte dienst en levering te

verligten, als wel om meer dienst en levering voor zichzelf te kunnen

vorderen. Wie waarheid wil benaderen, kan de officieele opgaven gerust

met 10 percent verhoogen.

37. _Uitgewekenen naar_ Tjikandi _en_ Bolang. De bevolking der

partikuliere landeryen in 't Bataviasche en Buitenzorgsche bestaat

voor 'n groot deel uit lebaksche vluchtelingen. "_Als er in Lebak niet

gekneveld wordt_, heb ik 'n landheer hooren zeggen, _hebben wy gebrek

aan volk_."

38. _Pisang_: banaan. Hoe 't komt dat deze laatste (_west-indische_)

benaming in 't _oost_-indisch Nederland beter bekend is dan 't woord

_pisang_, begryp ik niet. Ook is 't my een raadsel, vanwaar de

engelschen hun woord: _plantain_ halen. Het getal soorten der

_pisangs_ wordt op driehonderd geschat. Zie overigens noot 28.

39. _Hollander_. Ieder blanke heet by den inlander: _orang hollanda,

wolanda, belanda_, om 't even. Op hoofdplaatsen maken ze nu-en-dan een

uitzondering op dezen regel, en spreken van _orang ingris_ of _orang

prantjies_, d.i. engelschen of franschen. De duitscher heet soms:

_orang hollanda goenoeng_, nam. berg-hollander, hollander uit de

binnenlanden.

40. _Opvatting van 't begrip: beschaving_. De Europeaan vergist zich

in de meening dat de hoogere beschaving waarop hy roemt, overal als 'n

axioma wordt aangenomen. Ook hierin dat hy werkelyk in alle opzichten

beschaafder _is_. Ik zou veel voorbeelden kunnen aanhalen, die van

onzen beweerden roem te dezer zake een vraagstuk maken, en enkelen die

hem stempelen tot onwaarheid. Het praedikaat dat liplappen en inlanders

den Europeër geven, is: _ongewasschen_. Men zie hierover blz. 53 van

"_Nog eens Vryen-arbeid_" en _Idee_ 372. Ook _Idee_ 587 (nieuwe nummering)

kan den waarheidsvriend op den weg brengen om te onderzoeken hoeveel

boekerigheid en konventie er schuilt onder onze opvatting van 't woord:

_beschaving_. We gelyken hierin vry nauwkeurig op zekere inlanders, die

zich niet kunnen voorstellen hoe 'n beschaafd mensch genoegen neemt met

witte tanden. _Tjies, selakoe andjing!_ zeggen ze, d.i. "foei, net als 'n

hond!" Elders wordt het voor onbeschaafd gehouden, geen ebbenhouten schyf

in de gespleten onderlip of in de oorlappen en geen ring in 't jukbeentje

van den neus te dragen. Er zyn streken in Insulinde waar de beschaving

zich openbaart ... hoe zal ik my uitdrukken? Komaan, ethnologie mag niet

belemmerd worden door preutsheid! Die mannen dragen in 't uiteinde van

den _penis_ een ebbenhouten dwarsspalk, ten welken einde reeds op zeer

jeugdigen leeftyd dat lichaamsdeel doorboord wordt. By die dwazen gaat

het plegen van den _coïtus_ zònder zoodanig ornament, voor ...

beestachtig door. _Selakoe andjing_ alweer, denk ik. Hoe bespottelyk

dit zy, de onbevooroordeelde moet erkennen dat wy de woorden _dierlyk_

en _beestachtig_ dikwyls even ongepast gebruiken.

41. _Maatschappelyk standpunt van den liplap_. Het is de vraag of

Nederland, nu eens zoogenaamd-politisch gesproken, wysgeerig en

onbekrompen handelen _kan_? Officieele gelykstelling van den liplap

zou misschien 'n bevolking in het leven roepen, die gevaarlyk worden

kon voor 't nederlandsch gezag. Vanhier dan ook 't aanhoudend geknoei

met bepalingen die--hoe ook bemanteld--geen andere strekking hebben

dan om aan 't echt europeesch element den boventoon te verzekeren.

Ik doel hier op de, voor zeeroovers niet onaangename afschaffing der

_Koloniale Marine_. Op 't eindeloos geknutsel met 'n zoogenaamd

_Radikaal_. Op de instellingen van Onderwys in Nederland, en den

daaruit voortvloeienden, door indische ouders al te pynlyk gevoelden

dwang om hun kinderen naar Europa te zenden. En eindelyk: op 't door

dit alles kunstmatig in 't leven gehouden, voor Insulinde zoo hoogst

verderfelyk _absenteïsmus_! Juist dit is de eisch onzer op immoreele

gronden gevestigde overheersching, dat we niet "wysgeerig en

onbekrompen" handelen _kunnen_ zonder ons belang in de waagschaal

te stellen.

_Das eben ist der Fluch der bösen That,

Dass sie fortzeugend Böses muss gebähren_.

42. _Patteh, Kliwon, Djaksa_: inlandsche Hoofden. De _Patteh_ staat

den Regent ter-zyde als sekretaris, boodschapper, faktotum. De

_Kliwon_ is tusschenpersoon tusschen het Bestuur en de dorpshoofden.

Gewoonlyk heeft hy 't opzicht over gemeentelyke publieke werken,

verdeeling van wachtvolk, regeling van heeredienst, enz. De _Djaksa_

is officier van politie en justitie.

43. _Gongs en Gamlang_: muziekinstrumenten. De _Gong_ is 'n zwaar

metalen bekken dat aan 'n koord hangt. Men bespeelt den _Gamlang_ als

onze glasharmonika's of als 't bekende _hout-en-stroo_-instrument.

Ik had op deze plaats in den tekst wel tevens van _Ankloeng_ mogen

spreken, zynde een roosterachtig toestel met bekkens die op gespannen

koorden liggen. Het verdient opmerking dat de benamingen van al deze

instrumenten onomatopeën zyn. De _Gong_ klinkt forsch. _Ankloeng_ en

_Gamlang_ (gamelan) daarentegen zacht en liefelyk, maar zeer

melancholisch.

44. _Ergernis over tegenwerking_. By den Gouverneur der moluksche

eilanden, een zeer verdienstelyk man die in z'n pogingen tot herstel

van 't gefnuikt gezag werd belemmerd door de kommiezery der

Buitenzorgsche sekretarie, wekte deze ergernis noodlottig. Onder de

oogen van den onbekwamen Van Twist, die natuurlyk geheel aan den

leiband liep van die bureaukratie, maakte hy door 'n sprong in den

waterval te _Tondano_ (_Minahassa van Menado_) 'n eind aan z'n leven.

45. _Havelaars officieele loopbaan_. Reeds in Augustus 1851 was ik

aan de Regeering voorgedragen tot Resident. Ook werden de funktien die

ik te _Amboina_ vervulde, weinig tyd na myn vertrek aan 'n _Resident_

opgedragen.

46. Ik verzeker den lezer dat het my thans (1881) meer nog dan vroeger

tegen de borst stuit, my op publiek terrein te bewegen. Toen ik op m'n

veertigste jaar myns ondanks daartoe gedwongen werd, had ik in de hoop

op eenig succes een bondgenoot tegen den afkeer die elke aanraking met

_Publiek_ my veroorzaakt. Na de ervaring van den uitslag myner pogingen

is m'n walg sterker dan ooit.

47. _Herbergiersrekening_. Men mocht aan de Regeering der Vereenigde

Staten 83 nederl. centen daags in rekening brengen voor 't onderhoud

van 'n schipbreukeling, onverschillig of de man Gezagvoerder of

Matroos was. Onder die vermeende schipbreukelingen waren de meesten

niet veel beter dan zeeschuimers. De Amerikanen hebben voortdurend 'n

duizendtal _Whalers_ in de indische zeeën, en de bemanning dezer

schepen is 't uitschot van de Natie.

48. _Overgrootvader myner kinderen_. Z'n naam staat op 't voetstuk van

den Leeuw te Waterloo.

49. _Apanage der Vorsten van Turn en Taxis_. Is na de groote

veranderingen van '66, door de duitsche Ryksregeering voor ettelyke

millioenen afgekocht.

50. _Rêve aux millions_. Nu, 'n _rêve_ was 't eigenlyk niet. De

aanspraak is verjaard, en 't lust me nog altyd niet, den zeer

interessanten familieroman te behandelen, die hiermee samenhangt. Ook

stuit ikzelf, vooral ten-gevolge van den diefstal der bescheiden

waarvan ik in den tekst melding maak, op eenige duisterheden. Toch is

't voor my van belang, hier te doen opmerken dat sommige personen en

familietakken die de hier aangeroerde byzonderheden beter begrypen dan

de gewone lezer, onder de venynigste vervolgers van Havelaar behoorden.

Hun belang bracht mee dat hy niet aan 't woord kwam, of althans niet in

de gelegenheid om zekere mysteriën te ontsluieren.

51. Deze zinsnede is door zekeren Q in de _Arnhemmer Courant_

aangevoerd als bydrage tot de blyken myner onzedelykheid! En die

verraderlyke manoeuvre werd door Dr Van Vloten toegejuicht, evenzeer

als Q's mededeeling dat ik m'n "tyd doorbracht met ... bittertjes

drinken, biljardspelen en 't rooken van geborgde sigaren." Ik vraag of

de _viesheid_ waarvan ik sprak op blz. 350 (zie alinea die begint met:

"Maar jammer is 't!", M.D.), gerechtvaardigd is? Waarmee brengt zùlk

volk z'n tyd door?

52. _Sebah_. De beteekenis blykt uit den tekst. Ik weet niet of 't

woord 'n verbastering is van _pasehbah_, 'n gebouw, dat wel zou kunnen

genomen worden voor de plaats waar men dergelyke vergaderingen houdt.

53. _Bantan-Kidoel_: Zuid-Bantam. De _m_ waarmee wy 't woord _Bantam_

sluiten, is niet korrekt. De naam is: _Bantan_. _Mantrie_: opziener.

_Dhemang_: distriktshoofd. In centraal en oostelyk Java heet deze

beambte _Wedhono_.

De schryver van een fransch werk: _Felix Batel_, waarin de _Havelaar_

wordt nageschreven, en--tegen de bedoeling van den auteur,

voorzeker!--geparodieerd, verraadt o.a. z'n letterdievery door in den

javaschen Oosthoek waar hy z'n stuk spelen laat, van _Dhemangs_ te

spreken. Dit klinkt ongeveer als ... _grietman van Utrecht_. In dat

werk gaat de zon op, _juist zooals dat werd waargenomen door Saïdjah_.

Ook de buffel-epizode wordt letterlyk overgenomen, en de auteur heeft

de goedheid te erkennen dat dit voorval _ook_ door zekeren Multatuli

beschreven werd. Welnu, die _Felix Batel_ is door nederlandsche

recensenten uitvoerig behandeld, doch nergens vindt men 'n spoor van

protest tegen dien onbeschaamden diefstal! Ik noem dit even slecht als

de piraterie zelf. Als 'n vreemdeling zich de eer aanmatigde der

diepzinnige uitvinding van 't haringkaken, zou men moord en brand

schreeuwen, maar de "nationale eer" kan wèl verdragen dat Havelaar

bestolen wordt. Bepaalde zich de oneerlykheid maar tot litteratuur!

Maar ook op maatschappelyk, politisch en wysgeerig terrein loopt ze

tot in 't onbegrypelyke. De natie kan nog altyd niet _lezen_. Of _wil_

ze niet verstaan wat men haar te lezen geeft?

54. _Bandoeng_: afdeeling, regentschap of adsistent-residentie in de

Preanger-regentschappen.

Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy · 第 58 / 80 题